Pagina's

High yield obligaties

High yield obligaties Rating tabel

High yield obligaties

High yield obligaties zijn bedrijfsobligaties, waarbij het rendement uit een rentevergoeding en een vergoeding voor het gelopen kredietrisico bestaat. Daarnaast is er een vergoeding vanwege de wat minder goede verhandelbaarheid (liquiditeit) van deze obligaties. De vuistregel is dat dit gemiddeld ongeveer 2%.

Een goed beleggingsfonds houdt er rekening mee dat er voldoende liquiditeit in de totale beleggingsportefeuille is. Wel moet het zorgen dat het daarnaast voldoende ruimte heeft om de liquiditeitspremie op te strijken.

High yield obligaties kunnen een interessante beleggingscategorie zijn als aanvulling op een bredere beleggingsportefeuille met bijvoorbeeld staatsobligaties en aandelen. Vooral ook omdat de ‘high yield’-obligaties vaak restrictieve voorwaarden kennen en soms zelfs een claim op bepaalde bezittingen van het bedrijf. Zie ook Wikipedia voor een uitgebreide uitleg….

Restrictieve voorwaarden

De restrictieve voorwaarden beperken de mogelijkheden voor het management om teveel risico te nemen; de claim op bezittingen zorgt er voor dat er, in het uitzonderlijke geval van een faillissement, een betere restwaarde is dan bij de meeste Investment Grade bedrijven.

High Yield obligaties hebben hoger risico

De zogenoemde high yield obligaties, zijn obligaties die een ‘rating’ hebben lager dan ‘investment grade’. Kredietbeoordelaars zoals Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch Ratings gebruiken letters om de kwaliteit van een obligatie aan te duiden (zie illustratie). Ratings lager dan BBB/Baa worden aangemerkt als ‘no investment grade’, en worden ook wel junk bonds genoemd.

Junk bonds zijn dus obligaties van ondernemingen die een zeer lage ‘credit rating’ hebben. Beleggers die wel van een gokje houden, kunnen dit soort obligaties kopen. Defensiever ingestelde beleggers kunnen dit soort obligaties beter mijden. Staatsobligaties zijn dan doorgaans veiliger, hoewel dat dit natuurlijk ook geen garantie tot succes geeft.

We kennen natuurlijk ook wel het voorbeeld van Zimbabwe en andere minder stabiele landen. Zelfs in Europa staan landen te boek als minder veilig, te denken aan Griekenland, Spanje en Portugal.

Dynamiek van rente

De dynamiek van rente op high yield obligaties is net als normale obligaties. Het effectieve rendement (rente) stijgt als de obligatiekoers daalt. Andersom geldt het natuurlijk ook: Het effectieve rendement (rente) daalt als de obligatiekoers stijgt. Simpel gezegd: als beleggers veel vertrouwen hebben in een goede afloop, dan zullen ze de obligaties kopen. Als de koers stijgt, dan daalt de rente. Daarentegen: als beleggers niet veel vertrouwen hebben in een goede afloop, dan zullen ze de obligaties juist in de verkoop doen. Als de obligatiekoers dan daalt, dan stijgt de rente. Dus onthoudt: een stijgende obligatiekoers geeft een lagere rente en vice versa.

Weten welke obligaties in een stijgende of een dalende trend zitten? Zie https://slim.beleggen.com/tradingnavigator

Staatsobligaties

Staatsobligaties

StaatsobligatiesStaatsobligaties, oftewel staatsleningen, zijn schuldbewijzen die door een overheid zijn uitgegeven. In Nederland worden staatsobligaties geveild door het Agentschap van het ministerie van Financiën. Dit Agentschap, gevestigd in Den Haag, plaatst langlopende en kortlopende leningen om het financieringstekort van het Rijk te dekken.

Staatsobligaties geveild via tender- of toonbanksysteem

Een aantal keren per jaar plaatst het Agentschap langlopende staatsleningen op de openbare kapitaalmarkt. Beleggers kunnen dan op de te veilen staatsleningen inschrijven.

Staatsobligaties kunnen (in Nederland) via 2 systemen worden geveild: via het tendersysteem of het toonbanksysteem. Het Agentschap hanteert ook wel een combinatie van toonbankuitgifte en een tendersysteem.

