Is de stijging van de inflatie een zeepbel die op het punt staat te knappen, iets waar we ons dus grote zorgen over moeten maken? De Amerikaanse Federal Reserve hamert er al maanden op dat de inflatie snel zal gaan vertragen. Zodat we ons volgens de centrale bank geen zorgen hoeven te maken. Inflatie in de Verenigde Staten zal echter onvermijdelijk ook leiden tot inflatie in de rest van de wereld.

Elke belangrijke inflatiebarometer is dit jaar gestegen, waarbij met name de stijging van de consumentenprijsindex in het oog springt. De kosten van levensonderhoud, gemeten aan de hand van de CPI, zijn het afgelopen jaar met 5,4% gestegen en dat is de grootste stijging in 13 jaar.

De cijfers liegen er dus niet om en bovendien is het onwaarschijnlijk dat er op korte of middellange termijn verbetering mag worden verwacht. De volgende reeks inflatierapporten zal naar verwachting meer van hetzelfde laten zien. Het jaarlijks inflatiepercentage zal ongetwijfeld ook in augustus rond het niveau van 5% uitkomen.

Moeten we ons daar zorgen over maken?

De Federal Reserve, gevestigd in Washington, beweert al maanden dat de uitbarsting van inflatie alleen maar tijdelijk van aard is. Het argument van de Fed luidt als volgt: de heropening van de economie zorgde voor een enorme toename van de vraag waaraan bedrijven niet konden voldoen vanwege wijdverbreide tekorten aan voorraden en arbeidskrachten. De mismatch tussen vraag en aanbod heeft bedrijven gedwongen de prijzen of lonen te verhogen en heeft bijgedragen tot een brede stijging van de inflatie.

Fed voorspelt dat inflatie zal terugkeren naar 2% per jaar of minder

Zodra meer mensen weer aan het werk zijn gegaan en de aanbodtekorten zijn verdampt, zou de inflatie afnemen. De Fed voorspelt dat de inflatie zal terugkeren naar het pre-crisisgemiddelde van 2% per jaar of minder. Of met andere woorden: later dit jaar of ten laatste begin volgend jaar zal de inflatiedruk afnemen. Er zijn inderdaad enkele tekenen van afnemende prijsdruk in de economie, maar nog lang niet genoeg om het huidige beeld te veranderen.

Jerome Powell, de voorzitter van de Fed, erkende onlangs dat de inflatie langer hoog kan blijven dan de centrale bank voorspelt. Powell put wel moed uit de recente daling van de prijzen voor een aantal belangrijke grondstoffen, waaronder olie. Maar ook koper, hout enzovoort zijn fors goedkoper geworden, wat de inflatiedruk doet afnemen.

Hoge inflatie kost de economie geld

Hoge inflatie, ook al is die maar van korte duur, kost de economie nog steeds geld. Om te beginnen tast het de lonen van arbeiders aan als de prijzen sneller stijgen dan de lonen. En als de inflatie hard genoeg knijpt, kan dat ertoe leiden dat miljoenen Amerikanen minder uitgeven. Wat uiteraard ook economische gevolgen heeft, want de economische groei zal afgeremd worden.

De inflatiedreiging mag dus niet te lang blijven duren. De grootste zorg onder Fed-critici is dat de inflatie tot volgend jaar en misschien ook daarna ver boven de doelstelling van 2% van de Fed zal blijven. Dat zou kunnen werken als een splijtzwam voor de economie en bovendien de Amerikaanse centrale bank onder druk zetten om de rente sneller te verhogen dan ze zou willen.

Worden de Fed-verwachtingen over inflatie klakkeloos geloofd?

Wanneer de Fed het voorbeeld geeft door haar belangrijkste rentetarieven te verhogen, zal de rest van de wereld snel moeten volgen. Maar wat denkt de buitenwereld over het standpunt van de Fed? Blijkt dat het team van Powell toch niet zo veel overtuigingskracht aan de dag kan leggen, want de Fed-verwachtingen wat betreft de inflatie worden niet zomaar klakkeloos geloofd.

“We zien de prijsdruk dit jaar niet afnemen en waarschijnlijk overslaan naar volgend jaar”, stelden de economen Aneta Markowska en Thomas Simons van Jefferies LLC in een rapport aan de klanten. Toenemende positieve testen van de deltavariant over de hele wereld vergroten de kopzorgen. De nieuwe golf van besmettingen zouden de verstoringen in de wereldhandel kunnen verlengen, verstoringen die hebben bijgedragen aan de aanbodtekorten in de VS. De opwaartse druk op de prijzen kan zo aanhouden.

Voorlopig maakt de Fed zich niet zoveel zorgen, ze put moed uit de lagere grondstoffenprijzen. De beleggers maken zich al evenmin zorgen. De aandelenmarkt bleef records vestigen en de lange rente is de afgelopen maanden zelfs gedaald. Maar laat ons even kijken naar de bedrijfswereld.

