Eurobounce: te vroeg gejuicht?

Afgelopen kwartaal zijn Duitsland en Frankrijk uit de recessie gekomen, terwijl de Amerikaanse economie verder is gekrompen. In de Europese pers werd dit gebracht als een kleine overwinning op de Amerikanen. De vraag is echter of het optimisme over het herstel van de Duitse economie gegrond is.

Kort geleden maakte Eurostat bekend dat zowel Duitsland als Frankrijk in het tweede kwartaal uit de recessie zijn geklauterd, terwijl de economie van de Verenigde Staten wederom is gekrompen. Na de bekendmaking van de cijfers was in de Europese pers een zekere ondertoon van triomfantelijkheid te bespeuren. Daarentegen werd in de media aan de andere kant van de oceaan met enige afgunst over de resultaten geschreven. Bewijzen de cijfers niet dat het crisisbeleid in de eurozone succesvoller is? In ieder geval creëerden de cijfers een aantrekkelijk beeld van exportnatie Duitsland dat zich met beperkte stimuleringsmaatregelen uit de recessie wist te werken. Tegelijkertijd staan de VS na een orgie van speculatie, over-leveraging, stimulus packages en bailouts nog steeds in hun onderbroek als land van de schuldenaren.

Niet lang na de bekendmaking van de cijfers merkte Paul Krugman in de New York Times op dat Duitsland dan wel eerder uit de recessie kwam, maar dat ten opzichte van de VS de krimp van de Duitse economie veel sterker was. Met andere woorden: de ‘eurobounce’ in Duitsland was een pyrrusoverwinning. Laten we eens kijken of Krugman daadwerkelijk gelijk heeft.

Ik heb de grafiek van Krugman uit de New York Times uitgebreid met het andere land waar een miraculeuze stabilisatie plaatsvond: Frankrijk. Daarnaast wilde ik weten hoe Nederland het doet in de zwaarste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Daarom bevat de grafiek, naast Nederland, twee vergelijkbare kleine open economieën: België en Denemarken. Verder heb ik de grafiek drie kwartalen eerder laten starten, aan het begin van de recessie in de VS.

BBP

In de eerste grafiek staan de geïndexeerde kwartaal-op-kwartaal ontwikkelingen van de BBP’s (uitgedrukt in Purchasing Power Parities (PPP)) van zes landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland en de VS. Wat blijkt: de recessie begon pas laat in Duitsland, maar de krimp was er uiteindelijk sterker dan in de andere landen. Daarnaast is Denemarken, ondanks het nog ontbreken van cijfers voor het tweede kwartaal, duidelijk zeer zwaar getroffen. Verder bevinden de VS en Nederland zich in de middenmoot. In België is de krimp relatief mild, terwijl de stabilisatie in Frankrijk eigenlijk de grote verassing is. Tot nog toe lijkt er weinig reden om te twijfelen aan Krugmans conclusie.

Nu kan tegen de sterkere krimp van de Duitse economie ten opzichte van de krimp van de Amerikaanse economie worden ingebracht dat de VS meer geld in de economie pompen in de vorm van eenmalige stimuleringsmaatregelen en dat daardoor de pijn kunstmatig wordt verzacht. Onder Bush en Obama spendeert de federale overheid in 2008 tot en met 2011 in totaal $ 955 miljard aan stimulering van de economie, of 6,7% van het BBP (2008, in nationale munt). Daarmee is de Amerikaanse stimulus als percentage van het BBP twee keer zo groot als het Duitse stimuleringspakket, dat met € 73 miljard (€ 23 miljard in 2008 en € 50 miljard in 2009) ‘maar’ 3,1% van het BBP was. In tegenstelling tot de Duitse stimuleringsmaatregelen is alleen de belastingteruggave van president Bush van $ 168 miljard (1,2% van het BBP) momenteel ‘in werking’. De $ 787 miljard van Obama zal pas na het tweede kwartaal worden uitgegeven. Daarnaast is het stimulerende effect van een belastingmaatregel twijfelachtig. “Hoe kan de regering de economie stimuleren door geld uit de broekzak van het publiek te halen en het in een andere broekzak te stoppen?” was de wedervraag van Milton Friedman op de vraag of een belastingteruggave zinvol is.

Het is natuurlijk eenzijdig om de impact van de recessie te bepalen door alleen te kijken naar ad hoc maatregelen en daarbij ‘ingebouwde’ anticyclische uitgaven en een vergelijking van het monetaire beleid van de ECB en de FED buiten beschouwing te laten. Wat echter wel vol te houden is, is dat ceteris paribus de economie van de VS duidelijk niet minder is gekrompen door stimuleringsmaatregelen dan de economie van Duitsland. Sterker nog, tot nog toe heeft het Duitse fiscale beleid – dus ad hoc maatregelen en normale overheidsuitgaven – de recessie waarschijnlijk meer gedempt dan het Amerikaanse fiscale beleid. Meer over de Duitse situatie wordt duidelijk als we kijken naar de ontwikkeling van de Duitse en de Amerikaanse economie samen met de vier andere economieën sinds de recessie aan het begin van de 21e eeuw.

BBP

In de tweede grafiek staat de ontwikkeling van de reële BBP’s van de zes landen. Duidelijk is dat de economie van de VS het hardst groeide, terwijl Frankrijk en vooral Denemarken meer afvlakten in de tweede helft van het decennium. Daarnaast schaduwden België en Nederland elkaar. Hoe netelig de situatie voor de Duitsers was (en is), wordt nu goed duidelijk. Niet alleen was de krimp er het grootst, de groei was er ook het traagst. Daarnaast kampte het land vanaf 2003 tot aan de recessie met een werkloosheid van gemiddeld meer dan 8%. Daarnaast zal door de recessie de werkloosheid in 2010 oplopen tot iets meer dan 10%. De hardnekkig hoge werkloosheid en de trage groei zijn de oorzaak van het feit dat Duitsland sinds november 2005 een nationale coalitie van de CDU en de SPD heeft. De VS zullen het echter de komende jaren ook niet veel beter doen, met een werkloosheid die volgend jaar zal oplopen tot ongeveer het niveau van Duitsland – een verdubbeling van de gemiddelde werkloosheid van de afgelopen tien jaar.

De prestatie van de Duitse economie in het tweede kwartaal is een ‘dubbele’ pyrrusoverwinning: één op de trage groei van het afgelopen decennium en één op de Amerikaanse economie. Voor Duitsland is er daarom weinig reden tot optimisme, maar dat geldt ook voor de VS. Het land heeft in korte tijd de achterstand in de werkloosheid ten opzichte van Duitsland ingelopen. Daarnaast steken de VS zich diep in de schulden om de economie op de rails te houden. In de VS neemt het begrotingstekort als percentage van het BBP toe van 5,9% in 2008 tot 14,2% in 2010, het niveau van een bananenrepubliek. Tegelijkertijd zwelt de staatsschuld als percentage van het BBP aan van 65% in 2008 tot 91,6% in 2010. Reden om in een volgend bijdrage de positie van de twee landen verder onder de loep te nemen.

Arne Petimezas, www.deaandeelhouder.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.