Tendersysteem

Bij het tendersysteem maakt het Agentschap bekend tegen welke rente de staat wil gaan lenen, maar de uitgiftekoers van de lening wordt pas na afloop van de inschrijving bepaald. Beleggers geven vervolgens via hun bank of commissionair door tegen welke limietkoers (maximale koers) een bepaald bedrag aan staatsobligaties zij willen kopen.

Naarmate de beleggers de staatslening aantrekkelijker vinden, zullen zij dan tegen hogere limietkoersen inschrijven. Na sluiting van de inschrijving maakt het Agentschap een overzicht bekend, voor welk bedrag en tegen welke koersen is ingeschreven.

Toonbanksysteem

Bij het toonbanksysteem (‘over the counter’-systeem), wordt de uitgiftekoers dagelijks vastgesteld en kunnen beleggers opgeven voor welk bedrag zij willen inschrijven. Het Agentschap kan de uitgiftekoers verhogen als er veel belangstelling bestaat.

Vanzelfsprekend wordt daarbij rekening gehouden met de rendementen van al bestaande staatsleningen op dat moment. Op elk gewenst ogenblik kan de inschrijving worden gestopt. Het voordeel van dit systeem is, dat beter op de markt kan worden ingespeeld dan bij het tendersysteem.

Uitgiftekoers

Ten aanzien van de uitgiftekoers geldt dat een lagere (uitgifte)koers een grotere opbrengst oplevert, maar dat de staat dan relatief duur leent.

Stel dat de Nederlandse staat een obligatielening met een couponrente van 7% plaatst tegen een uitgiftekoers van 98%. Dan ontvangt het Rijk per obligatie van nominaal € 1000 een bedrag van € 980. Wel zal de staat jaarlijks €70 (7% van €1000) aan rente moeten betalen. Het effectieve rendement bedraagt in dat geval 7,14% [(70/980) x 100%].

Beleggers die hadden ingeschreven tegen een limietkoers van bijvoorbeeld 97%, konden dus niet meedoen met de lening. Zij die bijvoorbeeld een limietkoers van 100% hadden meegegeven, krijgen wel staatsobligaties toegewezen, afhankelijk van het toewijzingspercentage.

Beleggers die een limiet hoger dan de uitgiftekoers hadden opgegeven, krijgen de obligaties dus goedkoper dan hun limietkoers. Deze beleggers waren bereid om in ieder geval meer dan €980 te bieden voor een staatsobligatie en zijn in dit voorbeeld dus goedkoper uit.

Weten hoe de trend is van de staatsobligaties? Gebruik dan een objectieve indicator, bijvoorbeeld de Trading Navigator

Couponrendement

Couponrendement

Couponrendement Couponrendement is het rentebedrag gerelateerd aan de koers van de obligatie. We kunnen het berekenen als het quotiënt van de couponrente (de rente over de nominale waarde van een obligatie) en de beurskoers van een obligatie maal 100%. Des te lager u een obligatie heeft gekocht, des te hoger uw couponrendement zal zijn en vice versa.

Couponrendement voorbeeld

Stel, een 6%-staatsobligatie heeft een beurskoers van 98%. Het couponrendement bedraagt dan: 6/98 x 100% = 6,12%. Transactiekosten laten we in de voorbeelden buiten beschouwing.

Als een belegger een 7% obligatie (met nominale waarde van € 1000) heeft gekocht tegen een koers van 99,92%, dan bedraagt het rendement (70 : 999,2) x 100% = 7,006%.

In het formulevorm: couponrendement = (rentebedrag/beurskoers)*100%.

Het rendement wordt uitgedrukt als percentage van de beurskoers en dit kunt u daarom vergelijken met het dividendrendement bij aandelen.

Couponrendement versus effectief rendement

Couponrendement dient echter niet te worden verward met het effectieve rendement van een obligatie. Dit is de contante waarde van alle toekomstige rentes die wordt betaald of ontvangen. Het effectieve rendement wordt ook wel “yield” genoemd.

Het effectief rendement houdt naast het rendement uit de rente-ontvangsten nog rekening met winst of verlies bij aflossing. In sommige (vak)bladen en bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad, wordt het effectief rendement bij elke lening vermeld.

