Azië blijft bovengemiddeld groeien

Sinds mijn jongste Aziatische reis kom ik niet meer vrij van de gedachte, dat wij straks economisch volledig worden overvleugeld bij het uitblijven van adequate maatregelen aan deze zijde. Azië beschikt immers over een 24-uurs economie gedurende 7 dagen per week en 12 maanden van het jaar, met inkomens variërend van 1 – 6 dollar per dag. Dit gaat gepaard zonder stakingen, het fenomeen verzorgingsstaat en een vergrijzingsprobleem.

Nu Azië de wonden heeft gelikt van de crisis ontstaan in 1997, lijkt met de geliberaliseerde markt de weg vrij voor een grootschalige inhaalmanoeuvre. De enorme groei in China, Thailand, Maleisië en wellicht in een ietwat verder verschiet Indonesië, maar ook India wordt nu al vergeleken met het Wirtschaftswunder. De motor tot de economische groei in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog werd met name door het Marshall-plan in gang gezet. Thans bezitten diverse Aziatische landen gigantische dollarreserves, die als platform dienen voor de verdere economische uitbouw.

Voor wat Europa betreft kunnen we vaststellen, dat de rek tot economische groei door de “wurgende” afspraken van Maastricht (zeer beperkte inflatiegroei, afbouw staatsschuld tot 60% van het bruto nationaal product en indamming van het begrotingstekort tot maximaal 3% van het jaarlijkse bnp) er aardig uit is.

In de VS is nog wel sprake van enige groei, maar deze wordt door schuld gefinancierd. Met Irak in het kielzog wordt deze schuld bovendien alsmaar groter. Dat zet het vertrouwen in de dollar verder onder druk, zoals de afgelopen twee jaar reeds is gebleken.

Door de groei met schuld te stimuleren, is er in de VS nog geen economische teruggang geweest. Dit komt mede door de daling van de dollar. Door de koppeling van de Chinese munt aan de Amerikaanse dollar, is er vanuit de VS wel druk uitgeoefend om de yuan te revalueren. Maar de Chinese staat met een zak van zo’n $1100 miljard zal er vooralsnog niet over piekeren om op dat bezit “moedwillig” af te schrijven. Een duurdere yuan haalt uiteraard de angel uit het Chinese handelsoverschot met de VS. Maar daardoor zal China ook minder naar Amerika kunnen exporteren.

Europa daarentegen richt zich op een keiharde euro om daarmee de inflatie in de hand te kunnen houden. Tegelijkertijd dient ook het vertrouwen in de nog jonge Europese munt te worden geschraagd. Als gevolg van inherente bezuinigingen wordt de groei juist vertraagd. Op welke wijze kunnen wij dan de slag met Azië aan? Wel, in de eerste plaats door krachtig te innoveren en ervoor te zorgen dat er een sterke kenniseconomie ontstaat. Dat lukt niet zonder stevig te investeren in vooral hoger en technisch onderwijs. Verder zullen wij bereid moeten zijn bepaalde verworvenheden van de verzorgingsstaat gedeeltelijk over boord te zetten om onze concurrentiekracht te versterken. De eerste aanzet is reeds gegeven, maar er zal door het Europese bedrijfsleven nog veel meer in Azië moeten worden geïnvesteerd.

Hoewel Bush alle kritiek verdient op z’n rigoureuze financieringsbeleid, speelt hij het spel misschien toch wel “slimmer” dan wij denken. Immers, doordat het vertrouwen in de dollar aanzienlijk is afgenomen en de dollar daardoor al met bijna 50% ten opzichte van de euro is gedaald, is de concurrentiepositie van de VS richting Europa intussen met datzelfde percentage verbeterd. Dat geldt overigens niet voor de Aziatische regio waar de landen min of meer een dollarkoppeling hebben. Het gevolg is dat de Aziatische concurrentiepositie daardoor ook sterk is verbeterd. Tevens zien we hoe betrekkelijk dan de sterk gestegen olieprijs is!

De rekening zal ons straks keihard worden gepresenteerd, wanneer er enerzijds te veel aan Maastricht wordt vastgehouden en anderzijds tegemoet wordt gekomen aan de eisen van de vakbondsleiders. Hun eisen zouden aanzienlijk gematigder luiden, indien zij zich een beter beeld zouden hebben gevormd van wat zich daadwerkelijk in de buitenwereld afspeelt. Het “eilandbeeld” bestaat niet meer.

Politici staan voor een groot dilemma met betrekking tot de vraag hoe het in dit werelddeel verder moet. De eerste scheuren van Maastricht zijn inmiddels zichtbaar geworden. Naar het zich laat aanzien, zijn deze niet gemakkelijk te dichten zonder de groei verder op de tocht te zetten. Europa bevindt zich duidelijk in een vicieuze cirkel. Het gemorrel over arbeidsvoorwaarden zet slechts aan tot meer winstderving door de kosten die dit met zich meebrengt. De economische groei wordt daardoor dubbel bemoeilijkt.

Azië daarentegen kent geen handenbindertjes anders dan de hoge olieprijs. Deze heeft vooral impact op landen die over te weinig eigen oliebronnen beschikken (China en India). De economische groei zal hierdoor wel wat vertragen. Maar er is nog altijd een groot verschil tussen een afnemende groei van enkele procentpunten vanaf 8% of 9% (Azië) en een groeivertraging vanaf amper 2% (Europa) of ruim 3% in de VS. Ongeacht de stijging van de olieprijs luidt de verwachting, dat de groei in Azië hoger zal blijven dan in de rest van de wereld. Dat betekent dat het echte geld niet buiten maar juist in Azië wordt verdiend!

Door Robert Broncel, Invision Investments

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.