De nalatenschap van Charles Dow

De nalatenschap van Charles Dow bestaat uit twee wapenfeiten. Het eerste wapenfeit van Charles Dow betreft de opbouw en oprichting van de Dow Jones-index. Charles Dow was namelijk tezamen met Edward Jones en Charles Bergstresser medeoprichter van de Dow Jones-index. Nu zult u zich misschien afvragen waarom de bekende index de naam draagt van slechts twee van de drie oprichters. In de aanloop naar het ontstaan van de nieuwe index  zorgde Charles Bergstresser er persoonlijk voor dat zijn naam niet verleend werd aan de index; vandaar de uiteindelijke naam ‘Dow Jones-index’.

Charles Dow bedacht in 1884 een simpele formule voor het construeren van een index: men telt de koers van een aantal aandelen op en deelt deze door het aantal aandelen. De eerste index die Charles Dow zo construeerde bevatte bijna uitsluitend spoorwegaandelen. Enige tijd later werden de niet-spoorwegaandelen hier uitgefilterd en zo ontstond in feite de eerste sectorindex. Charles Dow heeft met zijn aandelengemiddelden beoogd om beter inzicht in de effectenmarkt te creëren voor buitenstaanders.

Charles Dow and Edward Jones

bron:

Op 26 mei 1896 werd een nieuwe index samengesteld uit twaalf aandelen uit verschillende sectoren: de Dow Jones-index was geboren. De eerste notering met deze twaalf fondsen sloot op 40,94 punten. Op 4 oktober 1916 werd het aantal fondsen verhoogd naar twintig en in 1928 werd dit aantal verder uitgebreid naar het huidige aantal van dertig. Van Charles Dow’s oorspronkelijke twaalf fondsen heeft er nog slechts één een notering: General Electric.

Aandelensplitsingen en andere beurscorrecties maakten het op een gegeven moment onmogelijk om de juiste waarde van de index te bepalen. Er werd een factor in het leven geroepen om de verhoudingen binnen de index realistischer weer te geven. Men telt nog altijd de dertig koersen op, maar nu deelt men ze door deze factor.

Het opvallende is dat de samenstelling van de Dow Jones-index niet bepaald wordt door de beurskapitalisatie van een fonds, maar door de journalisten van de Wall Street Journal. Zij kiezen de meest toonaangevende bedrijven uit de verschillende sectoren. De samenstelling van de index verandert echter zelden.

Het gevolg van de simpele formulering van de Dow Jones-index is dat deze niet de juiste afspiegeling is van de Amerikaanse economie. Bedrijven met een hoge beurskapitalisatie zijn namelijk niet sterker vertegenwoordigd dan bedrijven met een lage beurskapitalisatie. Het gewicht van een fonds in een index hangt namelijk simpelweg af van de koers van het fonds. Het aantal uitstaande aandelen wordt in deze berekening niet meegenomen. Hierdoor kan het dus voorkomen dat een fonds met een lage beurskapitalisatie een groter gewicht heeft in de Dow Jones-index dan een fonds met een hoge beurskapitalisatie. Zo heeft United Technologies bijvoorbeeld met een slotkoers op vrijdag 3 november 2006 van $ 63,97 een groter gewicht in de index dan een gigant als General Electric met $ 34,77. De Dow Jones-index is in tegenstelling tot bijna alle andere indexen een ongewogen gemiddelde.

Daarnaast is de selectie van de fondsen van de index geen representatieve maatstaf voor de Amerikaanse economie: er bestaat geen één-op-één relatie tussen de dertig meest toonaangevende bedrijven uit de verschillende sectoren en de dertig grootste en daarmee belangrijkste. Een index die bestaat uit de dertig grootste bedrijven, waarbij het gewicht in de index dat per fonds wordt toegekend afhangt van het procentuele aandeel van haar beurskapitalisatie in de totale beurskapitalisatie van de dertig fondsen, zou representatiever zijn voor de Amerikaanse economie.

De zes principes van Charles Dow

Het tweede wapenfeit van Charles Dow is zijn theorie over beursgedrag, die hij uiteenzette in krantenartikelen in de jaren 1900 tot 1902. Deze beurstheorie van Charles Dow bestaat uit zes basisprincipes.

  1. Het eerste basisprincipe is dat de beurs altijd gelijk heeft. Hiermee wordt bedoeld dat alle informatie tot uiting komt in de koers van een fonds. Dit betreft ten eerste informatie die het algemene beurssentiment beïnvloedt en daarmee de koers van het fonds. Ten tweede gaat het om bedrijfsnieuws (bijvoorbeeld de jaarcijfers) van het fonds. Ten slotte zou ook de psychologische stemming tot uiting komen in de koersvorming van het fonds.
  2. Het tweede basisprincipe betreft de trendmatigheid van de koersen. De markt kent drie trends. De belangrijkste hiervan is de primaire- of  langetermijntrend. Dit is de trend over één of meerdere jaren. De secundaire of tijdelijke trend duurt enkele maanden en kan tegengesteld gericht zijn aan de primaire trend. Ten slotte worden kleinere trends erkend, die slechts enkele dagen tot 2 à 3 weken duren.
  3. Het derde basisprincipe gaat verder in op de trendvorming. De primaire trend wordt ingedeeld in drie fases. De eerste fase van de opwaartse primaire trend is de accumulatiefase. In deze fase beginnen beleggers posities in te nemen. In de tweede fase wordt de trend duidelijker zichtbaar. Bedrijfswinsten beginnen te stijgen en het economisch klimaat wordt gunstiger. Tijdens de eindfase, ook wel distributiefase genoemd, draait de economie goed en worden recordwinsten gerapporteerd. Bijna alle beleggers gaan mee in de trend. Er is echter al een aantal beleggers dat posities begint af te bouwen. De distributiefase gaat na enige tijd over in de eerste fase van de neerwaartse primaire trend.
  4. Volgens het vierde basisprincipe is er pas sprake van een stabiele trend als meerdere indices van eenzelfde land in dezelfde richting bewegen.
  5. Het vijfde basisprincipe geeft aan dat een stijgende trend pas wordt bevestigd wanneer de volumes op dagen van stijgende koersen hoger liggen dan op dagen van dalende koersen. Omgekeerd bevestigen hogere volumes op dagen van dalende koersen een dalende trend.
  6. Het zesde basisprincipe zegt dat een stijgende trend intact blijft zolang de vorige top gevolgd wordt door een hogere top. Als de vorige top niet meer bereikt wordt, is het met de stijgende trend gedaan. Omgekeerd geldt dit ook voor een dalende trend.

Voor wat betreft het eerste wapenfeit van Charles Dow kunnen we concluderen dat hij met zijn aandelengemiddelden beter inzicht heeft gegeven in de effectenmarkt. ‘Zijn’ Dow Jones-index is echter geen representatieve maatstaf voor de Amerikaanse economie. Desondanks blijft de Dow Jones Industrial Average toonaangevend in de wereld. Met zijn tweede wapenfeit heeft hij een eerste aanzet gegeven voor de huidige technische analyse.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.