De gevaarlijke visie van Nobelprijswinnaar Stiglitz

Het was ietwat bevreemdend dat Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de voorbije dagen na een persconferentie in Londen, in de media opgevoerd werd als een held en een profeet (De Tijd 13/02: “De bankencrisis was peanuts. Er staat ons nog erger te wachten”). De reden van die bewieroking was blijkbaar dat hij de huidige crisis voorspeld had, alhoewel hij dit wapenfeit moet delen met tal van andere bekende namen, zoals onder meer Peter Schiff (EPC), Ken Rogoff (Harvard), Nouriel Roubini (NY University), Wynne Godley (Cambridge), Bernard Conolly (AIG), Stephen Roach (ex Morgan Stanley) Jim Rogers (economisch expert), Ron Paul (gewezen presidentskandidaat VS) en nog vele anderen.

Of kwam hij wellicht zo uitgebreid aan bod, omdat hij het aandurft een nog grotere depressie te voorspellen tegen einde dit jaar, tenzij… de overheden zijn aanbevelingen zouden opvolgen. En hier wordt het boeiend, maar naar onze mening tevens uiterst gevaarlijk.

Doctrine

Zijn aanbeveling formuleert hij onder de vorm van wat hij noemt de Krugman-Stiglitz-doctrine, die er op neer komt dat de overheden de crisis te lijf moeten gaan door er nog veel meer bijgedrukt geld tegenaan te gooien. Als die aanbeveling zou worden gevolgd, dan zal naar onze mening zijn tweede voorspelling waarschijnlijk wel uitkomen en is een totale instorting inderdaad niet te vermijden. Stiglitz zou toch moeten weten, dat de huidige crisis juist is ontstaan als gevolg van de overdreven geldcreatie door de overheid via de centrale banken.

Alan Greenspan heeft als voorzitter van de Fed (Amerikaanse centrale bank) door die geldcreatie, de intrestvoeten naar beneden gemanipuleerd, lager dan ooit in 50 jaar. Geen wonder dat er een explosie volgde aan kredietverlening en investeringen (vooral in vastgoed). De extreem lage rentevoeten waren een nooit geziene (maar risicovolle) buitenkans voor de burgers en de bedrijven om zich zwaar in de schulden te steken.

Deze geldcreatie en kredietverlening werden aangemoedigd door de overheden, omdat zij er een middel in zagen om de economie blijvend te stimuleren. Het is dus zeker fout hiervoor de vrije markt en het kapitalisme verantwoordelijk te stellen. Wanneer daarna de rentevoeten terug stegen naar het marktniveau, bleek dat een groot deel van deze kredieten niet meer konden worden terugbetaald en het op krediet gebouwde luchtkasteel stortte in elkaar. Als Stiglitz nu voorstelt dat er nog meer geld in de economie moet worden gepompt, dan lijkt dit wel hetzelfde als aan een drankverslaafde elke dag een fles whisky als geschenk geven.

Zoals economen van de “Oostenrijkse school” trouwens hebben aangetoond, kan bijgedrukt geld nooit tot een stimulering van de economie leiden, maar kan deze wel doen instorten. Geld heeft enkel maar waarde als het verdiend wordt door de productie van goederen en diensten. De arbeiders en bedienden in de ondernemingen die elke maand hun loon ontvangen, hebben hiervoor producten vervaardigd en diensten geleverd, die aan de samenleving beschikbaar worden gesteld en die dus het waardepatrimonium van onze samenleving hebben vergroot. Het is met het geld dat zij hiervoor als loon hebben ontvangen, dat zij deze producten en diensten kunnen kopen. Dit geld heeft een waarde, namelijk de waarde van de geproduceerde goederen en diensten.

Daarentegen, geld dat door de overheid wordt bijgedrukt, is niet afkomstig van waardecreatie. Het heeft met andere woorden geen tegenwaarde gecreëerd en is dan ook waardeloos. Als dit geld wordt uitgegeven aan voorheen geproduceerde goederen en diensten, dan komt dit neer op diefstal. Men onttrekt waarde aan de economie en geeft niets in de plaats, waardoor verarming ontstaat. Dit is het probleem waar Japan sedert 1989 mee geconfronteerd wordt. In de jaren ’90 heeft Japan 10 stimuleringspakketten gelanceerd voor een totale waarde van meer dan 100 biljoen yen, maar dit heeft geen enkele beterschap gebracht.

De groei van het nominale BBP was negatief tussen 1998 en 2002. Toch is Japan doorgegaan met nieuwe steunmaatregelen sedert 2000, evenmin met succes. De Japanse beursindex die in 1989 schommelde rond 40.000 is sindsdien terechtgekomen in een lange neerwaartse trend en noteert nu nog slechts circa 10.000 punten. De Japanse overheidsschuld is opgelopen tot een gigantische 189% van het BBP. De Krugman-Stiglitz-doctrine, gebaseerd op de Keynesiaanse ideologie, kon niet beter haar mislukking bewijzen.

Gezondmaking

Niet alleen Japan, maar ook de VS en enkele Zuidelijke Europese staten zijn op het verkeerde pad. De raadgevers van President Obama behoren tot het Keynesiaanse kamp. Lawrence Summers, directeur van de nationale economische raad, Christina Romer, voorzitter van economische adviseurs en Timothy Geithner, minister van Financiën, zijn aanhangers van de Krugman-Stiglitz-doctrine.

Het stimuleringspakket van meer dan $ 800 miljard in de VS heeft geen soelaas gebracht, maar heeft wel de werkloosheid doen stijgen tot 10% van de beroepsbevolking en zadelt dit land op met een begrotingstekort, dat voor dit jaar geraamd wordt op meer dan 15% van het BBP, terwijl de overheidsschuld reeds opgeklommen is tot 84% van het BBP, het hoogste peil dat ooit bereikt werd sedert de tweede wereldoorlog (1940-45). In Griekenland, Spanje, Italië en Portugal heeft een expansief monetair beleid de euro in moeilijkheden gebracht. In Spanje zal de werkloosheid dit jaar oplopen tot 20% van de beroepsbevolking, het begrotingstekort beloopt er 15% van het BBP.

Het is duidelijk dat de huidige crisis op een andere manier moet worden aangepakt. De economen van het wereldvermaarde “Mises Institute” hebben er al herhaaldelijk op gewezen, dat de doctrine neergeschreven door Hayek, Nobelprijswinnaar economie in 1974 alle ingrediënten bevat, die ons uit de crisis kunnen helpen. Wat volgens deze economen thans nodig is, is minder consumptie en meer kapitaalopbouw.

Om die kapitaalopbouw mogelijk te maken, moet er eerst meer gespaard worden. Elke econoom zou inderdaad moeten weten, dat sparen = investeringen. Het zijn de investeringen die via het spaargeld de economie van nieuw kapitaal kunnen voorzien. Begrotingen in evenwicht zijn een andere noodzakelijke voorwaarde. De omvang van de overheid moet afgeslankt worden tot op het bot, zodat de privé-sector de bespaarde gelden kan aanwenden voor de opbouw van de kapitaalstructuur van de economie.

Begrotingsevenwichten mogen dan ook niet bereikt worden door belastingverhogingen, maar door een vermindering van de overheidsuitgaven. Hopelijk worden een volgende maal economen van de Hayek-doctrine door de media voor het voetlicht geplaatst, in plaats van Nobelprijswinnaars, waarvan de leer tot dusver alleen maar onheil heeft gebracht.

Willy De Wit, Medewerker bij de onafhankelijke economische denktank WorkForAll 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.