Moet het ergste nog komen?

De overheidsingrepen waren in de afgelopen dagen weer niet van de lucht. Van Scandinavië tot het land van de rijzende zon: vele miljarden kronen, dollars en yens verdwenen uit de nationale huishoudpotjes. In Nederland heeft Wouter Bos in enkele maanden al meer uitgegeven dan al het spaargeld in Nederland bij elkaar opgeteld. BeursBulletin bracht de meest recente wapenfeiten voor u in kaart en staat bovendien stil bij een zeer leeswaardig artikel dat vorige week verscheen in The Economist. Het weekblad wees op het onderscheid dat gemaakt moet worden tussen enerzijds het redden van banken en anderzijds het bestrijden van de economische malaise. De financiële crisis doet de staatskas geen goed, maar een langdurige recessie zou een veel grotere impact kunnen hebben op de overheidsfinanciën, aldus The Economist. De term ‘dolle dinsdag’ krijgt eens in de zoveel tijd weer een extra dimensie. Sinds deze week zou ‘dolle dinsdag’ ook kunnen duiden op de dag waarop zowel de Zweedse, de Japanse als de Australische overheid zich genoodzaakt zagen  ingrijpende reddingsplannen te lanceren.

Zweedse øverheid verstrekt nøødhulp
De Zweedse staat maakte bekend 50 miljard kronen ($ 6 miljard) te injecteren in de financiële sector. De maatregel is bedoeld om de kredietverstrekking aan bedrijven weer op gang te krijgen en zal worden gefinancierd vanuit het stabiliteitsfonds dat de Zweedse overheid in oktober opgericht heeft. Het noodplan is de meest omvangrijke overheidsingreep in de financiële markten sinds de ineenstorting van de vastgoedmarkt, begin jaren negentig …lees meer

Bank of Japan slaat aandelen in
De centrale bank van Japan liet weten waardepapieren van banken op te gaan kopen, teneinde de financiële sector aldaar te ondersteunen. Het betreft (sterk gedaalde) beursgenoteerde aandelen die zich in de portefeuilles van de Japanse banken bevinden. Volgens Masaaki Shirakawa, gouverneur van de Bank of Japan (BoJ) zijn de dalende aandelenkoersen op dit moment een groot gevaar voor de bancaire sector: “If you look at what kind of risks big Japanese banks have now, the biggest risk is not credit risk. It’s volatility in share prices,” aldus Masaaki Shirakawa. Het noodplan werd geïntroduceerd kort nadat een Japanse krant melding maakte van mogelijke verliezen bij Mitsubishi UFJ Financial Group, de grootste bank van Japan. De BoJ heeft € 8,7 miljard uitgetrokken voor de reddingsoperatie. Dit geld wordt alleen gebruikt om aandelen te kopen die uitgegeven zijn door bedrijven die minimaal een BBB credit rating hebben …lees meer

Australische regering in actie
Ook down under kwam de overheid in actie: de Australische centrale bank verlaagde de rente met niet minder dan 100 basispunten tot 3,25%, het laagste niveau in 45 jaar. Daarnaast wordt de Australische economie gestimuleerd met een omvangrijke kapitaalinjectie. De stimulus kan oplopen tot 42 miljard Australische dollars, ofwel $ 27 miljard. Gevolg van de ingreep is dat de Australische overheid voor het eerst sinds 2001/2002 te maken zal krijgen met een begrotingstekort …lees meer

The Economist over staatssteun
Tijdschrift The Economist wijdde vorige week een artikel aan de reddingsacties die de G7- en de BRIC-landen tot dusver hebben gelanceerd. Op de website van het weekblad gaat het artikel vergezeld van een interactief overzicht, waarmee de rescue efforts (letterlijk) in kaart zijn gebracht. The Economist concludeert dat de verschillende noodplannen één ding gemeen hebben: ze doen de overheidsschulden van de betreffende landen (fors) oplopen. Hierbij duiken met name de ‘ontwikkelde’ landen diep in de rode cijfers, aangezien de bancaire sector daar omvangrijker is dan in de emerging markets. Bovendien hebben financiële instellingen in de opkomende economieën zichzelf minder diep in de nesten gewerkt dan in het Westen het geval is. The Economist wijst hierbij op een recent verschenen rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waarin becijferd werd dat het totale overheidstekort in de rijke landen dit jaar zal oplopen tot 7% van het bruto binnenlands product (bbp). In de opkomende markten blijft de schade naar verwachting beperkt tot 3% van het bbp.

