Fundamentele en technische analyse

Fundamentele en technische analyse

De kwalitatieve en ook de rekenkundige beslissingsmethoden voor de aankoop of verkoop van aandelen zijn gebaseerd op concrete informatie, die voor iedereen beschikbaar is.

Die informatie heeft betrekking op de achtergrondgegevens van een bedrijf of op de economische gegevens van de sector of van het land, waarin dat bedrijf actief is. Of op de marktgegevens, of op de kwaliteit van het management. Of op de boekhoudkundige gegevens. Of op de rente in de VS, enz.

Fundamentele Analyse

Al deze gegevens worden continu verzameld en bestudeerd door een groot aantal analisten van pensioenfondsen, banken en beleggingsfondsen. Dit wordt ook wel de Fundamentele Analyse genoemd.

Op grond hiervan worden dan soms verwachtingen uitgesproken of zelfs voorspellingen gedaan over wat er met de koersen van het betreffende bedrijf, de sector of het land kan gebeuren.

Op zich zijn deze onderzoeken en de conclusies van de Fundamentele Analyse uiteraard heel nuttig en waardevol. Doorgaans is het echter onzeker of die conclusies ook inderdaad realiteit worden.

Nog afgezien van de vraag wanneer dat dan wel het geval zou kunnen zijn. Het is zelfs voorstelbaar dat de betreffende gegevens op het moment van het onderzoek al in de koersen zijn verdisconteerd.

Alle bestaande en bekende gegevens van een bepaald bedrijf, maar ook de verwachtingen over dat bedrijf, de sector, het land en de economie enz. worden immers voortdurend in de koersen verwerkt tot één enkel getal, de koers.

Technische Analyse

Dat betekent dat de koers op ieder moment de meest concrete en totale informatie geeft over elk bedrijf. En de koersbewegingen geven daarmee een totaalbeeld van alle koersbepalende informatie. De analyse van de koersbewegingen wordt ook wel de Technische Analyse genoemd.

De koersgrafiek

De koersgrafiek geeft overzichtelijk weer de actuele koersen van aandelen van gisteren, eergisteren en de dagen, weken, maanden en jaren daarvoor.Met de moderne technologie en communicatiesystemen zijn de actuele koersen van de meeste aandelen tegenwoordig overal en op ieder moment direct beschikbaar. En hetzelfde geldt voor de koersen van gisteren, eergisteren en de dagen, weken, maanden en jaren daarvoor. Al deze gegevens kunnen heel overzichtelijk worden weergegeven in een koersgrafiek.

Een dergelijk koersgrafiek is opgebouwd uit allemaal verticale lijntjes. Ieder lijntje geeft de waarde weer, die de koers van een bepaald aandeel gedurende een bepaalde periode heeft doorlopen.

Het streepje links geeft de openingskoers weer. Het streepje rechts is de slotkoers voor die periode. En de periode kan zijn een dag, een week, een maand of een jaar, maar ook een uur of zelfs een minuut.

Deze weergave van de koersontwikkeling is met behulp van een grafiekenprogramma op de computer zichtbaar te maken . In de meeste kranten staan de koersgegevens ook dagelijks vermeld. Het zijn echter vooral de slotkoersen waar we naar kijken. Die geven immers het beste weer op welke waarde de markt is uitgekomen na een lange dag, week of maand van loven en bieden door de kopers en de verkopers.

In de bovenstaande koersgrafieken is verder te zien dat de koersen in een bepaalde periode omhoog of omlaag kunnen bewegen ten opzichte van de vorige periode. En dat ook vaak doen. Maar duidelijk is ook dat er bepaalde perioden zijn, waarin de koersen overwegend meer naar boven bewegen dan naar beneden.

