Een goed rapport met slechte cijfers

Daar is het dan: het langverwachte rapport van de Commissie Maas. Hier is dan eindelijk het document waarin haarfijn de oorzaken van de crisis zullen worden blootgelegd en nog scherper de weg naar een welvarende toekomst zal worden beschreven.

Opinie op straat

Na deze inleiding verwacht een ieder een cynisch en negatief stuk, waarin korte metten wordt gemaakt met het rapport, de commissie en de bankensector als geheel, want dat is immers wat men overal ziet gebeuren. De bankensector is het zwarte schaap waarover iedereen luid en ongenuanceerd een mening mag hebben. Mits deze mening negatief is natuurlijk, want daarin is de sociale censuur onverbiddelijk: een mening mag je hebben, zolang je maar huilt met de wolven in het bos.

Opiniemakers

Veel journalisten doen vrolijk mee met dit circus: ze schrijven en praten als over staatsvijanden. Bankiers zijn vogelvrij verklaard. Zo ook het rapport van de Commissie Maas, dit wordt van alle kanten beschoten. In vele kritieken wordt het rapport gemakkelijk afgedaan als nietszeggend. Veel argumenten daarvoor heb ik echter nog niet langs zien komen. Daarnaast is nu iedereen in rep en roer over de samenstelling van de commissie; ‘oud-bankiers die hun voormalige sector moeten verbeteren, dat is toch niet objectief’, zo hoor je iedereen schreeuwen. Deze mensen weten, naast het feit dat deze discussie beter bij de áánstelling van de Commissie past dan bij het resultaat, echter niet waarover ze het hebben. De commissie is namelijk aangesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken. Mogen zij soms niet met hun eigen mensen hun sector beoordelen? In mijn ogen is het juist een pluspunt: het getuigt van zelfreinigend vermogen.

Inhoud

Natuurlijk weet ook ik wel dat er veel is misgegaan in de bancaire sector en dat men zeker kritisch mag zijn. Het is echter belangrijk niet te stigmatiseren en naar de inhoud te blijven kijken. Wat staat er nu eigenlijk in het rapport? Allereerst is er de hoopvolle titel: ‘Naar herstel van vertrouwen’. Deze titel geeft aan dat het belangrijkste probleem erkend wordt: dat het vertrouwen is geschaad. Ook impliceert de titel dat men beseft dat dit vertrouwen niet met eenvoudige maatregelen weer te herstellen is, maar dat dit een proces zal zijn voor de langere termijn. Een tweede pluspunt is dat het rapport kort en bondig is. De inhoudelijke delen van het onderzoek beslaan ongeveer dertig pagina’s. Ik vraag me af of een onafhankelijke, objectieve commissie dit ook had weten klaar te spelen.

Een derde pluspunt is dat het rapport, naast interne procedures en rol van de overheid, ook ingaat op de rol van de banken in de maatschappij. Dit geeft aan dat een deel van de gewenste mentaliteitsverandering reeds heeft plaatsgehad.

Beleid en risicomanagement

De uitgangspunten zijn dus goed, maar wat zijn nu de bevindingen? Er zijn maar liefst 73 aanbevelingen gedaan. Allereerst bespreekt men mogelijkheden om de interne controle te verbeteren. Commissarissen en bestuurders moeten beter geselecteerd en geprepareerd worden en tevens dienen zij te handelen naar een opgestelde morele code die ook ingaat op het maatschappelijk belang van een bank. Vooral dit laatste klinkt broodnodig en hoopgevend. Spaarders en klanten moeten daarnaast weer het zwaarste belang krijgen binnen de bank. Dit verschuift het denken in winsten op de korte termijn en het dienen van de aandeelhouder, naar een visie voor de toekomst. Een duurzame visie, mijns inziens. Ook worden de verantwoordelijken voor risicomanagement expliciet genoemd, hetgeen waarschijnlijk zal leiden tot een strenger risicobeleid.

De maatschappelijke rol van de banken

Om de maatschappelijke rol beter te vervullen, moet volgens het rapport worden gestreefd naar een bestuurdersinkomen dat iets onder het gemiddelde van vergelijkbare functies elders ligt. Ook moeten beloningen en het totale inkomen van bestuurders in verhouding zijn met die en dat van andere werknemers. De hoogte van een ontslagvergoeding mag daarnaast niet meer dan éénmaal het vaste jaarsalaris bedragen. Het bestuur dient te streven naar een groep stabiele aandeelhouders die loyaal is en denkt in lange termijn doelstellingen. Ook hier zie je het denken in winsten voor de korte termijn verschuiven –ook de beloningsregelingen waren hier immers op gericht- naar de langere, duurzame termijn.

Toezicht en regulering

Betreffende toezicht en regulering dienen de banken volgens de Commissie anticyclisch buffers op te bouwen, onder andere voor dubieuze debiteuren. Ook dient een nieuw orgaan aan de ECB te worden gekoppeld dat zich met grensoverschrijdend toezicht gaat bezighouden. Op termijn dient daarnaast het Depositogarantiestelsel te worden vervangen door verzekeringsclausules[3]. Mijns inziens worden banken op die manier beter verantwoordelijk gehouden voor hun eigen risicovolle ondernemingen. De gedachte ‘de anderen ruimen de troep wel op als het misgaat’ zou dan immers niet meer opgaan.

Naar herstel van vertrouwen?

Al met al is het een goed rapport dat de huidige situatie kritisch beoordeelt en met heldere, hoopgevende aanbevelingen komt. Maar is nu alle ellende voorbij? Kan er een nieuwe start worden gemaakt? Kunnen we weer vooruit kijken? We zullen het zien. Dit rapport helpt een mentaliteitsverandering op gang te brengen. De bal ligt nu bij de beleidsmakers en bestuurders. Aan hen de schone taak om deze aanbevelingen op te volgen. Het feit dat dit zelfkritische proces is ondergaan, is een stap in de goede richting. Voeg daar aan toe de gedachte dat de bancaire sector ons land al eeuwenlang enorme welvaart bezorgt en er is voldoende reden om optimistisch te zijn.

Simon Haas

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.