Dogs of the Dow

Eind jaren negentig schonken beleggers nauwelijks aandacht aan het dividend. Maar nu de gouden beurstijden voorbij zijn, is het dividendrendement opnieuw een voornaam koopargument. Studies tonen aan dat het kopen van dividendrijke aandelen beter rendeert dan een indexbelegging van de Dow Jones. In Amerika zijn de dogs of the Dow enorm populair. Banken bieden er beleggingsfondsen aan waarmee de tien aandelen met het hoogste dividendrendement uit de Dow Jones in één klap gekocht kunnen worden. In Europa blijft het aanbod, uitzonderingen daargelaten, beperkt tot beleggingsfondsen die een voorliefde hebben voor dividendrijke aandelen. Nochtans, de populaire dividendstrategie is in Europa niet onverdienstelijk.

Er zijn beleggers die het dividend ervaren als een bijkomstigheid, terwijl anderen het zien als een harde waarderingsmaatstaf en de toekomstige winstuitkeringen verdisconteren. Hoe dan ook, het dividendrendement is het rendementspercentage van de uitgekeerde winst. Elk bedrijf heeft een winstoogmerk. Maar jonge bedrijven betalen doorgaans geen dividend om in hun financieringsbehoefte te kunnen voorzien. Langer bestaande ondernemingen gebruiken een deel van de winst voor de aankoop van nieuwe gebouwen, de financiering van overnames of de ontwikkeling van nieuwe producten en technologieën en keren een gedeelte uit aan de aandeelhouders. Wanneer een ondernemin

g onvoldoende winstgevend is, wordt het dividend gekort of zelfs gepasseerd. Een dergelijke maatregel is vaak een teken dat het leed nog niet geleden is.

Bedrijven die een hoog dividend uitkeren, zijn waardeaandelen. Bedrijven die de eventuele winst (grotendeels) investeren in groeikansen, worden gezien als groeiaandelen. Volgens de beleggingstheorie zijn dividend en koerswinst sowieso hetzelfde. Een onderneming die een dividend van één euro uitkeert en vlak voordat het aandeel ex-dividend gaat, tien euro noteert, moet na de dividendbetaling negen euro waard zijn. Per saldo wordt u er niet rijker of armer van. Maar in de praktijk verschilt het koersverlies nogal. Op of rond de dag voor de betaalbaarstelling presenteren (buitenlandse) bedrijven namelijk veelal belangrijke resultaten en verwachtingen. Komt het management tijdens de presentatie met een minder fraai verhaal naar buiten, kan het aandeel harder wegzakken dan verwacht. Andersom daalt het aandeel minder hard of stijgt het zelfs als de toekomstvooruitzichten rooskleurig worden afgeschilderd.

The dogs of the Dow

Hoewel John Slatter de dogs of the Dow ontwikkelde, verwierf de waardestrategie vooral bekendheid door de klassieker Beating the 


Dow. Michael O’Higgins laat hierin zien hoe de beurs op een eenvoudige wijze kan worden geklopt. Beleggers die deze strategie toepassen, selecteren uit de dertig aandelen tellende Dow Jones de tien met het hoogste dividendrendement en houden ze een jaar lang vast. De laatste dertig jaar waren de dogs goed voor een gemiddelde winst van tien procent, terwijl de Dow Jones slechts zeven procent steeg. De dogs of the Dow staat ook bekend als de Dow10 en in Beating the Dow presenteerde O’Higgins hierop een aantal varianten waarvan BTD5 de bekendste is. Dit is de strategie waarbij de vijf laagst geprijsde aandelen uit de Dow10 worden gekocht. Een dergelijke werkwijze leverde gemiddeld twaalf procent op.

Waardebeleggers zijn in feite contraire beleggers, die ervan overtuigd zijn dat de koersdaling onterecht is en dat de onderneming in kwestie bij machte is om het tij te keren. Professor Siegel stelt in Stocks for the Long Run dat het optimisme en pessimisme op de beurs veelal op los zand gebouwd is, waardoor beleggers die tegen de trend ingaan op termijn wel varen. Temeer daar bedrijven zelden aan hun dividend tornen, zijn dividendrijke aandelen vaak aandelen die beleggers om één of andere reden tijdelijk uit het oog hebben verloren. À propos, aandelen die het behoorlijk slechter doen dan de markt krijgen op Wall Street het predicaat dog, de Engelse term voor achterblijver, opgelegd.