Hoewel de meeste economen het erover eens zijn dat een oplopend overheidstekort –gezien de omstandigheden- niet te vermijden is, signaleert The Economist ook bezorgdheid hieromtrent. Een belangrijke indicatie daarvoor is de premie die betaald moet worden op zogenoemde credit default swaps. Wat daarmee bedoeld wordt? Partij A koopt een obligatie die uitgegeven is door partij B. Een credit default swap is een verzekering die partij A kan afsluiten bij partij C, ter afdekking van kredietrisico op het door A uitgeleende bedrag. Mocht partij B in gebreke blijven bij terugbetaling van het geleende bedrag –default– dan zal partij C de schuld inlossen bij partij A. Partij C neemt derhalve het credit default risk over van partij A. Hiervoor betaalt A aan C een vergoeding. Hoe hoger het kredietrisico, des te hoger deze premie. De premies op credit default swaps van overheidsschulden zijn in de afgelopen tijd sterk opgelopen, wat duidt op toenemende twijfel over de kredietwaardigheid van overheden. Daarnaast maakte de rentevergoeding op langlopende Amerikaanse staatsobligaties in januari de sterkste stijging van de afgelopen twee decennia door, eveneens een indicatie dat obligatiebeleggers zich zorgen maken over de terugbetaling van het door hen uitgeleende geld.

In het verlengde van de vraag of overheden hun leningen kunnen terugbetalen, ligt de vraag in hoeverre de belastingbetaler hiervoor zal moeten opdraaien. Het prijskaartje voor de burger zou wel eens hoger kunnen uitvallen dan de huidige cijfers doen vermoeden, aldus The Economist. Op het eerste gezicht kan de schade meevallen. Hoewel er astronomische bedragen in de bancaire sector worden gepompt, verwacht het IMF dat de nettokosten relatief beperkt zullen zijn. De initiële investering mag dan gigantisch zijn, veel geld zal weer terugstromen in de schatkist zodra de financiële sector weer uit het dal is geklommen. Zweden, dat eerder te maken heeft gehad met een ernstige bankencrisis, heeft uiteindelijk 90% van de kapitaalinjecties weer teruggekregen. Het IMF denkt dat de overheden van de rijke landen de helft van het geïnvesteerde reddingskapitaal op termijn geretourneerd krijgen. In de VS zou zelfs een Zweeds scenario mogelijk zijn.

Maar het bezweren van de kredietcrisis an sich is, volgens The Economist, niet het grootste probleem. Veel ingrijpender -en duurder- zijn langdurige recessies. Overheden zullen trachten door middel van fiscale stimuli de economische neergang te bestrijden, en het prijskaartje daarvan kan dramatisch oplopen. De timing van de huidige mondiale economische malaise is bovendien erg ongelukkig: “The difference this time is that the rich world already faces the costs of an ageing population, which promise a fiscal burden many times greater than even the darkest scenarios for the financial crisis. Right now fiscal activism is indispensable, but the consequences will be bigger and longer-lasting than many realise.” …lees meer

”Het ergste moet nog komen,” aldus de Duitse filosoof en raspessimist Arthur Schopenhauer (1788-1860). Veel filosofen hebben de -soms vervelende- eigenschap, dat zij hun tijd vooruit zijn. Nu maar hopen dat Schopenhauer met zijn voorspelling niet de eenentwintigste eeuw op het oog had. Wie de zaken liever van de vrolijke kant beziet kan, paradoxaal genoeg, bij diezelfde Schopenhauer terecht: “Rijkdom is als zeewater: hoe meer men ervan drinkt, hoe dorstiger men wordt.” Over dat probleem hoeven we ons in de komende tijd in ieder geval niet al te druk te maken.

Allard Gunnink, BeursBulletin

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.