In de grafieken komt dat tot uiting als een koersstijging. Dat is dan een periode, waarin we als belegger zo’n aandeel ( index, grondstof of valuta) wel in ons bezit willen hebben. Het omgekeerde komt natuurlijk ook voor. Dat is in de grafieken te zien als een koersdaling. En gedurende zo’n periode zijn we het betreffende aandeel dan juist liever kwijt

Voortschrijdend gemiddelde

AEX verder onderuitDoor het gemiddelde van de slotkoersen van een aandeel of een index over een bepaalde periode te nemen, krijgen we een goed beeld van de trend van een aandeel. Om echt voordeel te behalen heeft een aandelenbelegger meestal een langere periode van koersstijging nodig. Des te groter is namelijk de kans dat er in de tussentijd een substantiële stijging van de koers tot stand komt, waardoor het rendement op de investering toeneemt.

Het voordeel van een wat langere periode is dat de tussentijdse schommelingen van de koersen worden weggefilterd. We zeggen ook wel de ‘ruis’ is er uit gehaald. Daardoor is direct duidelijk of de markt gedurende die periode trending was of trading. En of de koers ècht stijgt of daalt.

Het probleem bij een wat langere periode is echter dat dan niet altijd op tijd kan worden ingegrepen als er plotseling een koersverandering optreedt. Bovendien kunnen bij een analyse van de koersen over een langere periode gemakkelijk foute conclusie getrokken worden.

Zo zou het bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat de slotkoers in een bepaalde periode hoger is dan in de periode daarvoor. Maar dat de koers intussen toch alweer aan het dalen is. Of omgekeerd. Zeker bij een wat langere periode is dit scenario heel goed voorstelbaar.

Dergelijke foute conclusies willen we natuurlijk het liefst vermijden. Dat doen we door het gemiddelde van de slotkoersen van een aandeel of een index over een bepaalde periode te nemen.

Daarbij worden alle slotkoersen over die periode bij elkaar opgeteld. De uitkomst van deze optelsom wordt vervolgens gedeeld door het aantal koersen dat we bij elkaar opgeteld hebben. De fluctuaties in de slotkoers van dag tot dag vallen hierdoor tegen elkaar weg.

Als we dat iedere dag doen, krijgen we elke keer een ander getal. Achter elkaar gezet, vormen deze getallen een lijn, die het Voortschrijdend Gemiddelde (VG) wordt genoemd. Deze lijn geeft dus een afgevlakt beeld van het historische koersverloop. En kan daarom gezien worden als een trendlijn, die aangeeft of de koersontwikkeling over de betreffende periode stijgend, dalend of vlak is.

Waar het dus op neer komt is de vraag of de koers van een aandeel in een bepaalde periode overwegend naar boven of meer naar beneden aan het bewegen is. Achteraf is dat in de koersgrafiek natuurlijk heel eenvoudig en direct te zien. Maar dat is achteraf. En als belegger zouden we dat nu juist graag eerder weten. Zodat we er een positie op in kunnen nemen. Om zodoende mee te profiteren van een stijging. Of juist buiten schot te blijven bij een daling.

Chartered Financial Analyst

Chartered Financial Analyst

Chartered Financial Analyst

Een Chartered Financial Analyst (CFA) is een beleggingsprofessional die voldoet aan de (CFA) normen en competentie-eisen en die geslaagd is voor het CFA-examen. Een Chartered Financial Analyst wordt ook wel een CFA-titularis genoemd.

Chartered Financial Analyst: 3 examens

Om een Chartered Financial Analyst te worden, zullen kandidaten moeten slagen voor drie postuniversitaire niveau examens. De examens zijn gericht op portefeuillebeheer en ‘asset management’. De Chartered Financial Analyst-kandidaat zal doorgaans één examen per jaar moeten volgen.

Chartered Financial Analyst: breedte en diepte

Gezien de breedte en de diepte van onderwerpen, wordt de Chartered Financial Analyst algemeen beschouwd als een prestigieuze kwalificatie op het gebied van asset management (portefeuillebeheer).

