Voorlopig laten de centrale bankiers sussende woorden horen, hoewel duidelijk is dat de inflatie weer terrein wint. In mei bedroeg die in de Europese Unie 2% en dat is boven de doelstelling van ongeveer 2%. Ook verhoogde de ECB in mei de verwachtingen voor heel 2021. Die ging van 1,5% naar 1,9%. De Bank voegde er echter aan toe dat in 2023 de inflatie weer terug zou vallen naar een niveau van 1,4%, omdat dan het effect van de gestegen energieprijzen uit de vergelijking loopt. De kerninflatie – exclusief energie en voedselprijzen – zou in 2023 ook uitkomen op 1,4% en dat is volgens mevrouw Lagarde ver onder de doelstelling van ongeveer 2%.

Mevrouw Lagarde, president van de ECB, verzekerde haar gehoor ook, dat er nog steeds sprake is van een behoorlijke overcapaciteit in de economie en dat die slechts geleidelijk weggewerkt zou worden. Er was dus geen reden om erg bang te zijn voor inflatie en dus zou de Bank voorlopig doorgaan met het opkoopprogramma.

In de VS verschilt het beeld niet wezenlijk van dat in Europa. Ook hier zien we een behoorlijke stijging van de inflatie. In mei 2021 lag die 5% hoger dan in mei 2020. De kerninflatie bedroeg 3,8% en dat was de sterkte stijging sinds april 1992. Toen ging de kern inflatie 3% omhoog.

Maar ook de Fed vindt het nog te vroeg om maatregelen te nemen. Dat zal op zijn vroegst in september gebeuren. Voorlopig verkondigen ook hier de bankiers dat de stijging slechts tijdelijk zal zijn en dat die vooral het gevolg is van de pandemie, die in 2020 toesloeg. Door de lockdown viel een groot deel van de vraag weg en was er amper sprake van vraag. In de loop van 2021 is de economie weer open gegaan en is er duidelijk sprake van een inhaalvraag. Veel consumenten hebben tijdens de lockdown op hun uitgaven bespaard. Nu de economie weer open gaat willen ze hun besparingen versneld uitgeven. Dat inhaaleffect zal geleidelijk verdwijnen en dus zullen prijzen weer gaan normaliseren. Daarmee komt er vanzelf een einde aan de stijging van de inflatie, zo denken ze bij de Fed maar ook bij de ECB.

Gelet op de aanhoudende koersstijgingen lijken beleggers de centrale bankiers het voordeel van de twijfel te gunnen. Op de obligatiemarkt daalde de yield op de 10jaars treasury met 0,018% naar 1,470% Obligatiebeleggers zeggen hiermee dat ze het verhaal van centrale bankiers over het tijdelijk karakter van de opleving van de inflatie geloven. Dat wil echter niet zeggen dat alle onrust nu ook verdwenen is. Dat is toch te veel gevraagd.

Onzekerheid over de inflatie

Beleggers zijn niet op hun achterhoofd gevallen en weten dondersgoed dat aandelen en obligaties duur zijn. De hoge waarderingen maken dat het financieel systeem van vandaag uiterst kwetsbaar is voor ook maar de geringste schokken. Zo’n schok kan de waarde van je beleggingen aanvreten. Als de groei van de inflatie doorzet, kan dat gevolgen hebben voor het rendement op je obligaties. De inflatie vreet aan de waarde van de rentebetalingen. Die worden minder waard en dus ga je in reële termen verlies lijden. Aandelen lijken over het algemeen beter bestand tegen inflatiestijgingen. Voorwaarde is dan wel dat de beleggers bedrijven in portefeuille hebben die omzet, winst en dividenden sneller kunnen laten groeien dan de inflatie stijgt.

Tijdelijk opleving van de inflatie?

