Opties in theorie en praktijk

In dit artikel richt ik mij op het kopen versus het schrijven van opties. Beginnende optiebeleggers voelen zich vooral aangetrokken door het kopen van opties. Het potentiële rendement is immers enorm, terwijl het risico zich beperkt tot de inleg. De praktijk wijst echter uit dat het veelal aantrekkelijker is om opties te schrijven.

Vorige week heb ik in het kort de basisbeginselen van opties uitgelegd. Deze week zal ik uitleggen dat het schrijven van opties aantrekkelijker is dan het kopen van opties vanwege de verwachtingswaarde.

Bij een verandering van de aandelenkoers met een paar procent kunnen opties aanzienlijk meer waard worden. Dit is te danken aan het zogenaamde hefboomeffect. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat de koers van Unilever in april op de expiratiedag stijgt van € 50 naar € 51. De aandelenbezitter verdient dan 2 procent. Dat is niet slecht, maar valt in het niet bij de waardestijging van de calloptie april 49. Deze verdubbelt grofweg in waarde. Uiteraard is de datum niet toevallig gekozen. Bij een langere resterende looptijd is er meer verwachtingswaarde, waardoor de procentuele vooruitgang minder is.

De keerzijde is uiteraard dat in korte tijd ook forse verliezen geleden kunnen worden. De snelle prijsschommelingen van een optie zijn overigens niet de belangrijkste reden waarom het kopen van opties vaak in verlies eindigt. Nee, dit hangt in nog sterkere mate samen met de verwachtingswaarde. Met het verstrijken van tijd loopt deze verwachtingswaarde namelijk uit de optiepremie. Een stijging van de aandelenkoers betekent dan niet niet automatisch dat de calloptie meer waard wordt. Zeker niet als deze stijging geruime tijd in beslag neemt. Dit houdt eveneens in dat een daling van de aandelenkoers niet automatisch zorgt voor een toename van de premie van de putoptie.

Stel dat de koers van Philips € 21 is en u verwacht dat de koers gaat stijgen. U koopt daarom een calloptie juni 22 voor € 0,50. Indien de koers daadwerkelijk stijgt en wel tot € 22 bij expiratie, dan loopt de optie waardeloos af. De aandelenkoers moet – nog even afgezien van de transactiekosten – tot minimaal € 22,50 stijgen. Zeker als u kiest voor een out-of-the money optie, moet de aandelenkoers flink stijgen (call) of dalen (put) voordat u winst gaat maken. Dan kan het procentueel gezien ook heel hard gaan, maar het laat zich raden dat het hier niet vaak van komt.

Over het algemeen vinden we de aankoop van opties onverstandig. Hier zijn slechts enkele uitzonderingen op. Namelijk als alle signalen op een bepaalde richting van de aandelenkoers wijzen. Of als de optiepremies op een onrealistisch laag niveau zijn beland en er een reële kans is dat de aandelenkoers een bepaalde richting opgaat.

In tegenstelling tot aandelen is het bij opties mogelijk om deze te verkopen zonder ze in bezit te hebben. We noemen dit het schrijven van opties. Wie opties schrijft, ontvangt de optiepremie. Daar staat tegenover dat de optieschrijver een verplichting op zich neemt. Bij callopties is dat de plicht om de onderliggende aandelen gedurende een bepaalde periode tegen de uitoefenprijs te leveren. Schrijvers van putopties hebben de plicht om de onderliggende aandelen gedurende een bepaalde periode tegen de uitoefenprijs te kopen.

Waar het verstrijken van tijd tégen de optiebezitter werkt, profiteert de schrijver van de optie juist van de afname van de verwachtingswaarde. Dat betekent dat het schrijven van callopties niet alleen winst oplevert indien de aandelenkoers daalt. Ook bij een gelijke aandelenkoers wordt winst gemaakt, dankzij het verdampen van de verwachtingswaarde. En zelfs een kleine stijging van de aandelenkoers kan nog goed uitpakken. We zagen dat eerder in het voorbeeld van de calloptie Philips juni 22. De beurskoers steeg niet verder dan de uitoefenprijs en daardoor liep de call waardeloos af. Een schrijver van een putoptie verdient bij een koersstijging, maar ook bij een vlak koersverloop.

Het schrijven van opties brengt echter hoge risico’s met zich mee. In ieder geval als dit ongedekt gebeurt. Daarmee bedoel ik dat de aangegane verplichting niet op een of andere wijze wordt afgedekt. Zo kan je ervoor kiezen om callopties te schrijven en de daarbij behorende aandelen te kopen. Bij een koersstijging van de aandelen wordt dan weliswaar geld verloren op de geschreven callopties, maar dit wordt (ruimschoots) gecompenseerd door de waardestijging van de aandelen. Indien u het risico van een geschreven optie niet op een of andere wijze afdekt, kunt u een verlies lijden dat de ontvangen optiepremie vele malen overtreft.

Wie in opties wil handelen, moet eerst bij de bank of broker een optieovereenkomst tekenen. Daarin moet u onder meer verklaren zich ervan bewust te zijn dat het handelen in opties hoge risico’s met zich meebrengt. Dat geldt dus vooral voor het ongedekt schrijven van opties. Voorts stelt de bank de eis dat er bij het schrijven van opties voldoende middelen beschikbaar zijn om de onderliggende waarde zo nodig inderdaad te kunnen kopen of verkopen. Dit wordt de marginverplichting genoemd. In het volgende artikel over opties ga ik hier nader op in.

Johan Wiering

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.