Werkterrein Chartered Financial Analyst

De Chartered Financial Analyst werkt vaak voor een beleggings- of pensioenfonds, bank of een andere financiële instelling. Het werkterrein bestaat uit portefeuillebeheer, effectenanalyse of in de beleggingsadviessfeer. De Chartered Financial Analyst krijgt steeds meer erkenning en een hogere status in de asset management-sector, vergelijkbaar met de accountancy-sector.

Rationeel beleggen is veel slimmer

Rationeel beleggen

Rationeel beleggen

Door het combineren van de meest gebruikte kwantitatieve analysemethodes op de Euronext 100 en Next 150 signaleren we met behulp van geavanceerde software 1 maal per maand de 10 meest kansrijke aandelen. In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling grafisch weergegeven:

Met deze gloednieuwe strategie zou vanaf 2000 een gemiddeld jaarrendement van 14% zijn behaald, echter zonder dat daarvoor een hoog risico werd gelopen. Over de gehele periode vanaf 2000 daalde de AEX met gemiddeld 7%. Het resultaat van de Ratiomethode lag dus jaarlijks gemiddeld 21% (!) hoger dan dat van de Amsterdamse hoofdgraadmeter.

De speciaal ontwikkelde software speurt de Euronext 100 en Next 150 af, op zoek naar de beste combinatie van parameters. Maandelijks ontvangt u een overzicht van de Top-10, de Top-5 en de ‘La crème de la crème’ aandelen zodat u desgewenst een bredere spreiding of tussentijds wijzigingen kunt aanbrengen.

Ondermeer de volgende bewezen strategieën worden gecombineerd bij het selecteren van de laagstgewaardeerde en daardoor meest kansrijke aandelen:

Koers-winstverhouding (Waardestrategie)
Winstkwaliteit (Groeistrategie)
Dividendrendement (Dogs of the Dow)

Laffer Curve

De Laffer Curve

De Laffer Curve geeft de relatie weer tussen de belastingtarieven en de inkomsten die uit de belastingen worden behaald. De Curve werd bedacht door econoom Arthur Laffer.

Laffer Curve: omgekeerde U

De Laffer Curve wordt heeft de vorm van een omgekeerde U maar is niet gefixeerd. De Laffer Curve toont aan dat als belastingtarieven stijgen, de fiscale inkomsten zullen toenemen.

Laffer curve

In de grafiek loopt op de x as het belastingpercentage van 0% en 100%. Bij een belastingtarief van 0% gaan er geen gelden naar de overheid. Wanneer het belastingtarief 100% is, heeft een persoon geen prikkel om te werken (in ieder geval niet via de boeken) omdat al het geld moet worden afgedragen. Op een punt tussen 0% en 100% ligt het maximum voor de overheid waarop de belastinginkomen maximaal zijn.

Elke stijging van het percentage aan belasting, zal zorgen voor een een stijging van belastingopbrengsten. Na het optimum voor de overheid, zal de belastingopbrengst weer dalen ondanks de stijging van het belastingtarief. Wanneer de belastingdruk te hoog is in een land, dan kunnen de inkomsten voor de overheid weer toenemen door het tarief te verlagen.

Kritisch hoogtepunt

De belastinginkomsten bereiken een kritisch hoogtepunt, ‘T’ genoemd, wat de maximale hoeveelheid belastinginkomsten bij de maximale belastingtarieven aangeeft. Na dit punt zullen zowel de belastingtarieven als de inkomsten afnemen, maar wanneer dit punt precies wordt bereikt is moeilijk te voorspellen. Er is geen methode om dit objectief vast te stellen.

Het kritische hoogtepunt geeft het punt aan waarop burgers steeds minder bereid zijn om meer belasting te betalen. De locatie van het ‘T’-punt op de Laffer Curve is afhankelijk van de economische omstandigheden.

