Japan: land van de uitgaande nachtkaars?

Japan: land van de uitgaande nachtkaars?

Japanners kunnen zich verheugen in een schitterende omschrijving van hun vaderland: het land van de rijzende zon. Hoewel deze beeldspraak menig dichtershart sneller doet kloppen, vragen de meeste economen zich waarschijnlijk af, of het land niet een andere omschrijving verdient. Wat te denken van Japan als ‘het land van de uitgaande nachtkaars’? Het was een vreemd schouwspel: tijdens een persconferentie, afgelopen weekend op de G7-top in Rome, leek de Japanse minister van Financiën, Shoichi Nakagawa, er met zijn gedachten niet helemaal bij te zijn. Nakagawa kon zijn ogen nauwelijks open houden, reageerde mompelend op de aan hem gestelde vragen en gaf antwoorden op vragen die bedoeld waren voor de president van de centrale bank, die naast hem zat. Klik hier voor een videoverslag van de persconferentie

Na het opmerkelijke optreden van Nakagawa kwam de geruchtenmachine snel op gang: de Japanse minister zou stomdronken zijn geweest ten tijde van de persconferentie. The Economist wist maandag te melden, dat de minister bekend staat als een zware drinker. Nakagawa zelf ontkende ten stelligste in dronken staat op de persconferentie te zijn verschenen: zijn onhandige optreden zou te wijten zijn geweest aan een dubbele dosis medicijnen die hij geslikt had om zijn verkoudheid en rugpijn de baas te kunnen. Ook de jetlag had nadelig uitgepakt. Zijn alcoholinname voorafgaand aan de persconferentie was beperkt gebleven tot een paar nippen wijn tijdens de vliegreis naar Rome, aldus de minister. De premier van Japan, Taro Aso, schaarde zich achter Nakagawa: “He has been doing an incredibly good job, and I am grateful for that. I told him to take good care of himself…lees meer

Ondanks de steunbetuiging van de premier zag Nakagawa zich dinsdag genoodzaakt zijn positie als minister op te geven, na toenemende druk vanuit de Japanse oppositie. Op dezelfde dag werd bekend dat medisch onderzoek heeft uitgewezen dat de onfortuinlijke Nakagawa niet alleen lijdt aan rugpijn en een verkoudheid, maar bovendien uitputtingsverschijnselen heeft. De afgetreden minister liet weten zich te zullen opnemen in een ziekenhuis …lees meer

Japanse economie in zwaar weer
Zware tijden, dus, voor Shoichi Nakagawa. Dat geldt niet alleen voor hem, maar ook voor de Japanse economie die Nakagawa tot voor kort onder zijn hoede had. Enkele dagen na Nakawaga’s spraakmakende optreden tijdens de G7-top, werd bekend dat de Japanse economie in het vierde kwartaal van 2008 zeer sterk is gekrompen. Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2007 daalde het bruto binnenlands product (bbp) in de laatste drie maanden van 2008 met maar liefst 12,7%, aldus de Japanse overheid. Dit is de sterkste verslechtering van de economische toestand sinds de oliecrisis van 1974, aldus persbureau Bloomberg …lees meer

Teruglopende export
Zowel de terugval van de Amerikaanse consumentenbestedingen als de oplopende yen spelen de Japanse economie parten. De kredietcrisis heeft in de VS de consumentenuitgaven onder druk gezet, zodat de Japanse export een gevoelige tik heeft gekregen. Japanse blue chips als Toyota en Canon zijn voor meer dan eenderde van hun verkopen afhankelijk van de VS. “Companies that planned their businesses around the idea that U.S. consumer spending would grow by 3 percent per year, as it has for decades, are in for a shock,” aldus Allen Sinai, econoom bij Decision Economics Inc., tegenover Bloomberg.

Stijgende yen
Ook de oplopende yen is een grote bron van zorg voor de Japanners. De koers van de Japanse munt is sinds augustus 2008 fors gestegen ten opzichte van zowel de dollar als de euro. De stijging van de yen heeft een bedrijf als Nissan ertoe gebracht een deel van de productie naar het buitenland te verplaatsen. Bovendien heeft de autofabrikant aangekondigd in eigen land 12.000 werknemers te zullen ontslaan. Ook Toshiba zal, naar verluidt, een deel van de productie laten uitvoeren buiten Japan. Volgens Tetsuro Sugiura, econoom bij het Mizuho Research Institute in Tokyo, zijn dergelijke ontwikkelingen niet (alleen) negatief. Sugiura meent dat het Japanse bedrijfsleven momenteel veel adequater inspeelt op de economische ontwikkelingen dan het geval was tijdens de crisis in de jaren negentig: “The situation isn’t as bad as it looks. Companies are saying that, while the downturn is severe, they can survive. They’re adjusting very, very quickly”…lees meer

Yen carry trade
De gevolgen van de stijgende yen blijven niet beperkt tot Japan. Westerse aandelenbeurzen plukken de wrange vruchten van de sterker wordende Japanse munt. Dit heeft alles te maken met de zogenoemde yen carry trades. Eenvoudig gezegd wordt met deze carry trades het volgende bedoeld: lange tijd bood de lage rente in Japan een interessante gelegenheid om tegen lage kosten geld te lenen. Handelaren leenden een bedrag in yens, waarover zij nauwelijks rente betaalden. De geleende yens werden vervolgens geïnvesteerd in assets met een andere valutadenominatie, bijvoorbeeld euro’s of dollars.