Tyson Foods CEO zegt dat de kosten sneller stijgen dan de prijzen kunnen stijgen

Tyson Foods Inc., de grootste kippenproducent in de VS, bevestigde in de toelichting op de resultaten over het tweede kwartaal dat voedselinflatie de prijzen blijft opdrijven. Tyson’s CEO Donnie King zei dat hogere kosten het bedrijf sneller raken dan het bedrijf de prijzen kan verhogen en de verkoopprijzen zullen op 5 september dan ook opgetrokken worden.

Waarschuwing van Tyson Foods moet zeer zeker ernstig genomen worden

Wat was opvallend aan de uitspraak van de CEO van Tyson? Van de woorden ‘van voorbijgaande aard’ was in zijn toelichting geen sprake. Maar zijn boodschap liet in feite aan duidelijkheid niets te wensen over. Zowat alles, van brandstof tot arbeid tot grondstoffen (maïs en sojabonen bijvoorbeeld) tot verzending en transport, allemaal factoren die belangrijk zijn voor de veehouderij, is het afgelopen jaar exponentieel in prijs gestegen.

Hyperinflatie in het verschiet

In dat verband is een rapport van Bank of America belangrijk. De bank concludeerde in dat rapport dat er op zijn minst een voorbijgaande periode van hyperinflatie in het verschiet ligt. Het woordgebruik is hier belangrijk, want BoA spreekt wel degelijk over hyperinflatie en niet over gewone inflatie.

Het rapport bevestigde wat de bank in mei al stelde: dat de Verenigde Staten zich momenteel in een periode van hyperinflatie bevindt. Hopelijk heeft de bank ook gelijk dat deze periode van voorbijgaande aard zal zijn, maar zeker is dat niet. Of de inflatie nu permanent of tijdelijk is, dat blijft de vraag waar alles om draait.

De boodschap gebracht door Tyson is dat de voedselprijzen nog steeds hun hoogtepunt niet hebben bereikt en nog steeds stijgen. Wat niet veel goeds laat vermoeden. Wanneer ook nog eens de lonen stijgen, is het plaatje rond. De inflatie kan dan een blijvend karakter krijgen. Daarom is het belangrijk om de evolutie op de arbeidsmarkt nauwlettend in de gaten te houden

De Amerikaanse banenmarkt is booming en wat betekent dat voor de inflatie (en bij uitbreiding voor de financiële markten?)

De Amerikaanse economie voegde in juli bijna een miljoen banen toe. Het rapport over vorige maand was, om de technische term te gebruiken, een ‘blowout’-rapport. Voor degenen onder ons die nog steeds achterhoedegevechten voeren tegen de amerikanisering van de Nederlandse taal: het betekent dat het inderdaad erg goed was.

Kort samengevat doet de Amerikaanse economie het goed. Dat is goed nieuws voor de economie. Maar wat betekent het voor de markten? Een sterke werkgelegenheid is goed voor de economie, maar kan de markten ook afschrikken. In totaal kwamen er in juli 943.000 banen extra bij.

Dat was ruim boven de gemiddelde schatting van de economen van ongeveer 870.000 en de grootste stijging van het aantal nieuwe banen sinds augustus vorig jaar. Er waren ook opwaartse bijstellingen van de cijfers voor zowel juni als mei, met in totaal 119.000 banen meer dan eerder geraamd.

Lonen op jaarbasis met 4% gestegen

Ondertussen daalde het werkloosheidspercentage tot 5,4%. Dat is het laagste niveau tijdens de pandemieperiode en moet gezien worden ten opzichte van een niveau van 5,9% in juni. Bovendien stegen de uurlonen in juli voor de tweede maand op rij met 0,4%. Voor het algemeen plaatje betekent dit dat de lonen nu op jaarbasis met 4% zijn gestegen. Dat is een grote sprong en volgens Andrew Hunter van Capital Economics betekent dit dat de Amerikaanse lonen nu in het snelste tempo in 14 jaar stijgen, zelfs aangepast de aan Covid-gerelateerde verstoringen.

Druk op de lonen is geen goed nieuws vanuit het oogpunt van inflatie

Kortom, alles in dit rapport wijst op een aanhoudend krachtig herstel met aanhoudende inflatoire druk. Dit is goed nieuws vanuit economisch oogpunt. Een sterk herstel is wat de Amerikanen nodig hebben na de grote schok toegebracht door de corona-maatregelen. Maar druk op de lonen is geen goed nieuws bekeken vanuit het oogpunt van de inflatie.

Wat betekent het inflatieniveau voor het monetaire beleid?

Maar als u een belegger bent, zal een andere meer directe vraag u interesseren. Wat betekent het inflatieniveau voor het monetaire beleid? De Federal Reserve heeft er alles aan gedaan om te benadrukken dat de tekenen van een sterk economisch herstel tot dusver niet noodzakelijkerwijs een ophanden zijnde einde betekenen van het kopen van obligaties (de gevreesde “afbouw” of “tapering”), laat staan hogere rentetarieven.