Het maakt natuurlijk een groot verschil of u kijkt naar de nominale rente, welk percentage staat er op de obligatie genoteerd en het rendement, dus gerelateerd aan de beurskoers van de obligatie. De beurskoers van een obligatie kan variëren door bijvoorbeeld twijfels of de lening kan worden terugbetaald.

Een voorbeeld hiervan is de staatsobligatie van Griekenland. Door de twijfels of Griekenland in staat zou zijn om de steeds grotere schuldenberg terug te betalen, verkochten beleggers hun obligaties. Hierdoor daalde de koersen van de obligaties. Omdat de rente doe op de obligatie was genoteerd, gelijk blijft, stijgt het rendement. Je betaalt immers minder voor de aankoop van de obligatie. Op https://www.bloomberg.com/quote/GGGB10YR:IND  kan de actuele Griekse 10 jaars rente worden bekeken.

Couponrendement Griekse staatsobligaties

 

Het rendement liep daardoor op van 5% tot 30% door de daling van de koersen. Dit kwam omdat veel beleggers deze obligaties verkochten en verruilden voor bijvoorbeeld Nederlandse en Duitse obligaties. De koers van de Duitse obligaties liep hierdoor zo ver op dat deze ver boven 100% noteert.

Beleggers krijgen natuurlijk wel jaarlijks een bedrag aan rente, maar omdat ze

Omdat de Duitse staatsobligatie wordt afgelost op 100%, komt het rendement onder nul. Dit is een uitzonderlijke situatie, die aangeeft hoe groot de angst onder beleggers is. Begin 2019, circa 12 jaar na de start van de crisis is de rente nog steeds extreem laag:  de laagste rente in 2 jaar.

De koers van de Duitse bund is opgelopen tot boven 160. Beleggers weten dat ze bij aflossing maar 100 terug krijgen. Je moet dan dus behoorlijk angstig zijn als je willens en wetens dus 160 betaalt om 100 terug te krijgen. Het geld onder een matras leggen of in goud stoppen lijkt dan een goedkopere oplossing.

Couponrendement duitse bund

 

 

 

 

 

 

Effectief rendement

Effectief rendement

Effectief rendementEffectief rendement wordt ook wel ‘yield to maturity’ genoemd en is het verwachte totale rendement als een obligatie tot het eind van de looptijd wordt aangehouden. Daarbij worden alle couponbetalingen tegen dezelfde rente herbelegd.

Effectief rendement versus couponrendement

Effectief rendement dient niet te worden verward met het couponrendement van een obligatie. Het effectieve rendement van een obligatie is de contante waarde van alle toekomstige rentes die wordt betaald of ontvangen.

Het effectieve rendement wordt ook wel in jargon ‘yield’ genoemd en houdt dus naast het couponrendement, ook nog rekening met winst of verlies bij aflossing. In vakbladen en bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad, wordt het effectief rendement bij elke lening vermeld.

Effectief rendement voorbeeld berekening

In formulevorm:

Formule effectief rendement

Onderstaand een voorbeeld hoe het effectieve rendement op een 10-jarige lening kan worden berekend:

Een 10-jarige staatslening (93-03) met coupon van 7%, werd in2003 in zijn geheel afgelost. De vervaldag van de coupon van deze lening is jaarlijks op 15 februari. De beurskoers op 15 mei 1995 bedroeg 101,25%. Wie op 15 mei 1995 een obligatie van €1000 had gekocht voor € 1012,50 (101,25%*€ 1000,-), zou bij aflossing een nadeel van € 12,50 hebben gehad.

Omdat het rendement op jaarbasis wordt berekend, moet dit nadeel uitgesmeerd worden over de resterende looptijd van de lening. De resterende looptijd betrof op 15 mei 1995 tot 15 februari 2003: 7 jaar en 9 maanden (omgerekend 7,75 jaar).

De berekening

De berekening, op 15 mei 1995, van het effectief rendement van de 7%-staatslening 93-03, zou er als volgt uit hebben gezien:

Effectief rendement= (0,07*€ 1000) + ((€ 1000-€ 1012,50)/7,75)/((€ 1000+€ 1012,50)/2) = 6,78%.

