Over waarom de beurzen stijgen

Op 25 juni schetste ik in een van mijn columns een situatie hoe de bull market zich zou kunnen ontwikkelen. Ik kreeg toen nog veel reacties van lezers die dit economisch niet konden duiden. Er is ondertussen veel veranderd.In juni waren de economisch berichten per saldo nog erg negatief. Het was daarom ook niet zo merkwaardig dat, toen ik in mijn column van 25 juni een mogelijk bull-scenario voor de westerse beurzen schetste, veel mensen dit erg voorbarig vonden. Zo kreeg ik de volgende veelzeggende reacties: “Het ideale scenario zou zijn als alles weer gewoon omhoog zou gaan, ook zonder omgekeerde kop en schouders. Gezien de huidige financiële en economische werkelijkheid lijkt mij dit echter een illusie”. Of: “Beste Harry, noem mij één goede (fundamentele) reden waarom de koersen weer omhoog moeten, met straks 10% werkelozen, mensen die de hand op de knip houden, met een oplopende rente, koers/winst-verhoudingen waar je u tegen zegt, laat eerst de bedrijven zich maar bewijzen en daar zitten flinke dompers bij, reken maar, en dat wordt er niet beter op de komende 1,5 jaar”.

Het is zo vaak gememoreerd in mijn columns: beurzen beginnen al weer te stijgen, terwijl er economisch gezien nog geen reden voor lijkt. Of andersom: beurzen dalen al weer terwijl alles economisch ‘hosanna’ is. Wie naar de economische berichtgeving in de kranten kijkt, loopt achter de feiten aan, omdat de beurs zo’n zes tot negen maanden vooruit kijkt. De media zijn een misleidende indicator.

Mark Faber, een bekende onafhankelijke analist, zei het vorige week heel treffend tegen iemand die de economische werkelijkheid maar niet kon rijmen met de stijging van de beurzen. Hij zei: ‘De beurzen stijgen omdát het economisch zo slecht gaat. De beurzen gaan weer dalen áls het economisch weer goed gaat’. Het is een beetje kort door de bocht, maar met de nodige aanvullingen zit hier beslist een kern van waarheid in.

Wie de beurzen wil voorspellen, moet niet de economische berichtgeving in de krant lezen of die via de televisie volgen. Als u dat toch doet, moet u een contraire en sceptische houding aannemen. Hoe positiever de kranten, hoe slechter het op de middellange tot lange termijn zal zijn voor de koersen op de beurzen. Hoe slechter de berichten, hoe beter dit op termijn voor de koersen is. Ga er bovendien van uit dat ieder verhaal in de media onvolledig is en de nodige fouten bevat.

Waar moet je dan wel naar kijken? Op die vraag is natuurlijk niet even pasklaar een antwoord te geven, zeker niet in een column. Kijk naar objectieve (meestal cijfermatige) data, zonder de verhalen van analisten en journalisten er omheen. Leer de klinische waarde van dit soort data zelf te interpreteren. Bedenk daarbij ook dat één methodiek of cijfermatig verband op zichzelf nooit zaligmakend is.

Laat ik dit met een voorbeeld proberen te verduidelijken. Op 19 mei schreef ik een column over de yieldspread. Dat was in dit verband het verschil in rente tussen een lang- en kortlopende staatsobligaties. Statistisch onderzoek heeft aangetoond dat in 70% tot 90% van de gevallen (afhankelijk van welk onderzoek je pakt) de yieldspread een goede voorspeller is voor hoe de economie er over een jaar uit ziet. Een negatieve yield (korte rente is hoger dan lange rente) voorspelt een recessie en een spread groter dan 2% voorspelt doorgaans betere economische tijden.

us recession

Bijgaande afbeelding (met dank aan Carpe Diem) wordt iedere maand door de New York Fed gemaakt. Het is een eenvoudig, objectief modelletje aan de hand waarvan de recessie wordt voorspeld, op basis dus van de hoogte van de yieldspread. De kans op een recessie in juli 2010 is nu 0,09% (iedere keer dat de waarschijnlijkheid van dit model boven 20% uitkomt, krijgen we vroeg of laat met een recessie te maken).

Half mei was op basis van deze indicator al uit te rekenen dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid het economisch beter zou gaan, de indicator daalde namelijk heel hard. En dat terwijl de media het ene negatieve bericht na het andere uitspuugde. Een andere objectieve methodiek is de koersontwikkeling zelf. Er was een omgekeerde hoofd-en-schoudersformatie in de maak, zo schreef ik in de eerder genoemde column van 25 juni. Statistisch heeft dit patroon een hoge mate van betrouwbaarheid als bodemformatie.

Het volgen van de koersontwikkeling is objectief. Daar zitten alle acties van alle beleggers in verwerkt. De koers vormt als het ware een stukje collectieve intelligentie. Technische analyse is een analysemethodiek waarbij alleen de koersontwikkeling wordt bestudeerd. Fundamentele of economische data zijn volgens de technisch analisten bijna altijd te laat, te misleidend en te subjectief.

Maar alleen de technische analyse is ook niet zaligmakend. Deze moet, zoals gezegd, gecombineerd worden met andere objectieve, tijdige economische indicatoren, zoals de yieldspread, het consumentenvertrouwen, het sentiment onder beleggers (als contraire indicatoren), de yieldspread tussen staatsleningen en bedrijfsleningen, et cetera. Wie verschillende van dit soort technieken combineert, verhoogt de kans op het doen van een betere voorspelling, met die wetenschap dat de perfecte voorspelling niet bestaat op de beurzen.

Harry Geels, Inmaxxa

Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.