Ronald Reagan en Margaret Thatcher verlaagden in de jaren 80 daarom de belastingdruk. Deze politici waren van mening dat er eigenlijk altijd een te hoog belastingtarief is. In het Verenigd Koninkrijk namen de belastinginkomsten inderdaad toe. In Amerika daarentegen daalden de belastinginkomsten echter. De verklaring hiervoor is eenvoudig: in de VS was de belastingdruk laag en in Engeland werd meer belasting geheven.

In de VS zat men dus voor het hoogtepunt waardoor de inkomsten daalden en in de UK zat men dus voorbij het punt waarbij het percentage de maximale opbrengst opleverde.

Laffer ging er van uit dat hoe meer geld er van de bevolking en de bedrijven er werd geëist, hoe minder geld er geïnvesteerd werd, waardoor de economie niet groeit. Een bedrijf zal bij een hoge belastingdruk eerder het geld in het buitenland investeren dan in eigen land om het geld voor de aandeelhouders veilig te stellen. Werknemers hebben geen prikkel om meer en harder te werken. Er is dus voor ieder type belasting een eigen curve.

De kritiek op deze theorie is dat deze veel te eenvoudig is, en dat het verlagen van belasting niet automatisch zal leiden tot meer werkgelegenheid. Zeker omdat bedrijven steeds vaker investeren in techniek en minder mensen nodig hebben. Ook de veelgebruikte belasting ontwijkingsconstructies zoals de grote internationale bedrijven gebruiken, zorgen er voor dat deze theorie niet in alle gevallen meer eenvoudig is toe te passen.

Door hogere inkomstenbelasting tarieven, zullen mensen gestimuleerd worden om minder inkomsten uit arbeid en meer inkomsten uit beleggen te halen, zoals dividend en vermogensgroei.

 

Bèta

Bèta

Bèta is de tweede letter (β) van het Griekse alfabet. Deze wordt door beleggers gehanteerd om de volatiliteit van een aandeel of portefeuille te berekenen ten opzichte van de markt (de benchmark). Een uitleg in het Engels vind je hier op Wiki-pedia…

Bèta: mate waarin koers aandeel beweegt t.o.v. benchmark

De bèta geeft de mate weer waarin de koers van het aandeel beweegt ten opzichte van een index [benchmark]. Als de markt met bijvoorbeeld 10% stijgt of daalt, dan stijgt of daalt een aandeel of portefeuille met een β van 0,67 met 6,7%. De bèta van de markt/benchmark is per definitie 1,0. Een bèta van meer dan 1 is volatieler dan de totale markt. Daarentegen: een bèta lager dan 1 is minder volatiel dan de totale markt.

Bèta: risicogewogen maatstaf

Bèta, is net als alpha (α), een risicogewogen maatstaf gerelateerd aan een benchmark. Evenals alpha heeft bèta zijn oorsprong in het CAPM en de moderne portefeuilletheorie. Hierbij wordt het marktrendement van een portefeuille vergeleken met een ‘risicovrije’ marktrente of benchmark.

CAPM: Capital Asset Pricing Model

Het Capital Asset Pricing Model (CAPM) is een beleggingstheorie om de rendementseis te bepalen. Deze eis is opgebouwd uit een zogenaamd risicovrij rendement en een risico-opslag waarin het marktrisico besloten ligt.

APT: Arbitrage Pricing Theory

Arbitrage Pricing Theory (APT) is een (andere) theorie die gebruik maakt van meerdere bèta’s. APT modelleert overeenkomstige bèta’s voor elk APT-marktrisicofactor. APT wordt vaak als een alternatief ‘asset pricing model’ gezien ten opzichte van het Capital Asset Pricing Model. Dat wil zeggen: het Capital Asset Pricing Model specificeert rendementen als een lineaire functie van systematisch risico. Daarentegen specificeert de Arbitrage Pricing Theory rendementen als een lineaire functie van meer dan één factor.