De koers van de obligatie wordt beïnvloed door de huidige marktrente. Hoeveel vergoeding willen beleggers hebben en hoeveel rente zijn de ontvangers van kapitaal (bedrijven en overheden) bereid om te betalen. Omdat vraag en aanbod variëren, ontstaat telkens een nieuwe balans, waardoor de rente stijgt en daalt.

De vraag en het aanbod variëren door bijvoorbeeld veranderende inflatie verwachtingen of veranderende risico’s, zoals bij verslechterende economische omstandigheden van een land, zoals we zagen bij bijvoorbeeld Griekenland.

Door de toenemende risico’s op het niet kunnen terugbetalen van een lening, verkopen beleggers deze obligaties en dalen de koersen. Door de dalende koersen, stijgt het effectief rendement.

Vanwege de onzekerheid of landen zoals Griekenland, Spanje en Italie in staat waren om aan hun verplichtingen te voldoen, verkozen beleggers Duitse obligaties boven Zuid-Europese obligaties. Hierdoor stegen de  koersen van de Duitse obligaties en als gevolg hiervan daalde het effectief rendement. Omdat de markt altijd gelijk heeft, omdat er veel marktpartijen betrokken zijn, geeft dit een vrij goed beeld van werkelijke situatie en dus de gepaste vergoeding voor het gelopen risico.

TrendPortefeuille

Spreiding over verschillende aandelen draagt bij aan het verlagen van het risico en het verhogen van het rendement. Met een trendvolgende indicator kunnen we dan objectief bepalen waar we instappen en uitstappen. Gewoon de trend volgen en niet tegen de stroom in gaan. Het gemiddelde resultaat tussen 1993 en 2017 met de Trading Navigator was 19,8%. Een systeem gebaseerd op een modelportefeuille van 20.000 euro.

https://iris.nl/signaalbeleggen/modelportefeuilles/trendportefeuille/

 

Duration

Obligaties duration

DurationDuration is de looptijdmaatstaf voor obligaties, waarbij rekening wordt gehouden met de toekomstige kasstromen. De duration wordt onder andere gehanteerd om vooraf vaststaande verplichtingen te koppelen (‘matchen’) aan de inkomsten uit een obligatieportefeuille.

Obligaties en obligatiefondsen niet zonder risico

Obligaties en obligatiefondsen zijn niet zonder risico. Er dient rekening te worden gehouden met de twee belangrijkste risico’s die het geïnvesteerd vermogen in obligaties kunnen beïnvloeden: het kredietrisico (‘default’-risico van een debiteur) en het renterisico (renteschommelingen). Met de looptijd kan het renterisico worden bepaald.

Berekening modified duration

Op basis van de looptijd, kan de gevoeligheid van de obligatiekoers voor renteveranderingen worden berekend en dit wordt de modified duration genoemd.

Durationbeleid

Durationbeleid is een beleggingsbeleid dat wordt gevoerd, waarbij een obligatieportefeuille bewust gevoelig of juist ongevoelig maakt voor renteschommelingen. Wanneer een rentestijging, dus een koersdaling van obligaties, wordt verwacht, dan zal worden getracht de looptijd van de portefeuille te verlagen. Wanneer een rentedaling, dus een koersstijging, wordt voorzien, zal geprobeerd worden de looptijd te verhogen.

Duration in formulevorm

De duration is het gewogen gemiddelde van de looptijden van een verzameling vastrentende waarden. Looptijd wordt weliswaar veel gebruikt bij het beheer van obligaties binnen een beleggingsportefeuille, maar kan evengoed gebruikt worden voor bijvoorbeeld spaarrekeningen.

In formulevorm:

duration

Duration verklaard

Duration is dus een maatstaf van de gewogen looptijd van kasstromen. De opbrengsten van een obligatie liggen vooral aan het einde van de looptijd.

Een belegger ontvangt couponbetalingen (rentevergoedingen), maar het grootste gedeelte wordt bij de betaling van de laatste coupon en de terugbetaling van hoofdsom in het laatste jaar ontvangen.

De betalingen die in de laatste jaren plaatsvinden, hebben meer gewicht en zijn dus belangrijker. Om dit te reflecteren worden bij de berekeningen van de looptijd, de afzonderlijke looptijden van de kasstromen vermenigvuldigd met de afzonderlijke kasstromen. Hiermee komt tot uitdrukking wanneer tijdens de looptijd van een obligatie een belegger het meeste van zijn belegging kan terugverwachten.

