Omineuze grafiek

De aandelenmarkten blijven, opvallend genoeg, (redelijk) goed liggen bij het megaslechte nieuws van de banken. Natuurlijk zijn er grote zorgen voor aandelenbeleggers, maar obligatiebeleggers moeten zich nog veel meer zorgen maken.

Het bericht dat het Amerikaanse State Street hard geraakt is door de financiële crisis, heeft me enorm verbaasd. Bij deze financial spelen bankactiviteiten maar een beperkte rol. Ze zijn wereldwijd een van de grootste partijen voor bewaring en transitie (Kas Bank lijkt in dit opzicht wel een beetje op State Street). Daarnaast heeft State Street ook nog een vermogensbeheertak, vooral toegespitst op passieve beleggingen. Het behoort tot de top 3 in de wereld van passieve beleggers.

De les die we uit het State Street-debacle kunnen trekken, is dat niet alleen bankactiviteiten voor problemen kunnen zorgen, maar alles wat er zijdelings mee te maken heeft blijkbaar ook. Dat is zeer beangstigend, omdat tot dusverre werd aangenomen dat bankactiviteiten het hart van het probleem zijn. Dat blijkt dus niet het geval.

In mijn eerste columns van dit jaar heb ik een scenario geschetst waarin aandelen weleens positiever kunnen verrassen dan velen denken. Een rally aan het begin van het jaar was een van de mogelijke opties. Helaas werd die rally al snel weer de nek om gedraaid. Enerzijds omdat de markt technisch wat overbought raakte, anderzijds door zoals gezegd, een nieuwe ronde van negatief nieuws uit de bankensector. Deze tweede ronde valt me, eerlijk gezegd, wel zwaar.

Maar nogmaals: de markten tonen vooralsnog wat veerkracht. Waar ik veel meer zorgen over heb, zijn de staatsobligaties. De bijgaande afbeelding is een van de griezeligste grafieken die ik ooit gezien heb, die van money base (grofweg het geld dat mensen hebben en de reserves die banken hebben, bijvoorbeeld aangehouden bij de centrale bank). Er zijn verschillende berekeningen voor deze maatstaf van de geldhoeveelheid. In de bijgaande grafiek toon ik de St. Louis Adjusted Monetary Base van de NBER.

Zie hier het ontstaan van een zeepbel, niet in aandelen of huizenprijzen, maar in geld. Er wordt zo enorm veel geld in het systeem gepompt dat geld eigenlijk steeds minder waard moet worden. De (monetaire) overheden doen dit om de economie op gang te houden. Het gaat hier om dollars, maar andere overheden in de wereld doen dit ook. Dat moet wel, anders zou de dollar internationaal gezien enorm in waarde moeten dalen.

Daarnaast is het zo dat overheden massaal geld ophalen om de economie in gang te houden. Overheden die zoveel geld in de economie pompen, dat moet vroeg of laat tot een hogere rente leiden. En wel om twee redenen: ten eerste verslechtert de kredietwaardigheid van overheden, ten tweede komt er steeds meer aanbod. Wie wil die dingen op een gegeven moment nog kopen? Meer aanbod betekent in theorie lagere prijzen (dus stijgende rente bij obligaties).

En als de rente stijgt, dan lijden de bezitters van obligaties. Verschillende analisten, zoals Marc Faber, hebben staatsobligaties, vooral die van de VS, voor de komende jaren ‘gedoemde beleggingen’ genoemd. Natuurlijk, de rente kan, zeker in Europa, nog lager, maar vroeg of laat gaat het fout. Wellicht blijven aandelen daarom ook zo redelijk liggen. Bij de grote broer obligaties spelen ook grote problemen, waarschijnlijk nog grotere.

Harry Geels, Inmaxxa

Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoren in Maastricht en Dronten (www.inmaxxa-research.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.