Mixed grill’ig beursbeeld

De beurzen blijven voortdenderen alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Echter, van enige euforie à la 2000 is thans geen sprake. Daarvoor is ook geen reden. Dit valt onder meer af te lezen uit de koers/winst-verhoudingen. Pakken we de cijfers uit die tijd er nog even bij dan gold er voor de crash voor de Standard&Poor-index een koers/winst-verhouding van rond 30 tegen thans 17 en voor de Nasdaq rond 60 tegen thans 24. En schrik niet, ook in Amsterdam lag deze verhouding in de eerste 6 maanden van dat jaar op ruim 28 tegen nu de helft. Nog altijd iets boven het gemiddelde maar niet dramatisch uit het lood. Destijds was het geloof in high tech tot ver in hemel gegroeid en dat dreef de koersen enorm op.

Gerijmde beursgroei?

Wel valt moeilijker te bevatten dat de Dow en de S&P tegen nieuwe hoogtepunten aanhikken c.q. deze barrières bezig zijn te slechten tegen de achtergrond van neerwaartse groeibijstellingen. Tot nu toe vallen de bedrijfswinsten grosso modo niet tegen. Dat wil zeggen ze vallen minder tegen dan verwacht maar is dat een reden om bij te kopen? Immers hogere koersen bij lagere winsten duiden niet op het anticiperen op een verdere groeivertraging. Een lagere dollar zorgt natuurlijk op termijn voor meer export en bijgevolg een lager handelstekort voor zover de grondstoffenprijzen geen roet in het eten gooien. Beleggen is immers vooruitzien.

Niettemin lijken de opgaande indices in Europa logischer aangezien de Europese economie, gestuurd door de Duitse, langzaam uit een lang dal begint te klimmen. Een en ander tegen de achtergrond van een wegglijdende dollar, die tot voor kort mede het Europese beursbeeld bepaalde. Weliswaar heeft dit een zekere, nadelige invloed op de Europese export maar tegelijkertijd wordt de dure, in dollars genoteerde, grondstoffeninkoop goedkoper.

Even opvallend is dat het nieuws uit Azië niet langer ter kennisgeving wordt aangenomen maar dat men gevoelig blijkt voor wat zich in dat werelddeel afspeelt. Dat is logisch omdat de ontwikkelingen in deze regio een steeds belangrijkere rol in de wereldeconomie gaan spelen.

Kijken we naar Azië dan valt op dat de Nikkei eveneens aan een opmerkelijke opmars bezig is met een stijging van 8.200 punten in april 2003 naar thans ruim boven 17.000 punten zonder dat er sprake is van een evidente groei van de economie. De Nikkei liep mee omhoog in de slipstream van de snelle opmars in China. De Chinese beurs lijkt wel door te schieten met een stijging van 130% in het afgelopen jaar. Maar goed, daar staat een al jarenlange groei van circa 10% tegenover. Niettemin mag hier een gezonde koerscorrectie worden meegenomen. Een beetje minder groei zou bovendien de stabiliteit van het groeiproces alleen maar bevorderen en geen reden voor paniekreacties moeten zijn. 

De kracht van China

De Chinezen beschikken over een immense valutareserve aangegroeid tot bijna $ 1.200 miljard, de spaarquote ligt er op bijna 50%, de economische groei boven 10% en een op enige termijn niet meer af te remmen stijging van de munt. Het spiegelbeeld van deze gegevens vinden we terug in de VS. Met immense schulden en tekorten, een spaarquote van praktisch nul en een wegzakkende dollar. Gegeven het strakke en het voortvarende beleid in landen als China en India zou het wel eens kunnen zijn, dat het geen 25 jaar meer duurt voordat deze landen de VS en ook Europa hebben overvleugeld. Immers, de grootste angst van de Chinese regering is sociale onrust. Dat is de grote drijfveer! Dat geldt ook voor een land als India, vandaar het hoge groeicijfer. Andere landen als Thailand, Vietnam, Maleisië en Indonesië worden hierin meegezogen.

Zorgen over China?

Pas als de rente wereldwijd in een stijgende lijn beweegt, is er sprake van een trendbreuk. Echter, angst voor een renteverhoging in China is erg prematuur. Dat zal niet één, twee, drie gebeuren omdat daarmee ook de Chinese munt een extra lift krijgt. Dat zou de Chinese exportpositie vooralsnog te veel in gevaar brengen. Liever werken de Chinezen met kredietbeperkingen die aan de banken worden opgelegd. Dat is al eerder gebeurd, weliswaar zonder noemenswaardig resultaat, maar men kan natuurlijk wat zwaarder geschut in stelling brengen. De enige reële zorg zou de corruptie kunnen zijn, maar ook hiertegen treedt de centrale overheid steeds meer gericht op.

Overmatige liquiditeit

We kunnen eenvoudig vaststellen dat Azië de locomotieffunctie van de wereldeconomie heeft overgenomen. Het is juist de liquiditeit in Azië en het Midden-Oosten (petrodollars) alsmede het private equity-element ingegeven door de relatief lage rentevoet in Japan en in Europa, die de beurzen overspoelen en de vraag stimuleren. Dat is de belangrijkste drijfveer van de stijgende indices. Private equity zoekt daarbij nog eens juist naar bedrijven die onder de maat presteren.

Beurstrend

Moeten we nu rekenen op een verder aantrekkende beurs in Europa en in de VS? Steeds meer analisten trekken een lange neus tegen de alsmaar stijgende koersen. De belegger wil toch de boot niet missen. Echter, zonder aberraties zoals een hick-up op de Chinese beurs, oorlogsdreiging in Iran, chaos in Nigeria, nieuwe orkanen in de Mexicaanse Golf met als gevolg een stijgende olieprijs, stijgende rente in de VS of nieuwe geslaagde aanvallen van Al Qaeda, lijkt het huidige beursbeeld dankzij de groei in Azië en de lage rente consistent te blijven. Het zijn voornamelijk groeitwijfels die de beleggers bezig houden.

Advies

Gegeven de uitgebroken indices alsmede de bovengenoemde risicofactoren is het verstandig je als belegger te richten op sectoren, die niet alleen voor de langere termijn voldoende weerstand bieden maar tevens mogen rekenen op een opmerkelijke groei, met Azië als verreweg het belangrijkste vliegwiel. Zulke sectoren zijn met name (duurzame) energie, edelmetaal en water.

Paul van der Veer

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.