De eerste stap voor het berekenen van de looptijd van een obligatie, is het berekenen van de contante waarde van elk van de jaarlijkse kasstromen in de vorm van de couponbetalingen en de terugbetaling van de hoofdsom. De contante waarde wordt gehanteerd om rekening te houden met inflatie. Bijvoorbeeld € 1 nu, is meer waard dan € 1 die bijvoorbeeld over 3 jaar wordt uitgekeerd.

Vervolgens wordt de kasstroom in het eerste jaar met 1 vermenigvuldigd, de kasstroom uit het tweede jaar met 2 enzovoort voor de rest van de kasstromen. Deze uitkomsten worden bij elkaar opgeteld.

Tot slot wordt de uitkomst vervolgens gedeeld door de obligatiekoers, waaruit de duration dan blijkt.

Stel dat de contante waarde van de jaarlijkse kasstromen € 448 bedraagt en de obligatiekoers 104.20 is, dan bedraagt de duration 4,3 jaar.

Weten hoe de trend is van de rente? Gebruik dan een objectieve indicator, bijvoorbeeld de Trading Navigator

Modified duration

Modified duration

Modified duration

Modified duration (aangepaste duration) is een maatstaf voor de gevoeligheid van de obligatie op een verandering van de rentestand. Vuistregel is, dat de koers van de obligatie zal veranderen met de modified duration (als percentage), als het effectief rendement met 100 basispunten (1%-punt) verandert.

Modified duration geeft renterisico weer

Modified duration wordt veel gebruikt bij fondsmanagement om het renterisico weer te geven. Het is echter belangrijk om te onthouden dat deze maatstaf wordt gebruikt voor relatief kleine veranderingen in het effectief rendement.

Effectief rendement en obligatiekoersen bewegen tegenovergesteld aan elkaar. Als het effectief rendement stijgt, daalt de obligatiekoers en vice versa.

Stel dat een obligatie een couponrente heeft van 7% en de rente naar bijvoorbeeld 10% stijgt. In dit geval zal de koers van deze obligatie dalen, want beleggers zullen dan minder willen betalen voor de toekomstige te ontvangen kasstromen (7% aan rente per jaar).

Als de rente daarentegen zou gaan dalen naar 5%, dan wordt deze obligatie juist duurder, omdat beleggers bereid zijn om meer te betalen voor dezelfde kasstromen. Beleggers krijgen immers nog steeds het couponrendement (de couponrente maal de nominale waarde en deze ligt vast, bijvoorbeeld 7% maal 1000 euro).

Wanneer de marktrente daalt, maar er is een contract dat de uitgever van de obligatie jaarlijks een bepaalde rente uitkeert, dan wordt dit contract natuurlijk aantrekkelijker. Nieuwe obligaties zullen immers een lagere rentevergoeding krijgen, wanneer de rente daalt.

Aantrekkelijkere obligaties zullen dus in koers stijgen omdat iedereen wel deze hogere jaarlijkse betaling wil ontvangen dan de gedaalde marktrente. Van groot belang is natuurlijk hoe lang deze obligatie dan nog loopt. Wanneer deze obligatie nog maar 1 jaar loopt, dan kan je nog maar 1 jaar profiteren van deze relatief hoge rente en zal de koers minder worden beïnvloed door rentebewegingen.

Modified duration berekening

De modified duration is te berekenen door de duration te delen door 1 + het effectief rendement. Des te hoger de waarde van de duration, des te groter zal de waardeverandering dus zijn bij een verandering van de rente.

Modified duration voorbeeld

Stel dat een 7%-lening 93/03 (10 jaar) een duration heeft van 9,63 en de rente zou gaan stijgen van 6,78% naar 7,78%. Met hoeveel procent zal de obligatiekoers dan dalen?

Antwoord: 9,63/(1+0,678) = 5,74(%).

Stel dat de aanvankelijke obligatiekoers 102% bedroeg. Dan zou de nieuwe koers van deze obligatie bedragen: 102% – (5,74 x 1,02) = 102% – 5,85% = 96,15%.

