Olie: waar gaat dat heen?

Nog nooit is olie zo frequent in het nieuws geweest als dit jaar. In allerlei publicaties worden allesbehalve eensluidende meningen te kennen gegeven. Dat heeft al dan niet te maken met het bewust ‘bespelen’ van de markt.

Zo liet John Browne, bestuursvoorzitter van BP, onlangs weten dat de olieprijs te snel en te ver is doorgeschoten. Zijn tegenhanger bij Exxon gaf op een niveau van $ 65 per vat te kennen dat er minstens voor $ 20 lucht in de prijs zit. Daaroverheen kwamen nog eens buitengewoon optimistische geluiden van het IEA (Internationaal Energie Agentschap) in Parijs en enkele oliesjeiks in Saoedi-Arabië. Terwijl olie-experts als Hubbert en Campbell juist aangeven dat vraag en aanbod om uiteenlopende redenen steeds moeilijker met elkaar in evenwicht zijn te brengen.

Realiteit

Wat het aanbod van olie betreft: er bevindt zich ongetwijfeld meer olie in de bodem, maar deze is moeilijker winbaar vanwege de geografische ligging en/of moeilijkere klimatologische en geologische omstandigheden. De laatste dertig jaar zijn er nauwelijks nieuwe, commercieel winbare vondsten gedaan, terwijl veel bestaande bronnen intussen over hun piek heen zijn. Tegenover het aanbod zien wij dat de vraag toeneemt als gevolg van het niet meer te stoppen snelle economische ontwikkelingsproces in Azië.

Trauma’s

Zijn olieproducenten wel gebaat bij een hoge olieprijs? Gezien de ervaringen met de oliecrises uit de jaren ’70 luidt het antwoord ‘neen’. Immers, na de oliecrisis zakte de prijs scherp als gevolg van de hoge inflatie en zware economische recessie. Door deze ‘traumatische’ ervaringen is er sindsdien veel te weinig geïnvesteerd in nieuwe exploraties en in nieuwe raffinagecapaciteit. Je zou dus kunnen zeggen dat de huidige ‘oliecrisis’ is voortgevloeid uit de trauma’s van de vorige crisis.

Alternatieven

Voorts hoor je verluiden dat nieuwe alternatieven (waaronder biobrandstoffen, brandstofcellen, zonne-energie) straks het stokje van de fossiele brandstoffen zouden kunnen overnemen. Gezien de huidige op olie en gas afgestemde infra- en gebruiksstructuur hoeven we ons hierover vooralsnog geen illusies te maken. De oliegiganten zullen dat bovendien slechts toelaten naarmate nieuwe energiedragers uit hun eigen ‘pijplijn’ stromen zonder dat hun winstpositie wordt aangetast. Zo is thans bij Royal Dutch Shell (ruilt olie- tegen gasbelangen met Total in Texas) en bij BP een accentverschuiving waarneembaar van olie naar het aanzienlijk schonere LNG (Liquid Natural Gas) en in zekere mate ook naar zonne-energie.

Productiecontinuïteit

Een andere factor die de hoge olieprijs reflecteert, is de politieke instabiliteit in het Midden-Oosten. Toen Bush in 2002 Irak begon te beschuldigen van het bezit van massavernietigingswapens, begon de olieprijs opzienbarend te stijgen. In dat jaar steeg de prijs van $ 19,20 naar $ 31,70 per vat. De bekende Britse oorlogscorrespondent Robert Fisk komt na dertig jaar ervaring in deze regio in zijn zojuist verschenen boek ‘De grote beschavingsoorlog’ tot de conclusie dat de haat in het Midden-Oosten jegens het Westen weinig goeds voor ons in petto houdt. Met onze historisch allerminst ‘schone’ ingrepen aldaar verkeren we nog slechts in de fase van het voorspel, zo is zijn mening. Dat impliceert dat de continuïteit van productie en levering in dit onvoorspelbare krachtenveld bij voortduring vraagtekens blijft opleveren.

Geschiedenis

De rol van olie en gas is bijgevolg nog lang niet uitgespeeld. Bovendien zullen olie en gas nog meer dan in de vorige eeuw de geschiedenis van deze eeuw blijven bepalen. Een en ander tendeert op termijn veeleer tot een hogere dan een lagere prijs. Alleen een recessie of spectaculaire nieuwe vondsten zouden ‘olie op de golven’ kunnen werpen.

Paul van der Veer

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.