Het wel en wee van ING

Het gaat lang niet altijd goed. Onderzoek wijst immers uit, dat ongeveer 60% van alle fusies en overnames van bedrijven op termijn geen enkel noemenswaardig voordeel oplevert. Niet voor de bedrijven zelf. En dus ook niet voor de beleggers.

Vaak volgt er zelfs na enige tijd weer een scheiding via verkoop of verzelfstandiging van zojuist gekochte bedrijfsonderdelen. En niet zelden resulteert dat dan in een aanzienlijk boekverlies. Want zoals fusies en overnames vaak plaatsvinden in een periode van ‘hausse’ op de beurs, zo horen verkoop en consolidatie -‘terug naar de core-business’- veel meer bij een ‘baisse’ periode. En dan levert zo’n verkoop vanzelfsprekend minder op dan er aanvankelijk voor betaald was. Fusies en overnames zijn dus over het algemeen een uiterst effectieve manier om kapitaal te vernietigen. Iedereen verliest. Maar uiteindelijk natuurlijk de beleggers het meest.

Toch zijn er ook wel uitzonderingen op deze regel. Neem bijvoorbeeld de fusie in 1991 tussen Nationale Nederlanden en NMB Postbank Groep. Daarbij was het laatste bedrijf zelf al het product van een fusie uit 1989. Namelijk van de Nederlandse Middenstandsbank en de Postbank. Dat was toen het begin van ING. En voor het eerst konden toen, naast bankdiensten ook verzekeringen via de toonbank van de Postbank en het uitgebreide netwerk van postkantoren worden verkocht. Over de synergiemogelijkheden was goed nagedacht door de toenmalige CEO, de heer J.J. van Rijn. De regelgeving in Amerika stond op dat moment op het punt te veranderen. Die verandering hield in dat de combinatie tussen bankieren en verzekeren voor het eerst werd toegestaan. Tot die tijd was dat verboden in de VS.

Na enige aarzeling in de beginjaren, kwam de ING-machine van deze combinatie goed op gang. In januari 2001 bereikte de koers zelfs een hoogste punt van bijna € 44. Dat was negen maal de hoogste koers van 1991. Een echt groeiaandeel dus. Maar, zoals we weten, heeft ook ING zich vervolgens niet kunnen onttrekken aan de algemene herbezinning van de financiële markten. De koers zakte tot een laagste punt van minder dan € 9 in maart 2003. Over een groeiaandeel gesproken. Maar gelukkig vond deze daling wel plaats in een keurig trendkanaal, zoals te zien is in de volgende grafiek van weekkoersen.

wel en wee van ing 1

Wie toen al gebruik maakte van onze Dual indicator voor groeiaandelen, was spekkoper. Die was namelijk al in juli 2001 uitgestapt. En stond rustig aan de zijlijn te wachten op andere en betere tijden. Die kwamen er dan ook. Want begin november 2003 brak de koers van ING op een niveau van ruim € 18 eindelijk uit het dalende trendkanaal. En werd er een opgaand trendkanaal ingezet. Weliswaar is dat vervolgens nog een keer versprongen. Maar sinds april 2004 is de koers van ING aan het stijgen.

wel en wee van ing 2

Daarbij heeft zich een eerste omgekeerd kop-schouder patroon gevormd tussen maart en augustus van 2004. De neklijn daarvan is in oktober vervolgens nog een keer getest. En met succes. Dus dat leverde op dat moment via omklappen van het patroon een koersdoel op van € 22,50. Die koers is de afgelopen maand ook gehaald. En daarbij is er een tweede omgekeerd kop-schouder patroon gevormd. De afgelopen week is ook de neklijn daarvan nog een keer getest. En tot nu toe met succes. Dus we kunnen nu voorzichtig over een koersdoel van ongeveer € 26 gaan denken. Met de nadruk op voorzichtig, want een omgekeerde kop-schouder is eigenlijk een omkeerpatroon. En hier is het een ‘continueringspatroon’. De betrouwbaarheid daarvan is mij niet goed bekend.

Desondanks durf ik toch de verwachting wel aan, dat ING nog even door zal stijgen. Zeker zolang het opgaande trendkanaal vanaf mei 2004 het houdt. Dus dat betekent instappen. Daarbij kunnen we uiteraard weer kiezen tussen de aandelen kopen of een lange calloptie. Maar zelf heb ik nu eenmaal een voorkeur voor het schrijven van een korte putoptie. Omdat ik daarmee ook bij een gelijkblijvende koers nog kan verdienen dankzij het verdampen van de verwachtingswaarde. De premies zijn echter momenteel laag. Ik heb daarom de volgende mogelijkheden maar eens onder elkaar gezet.

Optieserie

Premie

Margin

Potentieel rendement per maand (na kosten)

V Put ING feb. 22

€ 0,25

€ 2,25

9,3 %

V Put ING mrt. 22

€ 0,40

8,0 %

V Put ING apr. 22

€ 0,50

6,8 %

V Put ING jun. 22

€ 1,00

8,9 %

We kijken naar de putopties met uitoefenprijs € 22. Want dat is op dit moment ongeveer de koers. De kortste blijkt daarbij het meeste rendement te geven. Maar er zit ook een risico aan. Want de opgaande steunlijn bevindt zich momenteel op € 21,75. Dus dat is nu de stop-loss. Weliswaar stijgt deze steun met ongeveer € 0,60 per maand. Maar het zou best kunnen gebeuren, dat deze steunlijn in de komende vier weken nog een keer wordt getest. En dan moeten we de geschreven putoptie terugkopen voor minstens € 0,25. En lijden we dus verlies. Daarom is de maart- of zelfs de juniserie in dit geval wellicht toch een betere keuze.

Met verzekeren kunnen we beleggen wel leuker maken.

Bert van Arkel

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.