Uit bovenstaand voorbeeld blijkt: stijgt of daalt de rente met 1%, dan fluctueert de waarde van de obligatie met 1% maal de duration.

Wanneer de duration is berekend, kunt u dus eenvoudig de modified duration van een obligatie bepalen. Het laatste is nuttig om te weten, want dit maakt het mogelijk om de gevoeligheid van de koersen van obligaties voor kleine veranderingen in de rente (effectief rendement) eenvoudig te bepalen.

TrendPortefeuille

Spreiding over verschillende aandelen draagt bij aan het verlagen van het risico en het verhogen van het rendement. Met een trendvolgende indicator kunnen we dan objectief bepalen waar we instappen en uitstappen. Gewoon de trend volgen en niet tegen de stroom in gaan. Het gemiddelde resultaat tussen 1993 en 2017 met de Trading Navigator was 19,8%. Een systeem gebaseerd op een modelportefeuille van 20.000 euro.

https://iris.nl/signaalbeleggen/modelportefeuilles/trendportefeuille/

Rentemarkt

Rentemarkt

Rentemarkt opgedeeld in geldmarkt en kapitaalmarkt

De rentemarkt wordt veelal opgedeeld in de geldmarkt (geldmarktrente) en de kapitaalmarkt (kapitaalmarktrente). Onder de geldmarktrente wordt de korte rente verstaan (met een looptijd tot 2 jaar). Onder de kapitaalmarktrente wordt de lange rente (met een looptijd vanaf 2 jaar) verstaan.

Als maatstaf van de kapitaalmarktrente wordt vaak naar staatsleningen gekeken. Gezien het lage debiteurenrisico (risico dat er niet betaald wordt) bij een Nederlandse staatslening, geldt dit tarief vaak als een soort basistarief (benchmark). Leningen met hogere risico’s kennen een rente-opslag voor dat hogere risico, waarbij geldt dat de opslag (risicopremie) hoger wordt, naarmate het debiteurenrisico groter wordt.

Bij hypothecaire en consumptieve leningen is de kapitaalmarktrente belangrijk. Bij leningen met een langere renteperiode, bewegen de hypotheekrente en de leenrente vaak mee met de kapitaalmarktrente.

Normaal gesproken is op de rentemarkt de ‘lange’ rente hoger dan korter lopende leningen, dit wordt ook wel een normale yield curve genoemd. Dit komt onder meer doordat (ceteris paribus) bij een langer lopende lening een compensatie voor de kans op waardevermindering door toekomstige inflatie “ingebouwd” moet zijn.

Ook als de actuele inflatie laag is, zal onzekerheid omtrent de toekomstige inflatieontwikkeling normaliter zorgen voor een stijgende yieldcurve. Toch is het ook mogelijk dat de korte rente boven de lange rente noteert, wat een inverse yieldcurve wordt genoemd.

Wanneer de ‘lange’ rente lager is dan korter lopende leningen, dan wordt dit dus een inverse yield curve van de rentemarkt genoemd en dit signaleert dat er economisch zwaar weer op komst is. Normaal gesproken is een langere periode meer risicovol. Logischerwijs vragen beleggers dan een hogere rente, de vergoeding, voor meer risico.

Wanneer beleggers liever geld langer wegzetten, stijgen de koersen van lang lopende obligaties en daardoor daalt de effectieve rente. Beleggers verwachten voor de korte termijn meer economische problemen, maar verwachten dat deze problemen op de langere termijn wel weer voorbij zijn…

Dus gewoon het geld parkeren en schuilen voor de bui.

Aangezien veel beleggers samen de markt vormen, en de gecombineerde kennis vrij nauwkeurig in staat blijkt te zijn om de markt in te schatten, hechten we waarde aan deze wishdom of the crowd, of wijsheid van de groep.

Er is onderzoek gedaan naar dit fenomeen, nadat ontdekt werd, dat de schattingen van het gewicht van een koe gemiddeld vrij nauwkeurig overeen kwamen met de werkelijkheid.

Nu moeten we wel constateren dat de massa psychologie, iedereen praat elkaar voortdurend na en angst en hebzucht zijn besmettelijk,  zorgen dat er wel golfbewegingen ontstaan waardoor de markt zowel naar boven als naar beneden de neiging heeft om te overdrijven.

