Inflatie en rente

Het stelsel van Amerikaanse centrale banken (Fed) zet voorlopig de reeks renteverhogingen door om de nieuwe bankpresident Bernanke in een “goeie zetel” te kunnen brengen. Dit om te voorkomen dat de inflatie onbeheersbaar zou worden. Dat zou betekenen dat de rente nog minstens driemaal wordt verhoogd, te weten op 13 december a.s. en 31 januari volgend jaar. Bernanke zou dan eind maart volgend jaar de derde en voorlopig laatste verhoging voor z’n rekening dienen te nemen. Dit impliceert een verhoging van de Federal Funds Rate (interbancaire korte rente) met nog eens ten minste 0,75 procentpunt na de verhoging van afgelopen dinsdag. Een en ander was al met zoveel woorden bekend, maar werd nu ‘klip-und-klar’ via de pers naar buiten gebracht.

In juni 2004 stond de korte rente op een dieptepunt van 1 procent, terwijl de zogenaamde prime rate voor eersteklas debiteuren op een dieptepunt van 4 procent stond. De prime rate staat nu al weer op 7 procent. De stijgingen sinds juni 2004 brengen de standen op een niveau, dat we in 4 ½ jaar niet meer hebben gezien.

Inflatie

De verwachting is dat Bernanke het beleid van Greenspan rimpelloos zal overnemen, doch in zijn beleid sterker zal letten op de geldgroei. Deze is nu eenmaal een belangrijke factor in een oplopend inflatiepatroon.

De oplopende inflatie, in samenhang met de sterk gestegen olieprijs, dwingen de Fed om de kosten van het lenen duurder te maken tot het moment waarop de inflatie weer een dalende tendens begint te vertonen. Daarbij wordt thans vooral gelet op de gereduceerde raffinagecapaciteit als gevolg van de orkanen Katrina en Rita, die kan bijdragen tot een verdere prijsstijging van raffinageproducten als stookolie en benzine (winter!). Bij een zich redelijk snel herstellende raffinagecapaciteit zou de inflatiedruk ook weer vrij snel kunnen afnemen. De vraag is evenwel in hoeverre de gestegen inflatie blijft doorwerken in de economie. De Fed koestert eveneens de verwachting dat de inflatie voor de toekomst op een aanvaardbaar niveau zal blijven.

Rentebeleid

De Fed houdt het oog vooral gericht op de core inflatie (exclusief voeding en energie), juist in het kader van de gestegen energieprijs. Zolang deze kerninflatie zich rond het niveau van niet meer dan 1,5 procent beweegt, zal de Fed de korte rente kunnen laten vigeren tussen 4,5 en 5 procent. De dollar kan daardoor ook nog wat aansterken.

De stabiliteit van de kerninflatie is eveneens van groot belang voor de huizenmarkt. Immers, bij een oplopend inflatiecijfer zal ook de lange rente tenderen tot stijgen. Hoewel de hypotheekrente al licht is gestegen, is een stijging tot 6,5 à 7 procent niet onoverkomelijk voor een stabiele vastgoedmarkt. Bij een verder oplopende rente zal de vastgoedmarkt zich hieraan niet langer kunnen onttrekken, met als gevolg minder kooplust en een omslag van stijgende naar dalende prijzen. Een stijging van de lange rente naar 6,5 procent volgend jaar lijkt door de markt reeds ingeprijsd.

Doelstelling

Ten slotte wenst de Fed bepaald niet de indruk te wekken de renteteugels zo strak aan te trekken als in de jaren 1999 en 2000, hetgeen in 2000 de beurscrash uitlokte. Om een zogenaamde soft landing of groeivertraging – dus geen recessie – te bewerkstelligen, zou de korte rente niet boven het niveau van 4,5 – 5 procent mogen stijgen.

Wat in 2000 veel beleggers op het verkeerde been zette, was een oplopende beurs ten tijde van een oplopende rente. Normaal kan dit ook niet behalve toen, overtuigd als men was van de niet te stuiten high tech ontwikkelingen in samenhang met een langdurig opwaarts beurspatroon sinds midden jaren ’80.

Robert Broncel

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.