Bèta berekenen met statistische softwarepakketten

Er zijn statistische softwarepakketten beschikbaar voor het berekenen van bèta’s. Ook houden beleggingsadviseurs soms een zogenoemd bèta-boek bij. Daarin kunnen ze de bèta’s opzoeken van bijvoorbeeld een individueel aandeel, een sector, beleggingsfondsen of een index.

Rationeel beleggen is veel slimmer

Rationeel beleggen: Bèta
Rationeel beleggen

We combineren de meest gebruikte kwantitatieve analysemethodes op de Euronext 100 en Next 150. Zo signaleren we met behulp van geavanceerde software 1 maal per maand de 10 meest kansrijke aandelen. In de bijgaande grafiek is de ontwikkeling grafisch weergegeven:

Met deze gloednieuwe strategie zou vanaf 2000 een gemiddeld jaarrendement van 14% zijn behaald. Echter zonder dat daarvoor een hoog risico werd gelopen. Over de gehele periode vanaf 2000 daalde de AEX met gemiddeld 7%. Daardoor bedroeg het resultaat van de Ratiomethode jaarlijks gemiddeld 21% (!) hoger dan dat van de Amsterdamse hoofdgraadmeter.

De speciaal ontwikkelde software speurt de Euronext 100 en Next 150 af, op zoek naar de beste combinatie van parameters. Maandelijks ontvangt u een overzicht van de Top-10, de Top-5 en de ‘La crème de la crème’ aandelen. Hiermee kunt u desgewenst een bredere spreiding aanbrengen. Bovendien kunt u ook tussentijds wijzigingen aanbrengen.

Ondermeer de volgende bewezen strategieën worden gecombineerd bij het selecteren van de laagstgewaardeerde en meest kansrijke aandelen:

Koers-winstverhouding (Waardestrategie)
Winstkwaliteit (Groeistrategie)
Dividendrendement (Dogs of the Dow)

Wilshire 5000 Index

Wilshire 5000 IndexWilshire 5000 Index is een brede index die in 1974 is geïntroduceerd door Wilshire Associates. Indertijd werden 5000 aandelen bijhouden, vandaar de naam Wilshire 5000 Index. Deze “total market index” bestaat inmiddels uit niet minder dan 6500 aandelen die in de VS worden verhandeld.

Wilshire 5000 Index meet prestatie Amerikaanse aandelen

De Wilshire 5000 Index is een veelomvattende markt gekapitaliseerd gewogen index, die poogt om de prestaties te meten van alle Amerikaanse aandelen. Middels de Wilshire 5000 Index kan dus ‘de polsslag’ van de gehele Amerikaanse markt worden gemeten.

Om te worden opgenomen in de brede Wilshire 5000 Index, moeten bedrijven een Amerikaans hoofdkantoor hebben. Ook dienen de aandelen van het fonds voornamelijk worden verhandeld op Amerikaanse beurzen. Het eigen vermogen dient te zijn samengesteld in de vorm van een REIT (Real Estate Investment Trust) of bijvoorbeeld gewone aandelen en is het noodzakelijk dat de aandelenkoersen (vrij) beschikbaar te zijn.

Wilshire 5000 Index op grote schaal gevolgd

De Wilshire 5000 Index wordt op grote schaal gevolgd door beleggers en de index staat ook wel bekend als de Dow Jones Wilshire 5000 Composite Index of de Dow Jones Wilshire 5000 Equity Index.

Wilshire 5000 Index voor het eerst gepubliceerd in 1975

De Wilshire 5000 Index werd voor het eerst in 1975 door Barron’s gepubliceerd. Hedentendage wordt de Wilshire 5000 Index nu vrijwel in alle belangrijke publicaties en mediabronnen gepubliceerd.

