Goud – de sterkste ‘valuta’ (deel II)

Vorige week werden in deel I van deze column de achtergronden belicht van de goudmarkt.  In dit afsluitende deel kunt u onder meer lezen over de prijsontwikkelingen en de beleggingskansen in de goudmarkt.

Historische prijsontwikkeling

Mochten de goudverkopen door de centrale banken onverminderd doorgaan en de goudprijs alsnog enigszins onder druk blijven, dan is dat een uitstekend koopsignaal. Op basis van de historische inflatie-ontwikkeling zou de goudprijs na inflatie thans op circa $ 1.800 per ounce en omgerekend in euro’s op ruim € 42.000 per kilogram moeten liggen.

Gemeten naar de historische olie-goudpariteit heeft de goudprijs ook nog een eind te gaan. Deze pariteit ligt sinds 1970 op één vat olie = 17,3 ounces goud. Thans doet een vat niet meer dan 11,2 ounces. Bij een herstel van deze pariteit zou de goudprijs op circa $ 1.150 per ounce of circa € 25.000 per kilogram uitkomen.

Steeds meer koopsignalen

  1. De groeiende overhang van internationale financiële onevenwichtigheden.
  2. De geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, Rusland (olie- en gasleveranties aan Europa) en Venezuela (olie- en gasleveranties aan de VS).
  3. De (industriële) marktvraag groeit: de productie in de belangrijkste landen als Zuid-Afrika (- 36%), Australië (- 18%), de VS en Canada (-30%) daalt; er is te weinig nieuwe capaciteit als gevolg van onderinvestering als gevolg van de lage goudprijs in 80’er en 90’er jaren.
  4. De grote liquiditeit in dollars bij banken in Azië en het Midden-Oosten.
  5. De recente openstelling van de publieke goudmarkt in China, waarop vorig jaar reeds 1.250 ton werd verhandeld: 80% meer dan China’s eigen productie.
  6. Het groeiend aantal ETF’s dat in fysiek goud belegt.
  7. Overnames en fusies – vorig jaar met een marktkapitaal van $ 19,3 miljard– die vaak aantrekkelijker blijken dan zelf op zoek te gaan naar nieuwe voorkomens.
  8. De recente instelling van de Global Gold Index door de Toronto Stock Exchange als bench mark bestaande uit 30 goudfondsen waaronder de vijf grootste.
  9. De mogelijk nieuwe rekenmethode van de centrale banken bij meer transparantie, zoals aangegeven door het IMF, waarbij inzicht dient te worden verstrekt met betrekking tot swaps en goudleningen. De verwachting is dat de officieel opgegeven goudvoorraad aanzienlijk lager zou komen te liggen.
  10. De productiekosten zijn in 2006 met 17% gestegen.

Huidige prijsontwikkeling

Na de stijging in de eerste maanden van 2006 tot een niveau van $ 730 trad er een correctie op met een bodem van $ 565 in juni 2006 als gevolg van gold dumping door de centrale banken. De prijs heeft zich de laatste maanden rond $ 670 à 680 per ounce sterk gestabiliseerd. In euro’s ligt het stabilisatiepunt op circa € 15.750 per kilogram. Dit relatief hoge stabilisatiepeil is opmerkelijk gezien de niet aflatende verkopen door de centrale banken.

Voorspellingen

Gegeven de “controlerende” verkopen door de centrale banken tegenover een stijgende vraag wordt door de meeste marktpartijen, waaronder de Amerikaanse Citigroup, voor dit jaar op een goudprijs van € 710 à 750 gemikt. Op termijn zullen de centrale bankenverkopen afnemen en dan pas kan het goud aan een echte vrije opmars beginnen. De onlangs geopende goudbeurzen in Shanghai, Dubai, Mumbai (Bombai) anticiperen eveneens op een toenemende goudvraag. Alleen als de rente wereldwijd zou stijgen of wanneer zich een wereldwijde economische teruggang zou aftekenen zal dit ook de vraag naar edelmetaal en andere grondstoffen beïnvloeden.

Nieuwe ontwikkeling

Dat men voor de toekomst een sterk verhoogde vraag verwacht, moge blijken uit plannen om ook de zeebodem te betrekken bij het delven van vooral goud, koper, zilver en zink. De kosten hiervan zullen beduidend hoger liggen. Betrokken partijen zijn onder meer Anglo American, Teck Cominco en Barrick, die gezamenlijk een bedrag van $ 175 miljoen bijeen brengen. De verwachting is dat deze kosten zullen worden terugverdiend bij een verder stijgende goudprijs.

Winstgroei

Opvallend is dat de mijnaandelen zijn ondergewaardeerd gezien de marktprijsontwikkeling. Echter, gemeten naar de koers/winst-verhouding liggen de tien grootste fondsen op een gemiddelde van 31 en dat is bijna tweemaal die van de Standard & Poor. Daarbij krijgen steeds meer fondsen te maken met een afnemende vervangingsreserve (er wordt meer geproduceerd dan gevonden). De winstgroei wordt hiermee aan banden gelegd.

Grootste winstgroei

De echte winsten worden evenwel gemaakt door jonge ambitieuze mijnbouwers met grote nog niet bewezen reserves in de lagere productiekostensfeer, gelegen in geopolitiek veilige gebieden. De hefboomfunctie speelt hier ook een rol. Bijvoorbeeld, als het goud met 10% stijgt bij een hefboom van 1 op 3, vertaalt dit zich in een gemiddelde koersstijging van 30%. Het zijn vooral nieuwe vondsten en grotere productievolumes die extra gewicht in het “goudschaaltje” leggen. Bovendien: gezien de huidige consolidatiefase is het geenszins ondenkbaar dat zich ook op dit terrein overnames aandienen.

Ofschoon het risico in deze categorie groter is, zullen de fondsen met nieuwe vondsten niet bijster gevoelig blijken te zijn voor een daling van de goudprijs en in twee opzichten profiteren van een stijging. Algemeen geldt dat het beleggen in goud zich niet vertaalt in valutarisico, integendeel!

Robert Broncel, Score Investments 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.