Of de inflatie-opleving blijvend dan wel tijdelijk van aard is, hangt volgens velen af van de loonontwikkeling. Zowel in Europa als in de VS dreigt sinds de voorzichtige heropening van de economie in sommige sectoren een tekort aan arbeidskrachten. Werkgevers proberen nu aantrekkelijker te worden door de lonen te verhogen. Dat is niet zo vreemd, want de sectoren die het minst betaalden zien nu de grootste tekorten. De vrees is nu dat er een zogeheten loon- en prijsspiraal kan ontstaan zoals in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Als een loon en prijsspiraal in meerdere delen van de wereld tegelijk optreedt dan vertaalt zich dat bijna automatisch in een verhoging van de prijs van commodities/grondstoffen. Als dat gebeurt zal de onzekerheid bij obligatiebeleggers alleen maar groeien. Die zullen zich steeds nadrukkelijker gaan afvragen of centrale banken wel krachtdadig genoeg gaan optreden om de inflatie de kop in te drukken. Dat kan feitelijk maar op één manier en dat is door de rente stelselmatig te verhogen. Dat vinden aandelenbeleggers op hun beurt niet leuk. Een hoge rente betekent dat veel beleggers terug zullen gaan naar de obligatiemarkten en hun middelen onttrekken aan de aandelenmarkten.

Vijf inflatiebestendige aandelen

Hoe kunt u zich als belegger het best wapenen tegen een mogelijke terugkeer van een hardnekkige inflatie a la de jaren ’70 van de vorige eeuw? Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.

Als we naar sectoren kijken dan weten we uit ervaring dat enkele sectoren voordeel hebben bij een oplopende inflatie. Dat zijn financiële waarden en cyclische en niet-cyclische consumentengoederen. Financiële waarden treken vooral profijt van rentestijgingen. Dat betekent voor deze waarden een stijging van de rente-inkomsten. Producenten kunnen doorgaans de stijgende prijzen doorberekenen aan hun klanten.

Van oudsher bieden ook commodities bescherming tegen stijging van de inflatie. Het gaat dan om zowel zachte (agrarische) als harde commodities (industriële en edelmetalen). Hetzelfde geldt trouwens ook voor onroerend goed.

1 aandeel die u tegen een oplopende inflatie beschermt

We hebben voor u vijf namen geselecteerd, waarvan wij er hier 1 onthullen. De diverse koersen zijn de sluitingskoersen van 23 juni 2021

1. Daimler: Koers: € 79,33 Koersdoel: € 94,30 Dividendrendement: 1,77%

Aandelen die u tegen een oplopende inflatie beschermen

Daimler is, zoals bekend, een groot conglomeraat. Onder de Daimler paraplu vallen de auto’s van Mercedes, de vrachtauto’s en bussen en de financiële dienstverlening. De resultaten van Daimler waren voor het eerste kwartaal 2021 ver boven verwachting. De daling in de vraag naar auto’s als gevolg van de coronacrisis en het gebrek aan halfgeleiders dwong bedrijven om stevig in de kosten te snijden. Dat was voor Daimler een blessing in disguise. In het verleden maakten de Duitsers niet zoveel werk van snijden in de kosten. Nu moesten ze wel en ze deden het heel grondig. Dat gaf hen een voorsprong op de concurrenten die veel minder konden snoeien. Daardoor kon en kan de winstgevendheid van Daimler harder groeien dan die van de tegenstrevers.

Daimler is ook van plan zijn truckdivisie af te splitsen. Daar dringen beleggers al enkele jaren op aan. Die zien te weinig synergiën tussen het bouwen van auto’s en trucks. Het belangrijkste doel van de afsplitsing is dan ook het wegwerken van de zogeheten conglomeraatskorting.

En dan is er nog China. Dat is de belangrijkste afzetmarkt voor Daimler. Op deze markt lijkt de groei enigszins te vertragen. De snelheid van de groei wordt minder. Dat betekent echter niet dat de vraag naar de luxe Duitse merken structureel omlaag gaat. Tenslotte Lijkt Daimler zijn achterstand op de markt voor elektrische auto’s geheel goed te maken. Dat jaar wordt een productielijn gelanceerd, waarop alleen grote elektrische auto’s worden geproduceerd. Dankzij die productielijn kunnen modellen als EQS en EQE gemakkelijk de concurrentie met Tesla aan.

De kritischebelegger heeft een rapport opgesteld waarin zij voor u nog vier aandelen hebben geselecteerd. U kunt dit rapport kosteloos ontvangen. Vraag het hieronder aan.

Aanvraagformulier Rapport: Vijf aandelen die u tegen een oplopende inflatie beschermen

Harm van Wijk

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.