De keerzijde van passief beleggen in obligaties

Begin februari schreef ik een column over de te grote focus op de kosten bij het beleggen. Er wordt helaas veel onzin verkocht door de lobbyisten van indexfondsen (trackers). Ik kreeg veel reacties. Eerst waren het Alex en BinckBank bij het beleggen, nu is het Brand New Day bij het banksparen voor je pensioen. De marketing van deze bedrijven draait maar om één ding: lagere kosten (en zelf doen). In mijn column van begin februari heb ik hier fel tegen geageerd.

Ja, kosten zijn belangrijk bij het beleggen, maar er zijn twee zaken nog belangrijker: rendement en risico’s. Ondanks de lagere transactiekosten bij BinckBank en Alex maakt 90% van de cliënten daar verlies met beleggen. Dit zegt genoeg over de kostenbijziendheid van veel beleggers.

Ik heb veel reacties gekregen op mijn vorige column. Laten we vooropstellen dat de meeste reacties positief waren, maar er waren er ook die meenden dat ik te fel ageerde tegen indextrackers, iemand beweerde zelfs dat ik niets van beleggen begreep omdat ik indextrackers zou verwerpen.

Dat ik trackers onzinnige producten zou vinden, heb ik nooit beweerd en zo’n reactie is typisch een voorbeeld van slecht lezen. Trackers kunnen wel degelijk een functie hebben bij beleggen. Sterker nog, ook wij gebruiken die bij het beheer voor onze cliënten. Maar trackers zijn niet de heilige graal en moeten met kennis en beleid worden ingezet.

Ik zal een aantal voorbeelden geven, dat aantoont dat we in bepaalde beleggingssegmenten voorzichtig moeten zijn bij het inzetten van trackers. Het uiteindelijk te behalen rendement hangt bijvoorbeeld af van het kiezen van de juiste index/benchmark.

Wetenschappers hebben recent gewaarschuwd tegen het gevaar om standaardobligatieindices te volgen. De meeste indices zijn namelijk marktkapitalisatiegewogen. Voor aandelen wil dit zeggen dat die aandelen die het grootst op de beurs zijn, het zwaarst wegen in een index. Voor obligaties geldt dat de grootste schuldenaren het zwaarst wegen in de index.

Wie dus een obligatieindex volgt, belegt met de automatische piloot in landen en bedrijven die de meeste schulden hebben uitstaan. Dat zijn logischerwijs niet altijd de beste beleggingen. Onderstaand een voorbeeld van een grote bekende staatsobligatietracker: de iShares S&P Citigroup International Treasury Bond Fund (bron: Indexuniverse).

iShares

Dit is een tracker die is uitgegeven voor Amerikaanse beleggers die ‘exposure’ zoeken naar buitenlands (dus niet-Amerikaans) staatspapier van ontwikkelde landen. Deze index belegt voor bijna 25% in Japanse staatsobligaties. Daarnaast hebben ook andere probleemlanden als Italië, Griekenland en België een hoge weging.

Zou u in deze tracker willen beleggen? Nee, ik zeker niet, althans niet op dit moment. Het kan wellicht interessant zijn als de problematiek van de overheidstekorten minder wordt, als landen als Italië en Griekenland bezuinigen en er geen onzekerheid meer is over een eventueel niet nakomen van de verplichtingen.

In dat laatste geval is het echter goed te realiseren dat we een actieve beslissing nemen. Dit zijn op lange termijn de belangrijkste en moeilijkste beslissingen, waar veel beleggers de mist in gaan. Bij dit soort tactische beslissingen ligt op lange termijn het meeste rendement (of verlies). Hier moet de belegger zijn stuurmanskunst aantonen. Wie niet kan autorijden (beleggen), heeft niets aan een goedkope auto (tracker). Maar dit even terzijde.

De hier genoemde tracker zou ik voor een ‘buy-and-hold’-portefeuille voor de lange termijn nooit kopen. Dan zoek ik liever een actieve beheerder die met goed risicomanagement voor mij de beste staatsleningen uitzoekt. Het is een belangrijke taak van de actieve beheerder de grootste potentiële probleemgevallen (zoals bijvoorbeeld Griekenland) uit mijn portefeuille te houden.

De bekende wetenschapper Rob Arnott gaf recent in een interview op Indexuniverse aan dat de standaardobligatie-indices onzinnig zijn om in te beleggen. Hieronder geef ik een belangrijke passage uit dit interview (hij belegt liever op basis van fundamenteel gewogen indices, maar dat is een discussie die ik nu even aan mij voorbij laat gaan):

Arnott: “There are two problems with existing bond indexes. First, they include a lot of bonds that hardly trade, so you simply cannot replicate most bond indexes..….. The second thing that’s wrong with them is, why on earth would you want to own more bonds from a country or company just because it has more debt? The fallacy of that is self-evident.

Het eerste argument Arnott kwam ook naar voren in een onderzoek van JP Morgen naar de effectiviteit van veel trackers. Vooral in de minder liquide markten bleken die in 2009 veel indices helemaal niet bij te kunnen houden. De SPDR Barclays Capital High Yield Bond ETF had maar liefst 13% minder rendement dan de index (50,5% versus 63,50%).

Dit kwam omdat het meeste rendement werd behaald door die ‘high yield’-obligaties die het lastigst te verhandelen waren. Het is dus blijkbaar ook nog belangrijk welke indextrackeraanbieder je volgt. Sommige, bijvoorbeeld grotere aanbieders zijn niet altijd in staat minder liquide instrumenten te kopen, wat in segmenten als ‘high yield’ en ‘emerging market debt’ regelmatig tot afwijkingen leidt.

Harry Geels, Inmaxxa

 

Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.