Rationeel beleggen is veel slimmer

Rationeel beleggen
Rationeel beleggen

Door het combineren van de meest gebruikte kwantitatieve analysemethodes op de Euronext 100 en Next 150 signaleren we met behulp van geavanceerde software 1 maal per maand de 10 meest kansrijke aandelen. In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling grafisch weergegeven:

Met deze gloednieuwe strategie zou vanaf 2000 een gemiddeld jaarrendement van 14% zijn behaald, echter zonder dat daarvoor een hoog risico werd gelopen. Over de gehele periode vanaf 2000 daalde de AEX met gemiddeld 7%. Het resultaat van de Ratiomethode lag dus jaarlijks gemiddeld 21% (!) hoger dan dat van de Amsterdamse hoofdgraadmeter.

De speciaal ontwikkelde software speurt de Euronext 100 en Next 150 af, op zoek naar de beste combinatie van parameters. Maandelijks ontvangt u een overzicht van de Top-10, de Top-5 en de ‘La crème de la crème’ aandelen zodat u desgewenst een bredere spreiding of tussentijds wijzigingen kunt aanbrengen.

Ondermeer de volgende bewezen strategieën worden gecombineerd bij het selecteren van de laagstgewaardeerde en daardoor meest kansrijke aandelen:

Koers-winstverhouding (Waardestrategie)
Winstkwaliteit (Groeistrategie)
Dividendrendement (Dogs of the Dow)

Day trader

TraderDay trader, oftewel daghandelaar in het Nederlands, is een handelaar die over het algemeen alle posities sluit voor het einde van de handelsdag. De day trader heeft geen zogenoemde ‘overnight posities’. Een daghandelaar zit dus aan het einde van de dag ‘glad’.

Day trader maakt korte ritjes

De day trader maakt veelal korte ritjes, waarbij vaak wordt ‘gescalpt’: er worden kleine winsten behaald. De opmars van (laagdrempelige) online discount brokers in de jaren ‘90 maakte het voor de particuliere belegger mogelijk om tegen lage kosten te handelen.

Professionele day trader

De professionele day trader, handelt in tegenstelling tot particuliere beleggers, intraday om er een voltijd inkomen uit te halen. De professionele day trader kan doorgaans veel goedkoper handelen dan particuliere beleggers, doordat de transactiekosten van online brokers wordt omzeilt. De professionele day trader plaatst doorgaans orders via een direct handelsplatform c.q. elektronisch communicatienetwerk, in Amerika een ECN genoemd.

Focus professionele day trader

De professionele daghandelaar kan gefocust zijn op een bepaalde (niche) markt, zoals een commodity (goud, zilver et cetera), enkele aandelen of een bepaalde sector.

Day trader verhoogt liquiditeit

Een (professionele) day trader verhoogt de liquiditeit van de markt, doordat hij voortdurend koop- en verkooporders inlegt. Daardoor kan het verschil tussen de bied- en laatkoers (bid-ask spread) kleiner worden.

ProtectiePortefeuille

De afgelopen jaren waren niet het makkelijkste voor beleggers. Sinds 2008 is de AEX ongeveer gehalveerd. Toch hebben wij en onze abonnees van de ProtectiePortefeuille een mooi rendement behaald in deze periode.

Door zowel shortposities als long middels Turbo’s, Speeders en Sprinters, is het resultaat fors gestegen. Een goede strategie is dus van grote waarde. Gelukkig staan de kosten van een abonnement op de ProtectiePortefeuille in geen relatie tot de opbrengsten.

U kunt ook profiteren van de ontwikkelingen van obligaties, edelmetalen en/of uw portefeuille beschermen. Met een abonnement op deze modelportefeuille ontvangt u direct onze informatie.

Kijk op https://beleggen.com/protectieportefeuille voor meer informatie.

Weduwen- en wezenfonds

weduwen-en wezenfonds

Royal Dutch Shell Nederlands: Weduwen- en wezenfonds

Weduwen- en wezenfonds

Weduwen- en wezenfonds is naam voor een onderneming die een (relatief) laag risico kent en daarnaast structureel hoge dividenden uitkeert. Het aandeel van een dergelijke onderneming kent doorgaans een lagere volatiliteit (beweeglijkheid) in vergelijking met de totale aandelenmarkt. De zogenoemde bèta is lager.