Een voorbeeld: handelaar X leent in Japan yens met een tegenwaarde van € 1 miljoen. Hierover betaalt hij 0,5% rente. Het geleende geld investeert de handelaar op de Westerse effectenbeurzen. De handelaar hoopt met de gekochte aandelen (of obligaties) een rendement te behalen dat beduidend hoger ligt dan de rente van 0,5% die hij over het door hem geleende geld betaalt. Stel dat de gekochte aandelen de handelaar een rendement van 5% opleveren. Dan zou de handelaar zijn positie kunnen sluiten en vervolgens zijn yen-lening kunnen aflossen. Omdat zijn investering meer rendement opleverde dan de rentekosten die hij betaalde voor zijn lening, heeft deze yen carry trade winst opgeleverd voor de handelaar.

Er kleven echter risico’s aan dergelijke transacties, waaronder het valutarisico. Als de koers van de yen stijgt ten opzichte van de euro, zal een handelaar die Japanse yens heeft geleend (en het valutarisico niet heeft afgedekt), meer euro’s moeten betalen om zijn lening weer af te lossen. Concreet: de EUR/JPY noteerde in juli 2008 circa 165. Ofwel, elke euro was 165 yen waard. Inmiddels is de yen opgelopen (en is de euro dus in waarde gedaald) tot circa EUR/JPY 116. Voor elke euro wordt momenteel dus nog maar 116 yen betaald. Ofwel, handelaren die in juli 2008 yens leenden en daarvan in euro’s genoteerde aandelen kochten, lijden een fors verlies op de valutapositie. Immers, als zij hun yen-lening aflossen, zullen zij daarvoor een veel groter bedrag aan euro’s (circa 42% meer) moeten betalen. Om hun verliezen te beperken, hebben veel handelaren vanaf de zomer van 2008 hun yen carry trades teruggedraaid. Dit betekent dus dat er veel geld uit de Westerse aandelenbeurzen werd onttrokken: aandelen werden te gelde gemaakt zodat de handelaren hun yen-leningen konden aflossen.

Ook om een andere reden draaiden handelaren hun carry trades terug: de aandelenkoersen daalden, zodat zij zich gedwongen zagen om snel te verkopen. Het gevolg van de teruggedraaide carry trades laat zich raden: een neerwaartse spiraal van dalende beurskoersen en een verder dalende euro/yen en dollar/yen (lees: een stijgende yen). Zetten we de ontwikkeling van de AEX-index en de Japanse yen naast elkaar in een grafiek, dan zien we een duidelijke correlatie tussen de Amsterdamse hoofdindex en de Japanse munt.
Japanse Yen
Japan afhankelijk van mondiale economie
Is er nog hoop voor Japan? Volgens The Economist zijn er enkele lichtpuntjes: de yen mag dan gestegen zijn, bijna alle grondstoffen die Japan importeert, zijn in de afgelopen tijd goedkoper geworden. Daarnaast zijn de schulden van particulieren vele malen kleiner dan in de VS en Groot-Brittannië het geval is. Sterker nog, veel Japanners beschikken over een goed gevulde spaarpot. The Economist denkt bovendien, dat Japanse bedrijven zich verrassend snel zouden kunnen herstellen van de huidige malaise. Wel is het zo, dat het lot van Japan (net als Nederland), als exportafhankelijk land, in sterke mate bepaald wordt door de mondiale economische ontwikkelingen. Pas als wereldwijd de vraag naar Japanse producten weer toeneemt, zal het conjuncturele plaatje weer wat vriendelijker worden …lees meer

Visie op de Nikkei
Lezers van het weekblad van BeursBulletin, weten dat onze analisten sceptisch zijn ten opzichte van de Japanse beurs. Dit heeft niet alleen te maken met de recente economische malaise waar het land door getroffen is, maar ook met de weinig bemoedigende decennia die Japan achter zich heeft liggen. Ook de Nikkei-index, de toonaangevende Japanse beursgraadmeter, staat er –technisch bezien- al lange tijd ronduit beroerd voor. De index noteerde 20 jaar geleden rond 40.000 punten. Op dit moment beweegt de Nikkei iets boven 7500 punten. We hebben het dus over een lange termijn downtrend om ‘u’ tegen te zeggen, waardoor inmiddels ruim 80% van de waarde van de Nikkei is verdwenen. Wat ons betreft, is er vooralsnog dan ook weinig reden om geld te investeren in de Japanse beurs.

Allard Gunnink, BeursBulletin

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.