Het positieve Kondratieff-scenario

Zoals beschreven in de column van vorige week, kan de Long Wave Cycles-theorie van Kondratieff voor ons huidige tijdperk negatief worden uitgelegd. Hier bestaat echter geen consensus over. Ten eerste bestaan er verschillende visies over de vraag in welke subcyclus binnen de Long Wave Cycle  we ons momenteel bevinden. Ten tweede wordt het bestaan van de Long Wave Cycles zelfs niet algemeen erkend.

Volgens aanhangers van Kondratieff zou een economie niet evenwichtig groeien, maar schoksgewijs. Kondratieffs stelling over de vorm en structuur van de conjunctuurbeweging is daarbij overigens consistent met de gangbare conjunctuurtheorie. Er zou namelijk een verband bestaan tussen de Long Wave Cycles en de korte conjunctuurgolven van ongeveer vier tot zeven jaar. Gedurende de opgang van de lange golf zou de opwaartse beweging van de korte golf relatief lang zijn en de neerwaartse beweging relatief kort. Tijdens de neergang van de lange golf zou dit omgekeerd zijn. Als de trendgroei (voortvloeiende uit de lange golf) hoog is, zijn de conjuncturele schommelingen klein en als zij laag is, zijn de conjuncturele schommelingen juist hoog. Hoe hoger de trendmatige groeivoet, des te milder de conjuncturele fluctuaties. De fluctuaties worden als het ware gedempt.

Verschillende tijdsperiodes 

Het blijkt in de praktijk lastig te zijn een eenduidig verband te vinden in de economische data: er zijn namelijk verschillende visies op het indelen van de verschillende tijdsperiodes binnen de Long Wave Cycle. Enerzijds kunnen de tijdsperiodes volgens Guy Boscart als volgt worden ingedeeld: de periode 1930 tot 1945 wordt geclassificeerd als ‘winterperiode’. De daaropvolgende ‘lenteperiode’ zou dan zijn van 1949 tot 1966, de ‘zomerperiode’ van 1966 tot 1981 en de ‘herfstperiode’ van 1982 tot 2000. Volgens deze opvatting zouden we ons nu in een ‘winterperiode’ moeten bevinden.

Anderzijds bestaat ook de volgende classificering van Jaap van Duijn: de recentste ‘voorspoedfase’ was volgens Van Duijn de periode 1948 tot 1966, de ‘recessiefase’ van 1966 tot 1973, de ‘depressiefase’ van 1973 tot 1982 en de ‘herstelfase’ van 1982 tot 1992. Na 1992 zou een nieuwe ‘voorspoedfase’ zijn aangebroken waar we nu nog van zouden profiteren.

Duur van de periodes

Hieruit blijkt duidelijk dat de interpretatie van de economische data verschilt. Niet alleen zijn de tijdsperiodes bij de verschillende visies anders ingedeeld binnen de Long Wave Cycle, maar ook de duur van de verschillende periodes komt niet overeen. De ‘zomerperiode’ van de visie van Guy Boscart is de periode 1966 tot 1981. Bij de classificering van Van Duijn wordt deze tijdsperiode echter ingedeeld in niet één maar twee subcycli, namelijk een recessie- en een depressieperiode. Dit verschil zit hem enerzijds in een verschil van opvatting over de fase waarin de lange Kondratieff-golf zich bevindt en anderzijds in de veronderstelde duur van de verschillende subcycli. De achterliggende theorieën hieromtrent zijn namelijk anders. Bij Guy Boscart duurt de ‘winterperiode’ bijvoorbeeld ongeveer twintig jaar, terwijl die bij Van Duijn tussen de zeven en elf jaar duurt. De voorspellingen als gevolg van deze verschillende indelingen zijn dan ook totaal verschillend.

Saneringsproces

Naast de verschillende visies op de indeling van de tijdsperiodes, zijn er ook tegenstanders van de Long Wave Cycles-theorie van Kondratieff als geheel. Van Ewijk bijvoorbeeld ontkent het bestaan van de lange golven. Een lange golf met een vaste periodiciteit komt volgens hem niet voor. Er zijn wel lange tijden van voor- en tegenspoed, maar een regelmaat is daarin niet te vinden. Recessies hebben een positief effect op de economie, omdat de onrendabele elementen gesaneerd worden.

Van Duijn legt het verdwijnen van de onrendabele elementen juist als volgt uit: ,,De periode 1973-1990/1992 zou je kunnen typeren als een economisch saneringsproces. Daar plukken we nu de vruchten van. Sinds het begin van de jaren negentig bevinden we ons in de opgaande fase van de vijfde Kondratieff-cyclus. Dit is zonder twijfel de lange golf van de informatietechnologie.”

Technologische innovatie

De lange golf wordt volgens moderne varianten van de lange golftheorie namelijk gedragen door technologische innovaties. Gedurende de neergaande fase van de lange golf worden veel belangrijke uitvindingen gedaan in de productie- en de communicatietechniek door ondernemers die gaan zoeken naar kostenbesparende technieken en nieuwe markten: zij voeren nieuwe producten in, passen nieuwe productiemethoden toe en ontdekken nieuwe afzetmarkten. Innovatie zou een cyclisch verschijnsel zijn. Hierbij zou creative destruction plaatsvinden. Bedrijven die zich niet kunnen of willen aanpassen, zien zich gepasseerd door nieuwkomers die zich sneller en gemakkelijker kunnen aanpassen aan de nieuwe technologie. De nieuwe sectoren verdringen de oude. De veronderstelde nieuwe opgaande fase in de jaren negentig zou gedragen worden door de informatie- en communicatietechnologie.

Aanhangers van de ‘Nieuwe Economie’ gaan nog een stap verder. Zij beweren dat de conjuctuurbeweging zelfs helemaal verdwenen zou zijn. Zij beschouwen de ict-revolutie niet als het begin van een vijfde Kondratieff-golf, maar als de start van een continue uptrend, zichtbaar door stijgende arbeidsproductiviteit.

Veel van de huidige ontwikkelingen passen volgens hen helemaal niet in het verhaal van creative destruction. Het oude sectorale onderscheid tussen oude en nieuwe sectoren lijkt volgens hen niet meer op te gaan in het licht van de volgens hen bestaande ‘Nieuwe Economie’. ‘Oude’ sectoren zouden volgens Kondratieff-aanhangers moeten verdwijnen, maar zij profiteren juist van de toepassing van ICT en laten een stijging zien in productiviteitsgroei en winst.

Voorspellen blijft lastig

Voor de belegger wordt het lastig hieruit een beleggingsvisie te destilleren: ook al zou de Kondratieff-cyclus werkelijk bestaan, dan nog lijkt een precieze voorspelling er vanwege de lastige classificering niet in te zitten. Guy Boscart prognosticeert namelijk een ‘winterdepressie’ voor de komende jaren, terwijl Van Duijn de situatie van nu als zeer rooskleurig voorstelt. Volgens hem zitten we momenteel namelijk nog steeds in een voorspoedfase. Aangezien deze voorspoedfase begonnen zou zijn in 1992 en een gemiddelde duur heeft van twintig jaar, zouden we tot ongeveer 2012 nog goed moeten zitten. Volgens aanhangers van de ‘Nieuwe Economie’ zouden we zelfs zijn aanbeland in het beleggerswalhalla.

Richard de Wilde, BeursBulletin

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.