Dit soort fondsen kun je ook wel scharen onder ‘plankleggers’ of ‘trommelpapier’. Deze waardepapieren leg je op de plank neer of stop je in een koektrommel om er nooit meer naar te kijken. Royal Dutch Shell, oftewel Koninklijke Olie, is ook een weduwen- en wezenfonds.

Veilige haven

Een weduwen- en wezenfonds wordt ook wel als een veilige haven gezien, vanwege het (relatief) lage marktrisico en handhaving van dividenduitkeringen zowel gedurende goede, als mindere economische omstandigheden.

Term in 1930 geïntroduceerd

De term weduwen- en wezenfonds deed voor het eerst zijn intrede in de jaren ’30 van de 20ste eeuw. Een weduwen- en wezenfonds is als het ware geschikt geacht als een belegging voor weduwen en wezen. Daarmee werd dus het inkomen voor de weduwen en wezen als het ware veiliggesteld.

Typisch weduwen- en wezenfonds

Een typisch weduwen- en wezenfonds wordt ook wel gekenmerkt als een aandeel van een volwassen onderneming. Daarnaast heeft de onderneming een leidend marktaandeel heeft in een niet-cyclische sector. Een klassiek voorbeeld van een weduwen- en wezenfonds, is een onderneming uit de nutssector, zoals water en energie. Dergelijke fondsen voldoen prima aan een aantal criteria: een sterke positie als marktleider, met een hoog dividendrendement. Zoals we bovenaan ook al meldden: vinden we Royal Dutch Shell ook een mooi aandeel. Unilever zou je er wellicht aan kunnen toevoegen.

Nederlands weduwen- en wezenfonds

Royal Dutch Shell (Koninklijke Olie) wordt in Nederland gezien als een weduwen- en wezenaandeel. In 2012 was RDS zelfs de grootste onderneming qua omzet (circa $ 480 miljard ). Inmiddels is dit oliefonds afgezakt richting plaats 6. Zie Wikipedia……

Royal Dutch Shell  heeft nog nooit (tot het moment van publiceren) het dividend verlaagd, laat staan gepasseerd. Veelvuldig hebben we een optiestrategie losgelaten op Royal Dutch Shell…

Rationeel beleggen is veel slimmer

RatioPortefeuille Weduwen- en wezenfonds

Door het combineren van de meest gebruikte kwantitatieve analysemethodes op de Euronext 100 en Next 150 signaleren we met behulp van geavanceerde software 1 maal per maand de 10 meest kansrijke aandelen. In bovenstaande grafiek is de ontwikkeling grafisch weergegeven.

Met deze strategie zou vanaf 2000 een gemiddeld jaarrendement van 14% zijn behaald, echter zonder dat daarvoor een hoog risico werd gelopen. Over de gehele periode vanaf 2000 daalde de AEX met gemiddeld 7%. Het resultaat van de Ratiomethode lag dus jaarlijks gemiddeld 21% (!) hoger dan dat van de Amsterdamse hoofdgraadmeter.

De speciaal ontwikkelde software speurt de Euronext 100 en Next 150 af, op zoek naar de beste combinatie van parameters. Maandelijks ontvangt u een overzicht van de Top-10, de Top-5 en de ‘La crème de la crème’ aandelen zodat u desgewenst een bredere spreiding of tussentijds wijzigingen kunt aanbrengen.

Ondermeer de volgende bewezen strategieën worden gecombineerd bij het selecteren van de laagstgewaardeerde en daardoor meest kansrijke aandelen:

Koers-winstverhouding (Waardestrategie)
Winstkwaliteit (Groeistrategie)
Dividendrendement (Dogs of the Dow)

Aandeleninkoopprogramma

Aandeleninkoopprogramma

Aandeleninkoopprogramma is een programma dat een onderneming start om (eigen) aandelen in te kopen.

