De Laffer Curve

De Laffer Curve geeft de relatie weer tussen de belastingtarieven en de inkomsten die uit de belastingen worden behaald. De Curve werd bedacht door econoom Arthur Laffer.

Laffer Curve: omgekeerde U

De Laffer Curve wordt heeft de vorm van een omgekeerde U maar is niet gefixeerd. De Laffer Curve toont aan dat als belastingtarieven stijgen, de fiscale inkomsten zullen toenemen.

Laffer curve

In de grafiek loopt op de x as het belastingpercentage van 0% en 100%. Bij een belastingtarief van 0% gaan er geen gelden naar de overheid. Wanneer het belastingtarief 100% is, heeft een persoon geen prikkel om te werken (in ieder geval niet via de boeken) omdat al het geld moet worden afgedragen. Op een punt tussen 0% en 100% ligt het maximum voor de overheid waarop de belastinginkomen maximaal zijn.

Elke stijging van het percentage aan belasting, zal zorgen voor een een stijging van belastingopbrengsten. Na het optimum voor de overheid, zal de belastingopbrengst weer dalen ondanks de stijging van het belastingtarief. Wanneer de belastingdruk te hoog is in een land, dan kunnen de inkomsten voor de overheid weer toenemen door het tarief te verlagen.

Kritisch hoogtepunt

De belastinginkomsten bereiken een kritisch hoogtepunt, ‘T’ genoemd, wat de maximale hoeveelheid belastinginkomsten bij de maximale belastingtarieven aangeeft. Na dit punt zullen zowel de belastingtarieven als de inkomsten afnemen, maar wanneer dit punt precies wordt bereikt is moeilijk te voorspellen. Er is geen methode om dit objectief vast te stellen.

Het kritische hoogtepunt geeft het punt aan waarop burgers steeds minder bereid zijn om meer belasting te betalen. De locatie van het ‘T’-punt op de Laffer Curve is afhankelijk van de economische omstandigheden.

Ronald Reagan en Margaret Thatcher verlaagden in de jaren 80 daarom de belastingdruk. Deze politici waren van mening dat er eigenlijk altijd een te hoog belastingtarief is. In het Verenigd Koninkrijk namen de belastinginkomsten inderdaad toe. In Amerika daarentegen daalden de belastinginkomsten echter. De verklaring hiervoor is eenvoudig: in de VS was de belastingdruk laag en in Engeland werd meer belasting geheven.

In de VS zat men dus voor het hoogtepunt waardoor de inkomsten daalden en in de UK zat men dus voorbij het punt waarbij het percentage de maximale opbrengst opleverde.

Laffer ging er van uit dat hoe meer geld er van de bevolking en de bedrijven er werd geëist, hoe minder geld er geïnvesteerd werd, waardoor de economie niet groeit. Een bedrijf zal bij een hoge belastingdruk eerder het geld in het buitenland investeren dan in eigen land om het geld voor de aandeelhouders veilig te stellen. Werknemers hebben geen prikkel om meer en harder te werken. Er is dus voor ieder type belasting een eigen curve.

De kritiek op deze theorie is dat deze veel te eenvoudig is, en dat het verlagen van belasting niet automatisch zal leiden tot meer werkgelegenheid. Zeker omdat bedrijven steeds vaker investeren in techniek en minder mensen nodig hebben. Ook de veelgebruikte belasting ontwijkingsconstructies zoals de grote internationale bedrijven gebruiken, zorgen er voor dat deze theorie niet in alle gevallen meer eenvoudig is toe te passen.

Door hogere inkomstenbelasting tarieven, zullen mensen gestimuleerd worden om minder inkomsten uit arbeid en meer inkomsten uit beleggen te halen, zoals dividend en vermogensgroei.