The Motley Fool

De fraaie beleggingsresultaten van de dogs of the Dow zetten David en Tom Gardner eraan toe om te onderzoeken of zij nog hogere rendementen uit de dogs kunnen halen. Het duo, dat het brein is achter de internetsite Fool.com, was geïntrigeerd door de koersontwikkeling van de twee goedkoopste aandelen uit de Dow10. Enerzijds omdat het laagst geprijsde aandeel veelal teleurstelde en anderzijds omdat het een na goedkoopste aandeel vaak bovengemiddeld presteerde. De hofnarren ontwikkelden hierop de Motley Foolish Four, MF4, dat qua prijs het goedkoopste aandeel uit de selectie weert en aan het op één na laagst geprijsde aandeel een dubbel gewicht toekent. De laatste dertig jaar leverde deze aanpak gemiddeld dertien procent op. Dus, beter dan de Dow Jones, BTD5 of de Dow10.

Het succes van de Motley Fool was menig academicus en professionele belegger een doorn in het oog. Het kon toch niet zijn dat een dergelijk eenvoudige strategie de beurs klopt? De werking van financiële markten is toch te complex om het in een simpele formule te gieten? En ja hoor, in 1996 kon de professie weer opgelucht ademhalen. In Mining Fools Gold bewijzen Grant McQueen en Steven Thorley dat de prachtige rendementen het gevolg zijn van data-mining. Frappant is wel dat de hoogleraars de gebroeders Gardner verwijten dat zij te veel met historische koersgegevens stoeiden en dat, om dit te kunnen aantonen, zijzelf nog verder in de tijd teruggingen! Om een lang verhaal kort te maken: in reactie op de academische stellingname voerden zij een tegenonderzoek uit waaruit bleek dat hun Foolish Four 133 basispunten beter rendeerde dan de professoren hadden berekend. Desondanks zette de Motley Fool in december 1999 een punt achter de MF4.

Eurovisie

Om te achterhalen in welke mate het dividendbeleggen in Europa werkt, worden de verschillende waardestrategieën op de indexleden van de Dow Jones Euro Stoxx 50 getest. Als startdatum wordt hiervoor het jaar 1996 gekozen, waardoor het onderzoek goede en slechte jaren bevat.

Eurovisie

In de eerste helft van 2005 sprokkelden de Europese dogs, ES10, 9,5 procent bijeen. Dit is 167 basispunten beter dan de index. De strategie waarbij de vijf aandelen met het hoogste dividendrendement, ES5, worden gekocht, leverde 12,6 procent op. Het beleggingsresultaat van BES5, de vijf laagst geprijsde aandelen uit de ES10, is in het lopende kalenderjaar de hekkensluiter onder de dividendstrategieën. Wanneer de Europese MF4 langs de meetlat wordt gelegd, zien we dat het ruwe rendement van EMF4 inmiddels is opgelopen tot 15,3 procent. Al met al, blijft in 2005 enkel het netto-resultaat van BES5 achter op de Euro Stoxx 50.

selecties

In tegenstelling tot Wall Street waar bedrijven op kwartaalbasis rapporteren en het dividend uitkeren, is dit in Europa doorgaans een jaarlijkse gebeurtenis. Nederland en België zijn wat dat betreft een positieve uitzondering, daar de meeste grote concerns een interim-dividend uitkeren. Dit impliceert dat Europeanen langer teren op oude bedrijfsresultaten. Verbetert het resultaat wanneer zij sneller op de laatste feiten zouden reageren? Zo betracht, worden de verschillende aandelenportefeuilles om het half jaar herschikt. En wat blijkt? Alle dividendstrategieën gaan erop vooruit, met als absolute spekkoper: EMF4. Er is nu zelfs sprake van overrendement als de resultaten worden gezuiverd voor risico en transactiekosten.

Kortom, dom is niet altijd stom.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.