Bij een aandeleninkoopprogramma koopt een bedrijf eigen aandelen in middels overtollige liquiditeiten. Na de voltooiing van het programma, heeft een onderneming de keuze om de ingekochte aandelen aan te houden of in te trekken.

Aandeleninkoopprogramma in plaats van dividenduitkering

Aandeleninkoopprogramma

Aandeleninkoopprogramma

Er zijn velerlei redenen denkbaar voor een onderneming om een aandeleninkoopprogramma te starten. Een bedrijf kan een kapitaaloverschot aanwenden om eigen aandelen in te kopen, in plaats van dividenden uit te betalen. Een andere reden kan zijn dat het bestuur meent dat het aandeel (te) laag is gewaardeerd.

Aandeleninkoopprogramma aangekondigd

Het bestuur van een onderneming kondigt normaliter een aandeleninkoopprogramma aan. Daarbij geeft het bestuur een indicatie van het bedrag dat aan het programma zal worden besteed en niet het aantal aandelen dat wordt ingekocht. Het aantal aandelen dat een onderneming zal inkopen, is dus afhankelijk van de geldende aandelenkoers bij inkoop.

Positief signaal aandeleninkoopprogramma

Doorgaans zien beleggers het starten van een dergelijk inkoopprogramma als een positief signaal. Beleggers menen dan dat een onderneming blijk geeft van vertrouwen in de toekomst. Het bedrijf zal eerder geneigd zijn tot aankondigen van een aandeleninkoopprogramma als het meent dat de aandelen laag gewaardeerd zijn.

Winst per aandeel hoger

Een andere positieve reden van het opkopen van eigen aandelen kan zijn, is dat de winst per aandeel hoger uitvalt. Doordat de winst over minder aandelen verdeeld hoeft te worden, kan (ook) de dividenduitkering per aandeel hoger zijn. Dit zal menig belegger als muziek in de oren klinken.

Hierdoor wordt de waardering van het aandeel aantrekkelijker op basis van bijvoorbeeld dividendrendement en winstratio’s per aandeel. Dit is echter alleen het geval als de onderneming de ingekochte aandelen van de beurs haalt, dus als de aandelen niet meer op de balans staan. Als aandelen niet meer op de balans staan, hebben deze aandelen geen recht meer op dividend.

Geld niet roekeloos aangewend

Een onderneming die eigen aandelen inkoopt en dus geen rare dingen doet met overtollige liquiditeiten, kan positief worden opgevat. Als er veel geld beschikbaar is, kunnen bestuurders wel eens overgaan tot (veel te dure) overnames of geldverslindende projecten. Als er minder geld beschikbaar is, kijkt het bestuur waarschijnlijk kritischer naar projecten en/of overnames. Bestuurders hebben blijkbaar dergelijke prikkels nodig.

Negatief signaal aandeleninkoopprogramma

Het kopen van eigen aandelena kan echter ook als negatief worden opgevat. De kosten van aandeleninkoopprogramma’s kunnen aanzienlijk oplopen, wat ten koste gaat van de winst. Beleggers houden er natuurlijk niet van als de onderneming (onnodige) kosten maakt.

Zwaktebod

Een ander negatief effect is dat het geld dat is aangewend ter inkoop van aandelen, niet meer kan worden besteed aan dividenden of andere interessante, winstgevende projecten of overnames. Beleggers zien dit ook veelal als een zwaktebod, aangezien de directie van een onderneming geen investeringsalternatieven ziet. Een goed voorbeeld van levensmiddelenproducent Unilever dat eind jaren ’90 een superdividend uitkeerde aan aandeelhouders. Niet kort daarna ging Unilever weer met de pet rond bij aandeelhouders om geld op te halen voor een supergrote overname.