Eerst de arbeidsmarkt en daarna de rest

De Fed is op de eerste plaats gebrand op substantiële vooruitgang in de richting van volledige werkgelegenheid en dat stadium is nog steeds niet bereikt. Taperen zal alleen mogelijk worden wanneer de centrale bank oordeelt dat de situatie op de arbeidsmarkt dat toelaat. Of met andere woorden: eerst de arbeidsmarkt en daarna de rest. Maar het fenomeen inflatie heeft ook nog andere aspecten.

Uiteindelijk zouden de centrale banken van de wereld het niet erg vinden als de inflatie voor een langere periode een beetje “heet” zou blijven. Dat zou helpen om de enorme schulden aan te pakken die zijn aangegaan om alle maatregelen te betalen die bedoeld waren om de impact van Covid-19-maatregelen op te vangen.

Hoe werkt de inflatie in op het schuldenprobleem?

Laten we stellen dat de staatsschulden de overheid 2% per jaar kosten. Als het BBP met 3% per jaar groeit, kun je daar makkelijk rente over blijven betalen. Maar het mooie hiervan is dat de schulden worden terugbetaald in nominale termen, niet in inflatie-gecorrigeerde termen. Dus als de inflatie hoger blijft dan de rente, worden schuldeisers terugbetaald in gedevalueerde dollars. Wat de inspanning voor de overheid meteen een heel stuk makkelijker maakt.

Monetair beleid sneller strakker dan de financiële markten hadden gehoopt

Dat is financiële repressie op zijn best. Een zeer sterk banenrapport als dat over de maand juli maakt het echter veel moeilijker voor de Fed om te rechtvaardigen dat ze kiest voor een afwachtende houding. Het impliceert dat het monetair beleid sneller strakker zou kunnen worden dan de financiële markten hadden gehoopt. Vanuit dat perspectief werd uit de marktreactie heel duidelijk wat beleggers verwachten wat de rentetarieven betreft.

Inflatie goud maand

Goud houdt niet van het vooruitzicht van hogere rentetarieven

Op de eerste plaats zakte de goudprijs snel. Het gele metaal had de laatste paar weken voor de publicatie van het tewerkstellingrapport rond het niveau van $ 1.790 tot $ 1.830 geschommeld. De goudprijs dook meteen dwars door de onderkant van die range naar $ 1.765. Goud houdt niet van het vooruitzicht van hogere rentetarieven. Alhoewel: als de inflatie sneller stijgt dan de rente, zal goud het prima doen.

Ondertussen gingen de rendementen op de langerlopende Amerikaanse staatsobligaties omhoog, wat hogere renteverwachtingen impliceerde. Ook de Amerikaanse dollar steeg, want de valuta van een land wordt aantrekkelijker als de rente waarschijnlijk zal stijgen als gevolg van een sterkere economie. Dus wat gaat er gebeuren?

“Taperen” niet zonder gevolgen voor de financiële markten.

Het meest waarschijnlijk is dat de financiële markten rekenen op een soort van “afbouwende” aankondiging tijdens de Fed-vergadering van september. De belangrijkste verandering is dat dit nu “zeer waarschijnlijk” lijkt in plaats van alleen maar “vrij waarschijnlijk”. Het lijkt een kleine nuance, maar dan wel eentje waar toch rekening mee moet worden gehouden. Wanneer de centrale bank laat doorschemeren dat ze klaar staat om te “taperen”, zal dit niet zonder gevolgen blijven voor de financiële markten.

Raphael Bostic, president van de Federal Reserve Bank van Atlanta, zei dat hij het vierde kwartaal in de gaten houdt voor het begin van een afbouw van de obligatieaankopen, maar tevens openstaat voor een nog eerdere start van het “taperen” als de arbeidsmarkt het recente snelle tempo van verbetering aanhoudt.

Bovendien zeiden hij en Tom Barkin, president van de Fed uit Richmond, allebei te geloven dat de inflatie de gewenste drempel van 2% van de Fed inmiddels al heeft bereikt. Dat is één van de twee vereisten waaraan moet worden voldaan voordat renteverhogingen kunnen worden overwogen.

Bostic, die eind 2022 al naar voren schoof als het begin van de fase van renteverhogingen, wees op het vijfjaarlijkse gemiddelde voor de kernindex voor persoonlijke consumptieve bestedingen, of de kern-PCE-inflatie, die volgens zijn berekening in mei 2% bereikte.

Hoe gaan markten reageren op aankondiging van “taperen”

Die 2% werd door de Fed regelmatig als streefcijfer naar voren geschoven. “Er zijn veel redenen om te denken dat we op dit moment dat doel hebben bereikt”, vertelde Bostic aan verslaggevers. De vraag waar nu alles om draait, is hoe de markten gaan reageren op een effectieve aankondiging van dat “taperen”. Zit de lang verwachte correctie op de beurzen er aan te komen? De toekomst zal het moeten uitwijzen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.