Evenwijdigheid en koersdoel

Veel beurzen zijn de laatste weken wat teruggevallen van hun hoogste punten van de laatste 2½ jaar. Dat hoeft op zich niet zo veel te betekenen. Het gaat immers nooit in een rechte lijn omhoog. Maar volgens de bekende Amerikaanse econoom Stephen Roach is er toch wel reden om je zorgen te maken. In een recent artikel in de NRC uit hij zijn zorgen over het alsmaar groeiende tekort op de handelsbalans van de VS. Per dag komt de VS $ 3 miljard te kort. En de rest van de wereld blijft dit tekort rustig financieren. Vooral Azië natuurlijk.

De Amerikaanse economie groeit immers weer gestaag met zo’n 3% per jaar. En 3% van veel is veel. Toch is Roach er niet gerust op. Volgens hem is deze groei namelijk vooral te danken aan 1) toegenomen arbeidsproductiviteit, 2) kostenbesparing en 3) verlenging van de arbeidsduur, o.a. dankzij mobiele telefonie, waardoor vrijwel iedereen permanent bereikbaar is – en dus werkt – zelfs in de file. Maar hij gaat ervan uit dat deze effecten nu wel zo ongeveer uitgewerkt zijn. En dat je niet mag verwachten dat de komende jaren dezelfde groei te handhaven is. Daarna zou de rekening wel eens kunnen volgen. Nu zegt Rienk Kamer dat natuurlijk al jaren. En de AEX is intussen wel ruim 60% gestegen. Dus ja? Wat moet je daar nu mee? Wij blijven daarom maar gewoon naar de grafieken kijken. Bijvoorbeeld naar de grafiek van DSM.

DSM

Daar zien we het laatste half jaar een mooi opgaand trendkanaal. Met daarvoor een trading range. Daarbij valt op dat de koers na een uitbraak uit de trading range de neiging heeft om in de trend haar weg evenwijdig te vervolgen. Daarmee bedoel ik ook, dat zodra de koers uit de “trending range” valt of klimt, de trend wordt voortgezet in een nieuwe trend, waarvan de grenzen evenwijdig aan die van de oude trend liggen. Dat kan dus hoger zijn of lager, waarbij de afstand van de nieuwe grens door het omklappen van de oude range doorgaans heel aardig kan worden benaderd.

Nog duidelijker is dit verschijnsel te zien bij Koninklijke Olie.

Koninklijke Olie

Enkele weken geleden refereerde ik daarbij al aan de horizontale steun- en weerstandslijnen, die telkens op twee punten afstand van elkaar liggen. Maar door de recente koersontwikkeling kunnen we nu ook een zevental opgaande trendlijnen trekken, die elk minimaal drie toppen of bodems met elkaar verbinden. De afstand daartussen bedraagt niet twee, maar telkens ongeveer één punt. De bovenste twee opgaande trendlijnen zijn uiteraard het meest speculatief. Want daarvoor moeten wij teruggaan naar midden 2003, met minder raakpunten, omdat er recent (nog) geen raakpunten gevormd zijn. Verder is van belang dat door de recente terugval het opgaande witte trendkanaaltje van de laatste maanden zijn waarde grotendeels verloren lijkt te hebben. Dus de koersontwikkeling bij de Olies lijkt nu weer grotendeels een spel van horizontale (zwarte) en opgaande (paarse) trendlijnen. Daardoor is de verwachting dat RD voorlopig wellicht even tussen € 46 en € 48, of anders tussen € 45,50 en € 48,50 zal blijven koersen.

Dan natuurlijk de vraag wat we hier als belegger nu mee kunnen? Allereerst de opmerking dat deze neiging tot evenwijdigheid uiteraard kan helpen om een koersdoel te bepalen. Daar kunnen we dan op inspelen door bijvoorbeeld de aandelen te kopen op of nabij de steun, al of niet na een uitbraak aan de bovenkant. Om ze vervolgens weer te verkopen op of nabij de weerstand, of na een uitbraak aan de onderkant. In plaats van aandelen kunnen we daar ook gekochte opties voor gebruiken. Het voordeel daarvan is dat we niet alleen van een stijging, maar ook van een verwachte daling kunnen profiteren. Het nadeel van gekochte opties is echter dat het verdampen van de verwachtingswaarde altijd tegen ons in werkt. En omdat de lijnen zo dicht bij elkaar liggen, moeten we ons dan wel vrij actief met beleggen bezig houden.

Een dergelijke regelmatige koersontwikkeling leent zich ook goed voor het schrijven van opties. Bijvoorbeeld een short strangle. Maar door de lage volatiliteit levert het schrijven van opties op dit moment maar weinig op. Terwijl het risico toch altijd groot blijft. Zodat we permanent onze stop-loss niveaus moeten bewaken, ook intra-day.

Daarnaast staan zowel DSM als RD bekend om hun hoge dividend. In 2004 was dit respectievelijk € 1,75 en € 1,79. Door de recente koersstijging is dat procentueel nu wellicht iets minder van toepassing. Maar de opgaande trend is intussen voor beide fondsen nog wel gewoon van kracht. Dus voor de rustige, lange termijn beleggers zijn ook aandelen met een putoptie als verzekering te overwegen. Dat ziet er dan bijvoorbeeld zo uit.

Door naast de aandelen een lange putoptie te kopen kunnen we de aandelen tot aan de dag van de expiratie altijd verkopen voor de uitoefenprijs van de putoptie. Zolang we de aandelen in ons bezit hebben ontvangen we daarnaast ook dividend. Ervan uitgaande dat het dividend de komende jaren niet zal dalen, bedraagt de minimale opbrengst tot december 2009 derhalve:

We maken dus in alle gevallen minimaal 1% rendement per jaar. Maar wanneer DSM en RD doorstijgen tot boven € 60 respectievelijk € 50, profiteren we gewoon voor de volle 100% mee. Daarmee doet deze benadering recht aan de koersgrafieken van dit moment. Met toch een lichte buiging naar Stephen Roach, waar ik als econoom veel respect voor heb.

 

Beleggen met een buiging is soms ook wel leuk.

Bert van Arkel

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.