Gemiddeld genomen echter, is de groep slimmer dan het individu en daar kunnen we dus dankbaar gebruik van maken.

De markt heeft dus altijd gelijk en het heeft geen zin om voortdurend tegen de trend in te gaan en tegen de wind in te fietsen. Zie ook hoe je met het volgen van de trend, de markt kunt verslaan.

Een andere variant bij de rentemarkt is de vlakke yieldcurve, waarbij de rentes van de verschillende looptijden rond hetzelfde niveau liggen.

Een yieldcurve is een grafiek die het verband weergeeft tussen het rendement op vergelijkbare leningen met verschillende looptijden. Op de horizontale as wordt de looptijd in jaren aangegeven en op de verticale as het (effectieve) rendement.

 

Yieldcurve

Yieldcurve

Yieldcurve

 

Yieldcurve geeft grafisch het verband weer tussen het rendement op vergelijkbare leningen met verschillende looptijden. Op de horizontale as wordt de looptijd in jaren aangegeven en op de verticale as het (effectieve )rendement.

Yieldcurve normaal

Onder ‘normale’ omstandigheden is de lange rente hoger dan korter lopende leningen, wat een normale yieldcurve wordt genoemd. Dit komt onder meer doordat een langer lopende lening een compensatie voor inflatie zou moeten hebben. Bovendien is de situatie over 10 jaar moeilijker in te schatten en daardoor dus risicovoller dan de situatie over 1 jaar.

Hoe langer de looptijd, hoe moeilijker de toekomst kan worden ingeschat en hoe hoger de vergoeding zou moeten zijn om te compenseren voor dit hogere risico. Hoe korter de looptijd, zoals binnen een jaar, hoe kleiner de kans op grote economische verschillen ten opzichte van  de huidige situatie.

Stijgend yieldcurve

Als de markt verwacht dat er inflatoire druk zal optreden, zal dit normaliter zorgen voor een stijgende yieldcurve. Rente is niet alleen een compensatie voor het risico, maar ook voor de geldontwaarding. Iemand die het geld uitleent, zal immers een vergoeding willen ontvangen zodat de koopkracht aan het einde van de looptijd gelijk is. Bij een stijgende inflatie, kan minder worden gekocht voor 1 euro en dus zal een hogere rente nodig zijn. Lang(er)lopende obligaties zullen dan worden verkocht, de koersen van deze obligaties zullen daardoor dalen en de rentevergoeding ten opzichte van de koers van de obligatie wordt hoger, waardoor de rente (het effectief rendement) zal stijgen. De grafiek begint dus linksonder en eindigt rechtsboven.

Inverse yieldcurve

Als de korte rente boven de lange rente noteert, spreken we van een inverse yieldcurve. De grafiek begint in dit geval linksboven en eindigt rechtsonder. Dit is uitzonderlijk omdat een langere looptijd meer risico met zich meebrengt waardoor normaal een hogere vergoeding wordt geëist voor het hogere risico. Dit gebeurt doorgaans alleen bij toenemende economische onzekerheid. De verwachting is dan dat het termijn wel weer goed komt, maar in de nabije toekomst worden economisch zwaardere tijden verwacht.

Vlakke yieldcurve

Een andere variant is de, waarbij de rentes van de verschillende looptijden rond hetzelfde niveau liggen. De grafiek loopt dus vlak. Dit is doorgaans ongunstig voor banken omdat zij juist geld verdienen aan het kort aantrekken van geld (spaargelden) en het juist lang uitzetten van gelden (hypotheken). Dit is dus ook niet vaak het geval. We zien in de regel dus een normale rentestructuur, dus met lange rentes die hoger zijn dan de korte rentes.

Rentestructuur

De rentestructuur wordt bepaald door:

  • liquiditeit: korte rente is lager door zijn grote liquiditeit. Mede hierdoor is ook het inflatierisico beperkt.
  • Verwachtingen rente ontwikkeling: een verwachte rentestijging kan de yieldcurve fors steiler maken doordat langer lopende leningen worden verkocht. Daarentegen azal een verwachte rentedaling een vlakker wordende of dalende yieldcurve (inverse yieldcurve) tot gevolg kunnen hebben.
  • Kredietwaardigheid van de debiteur. De kredietwaardigheid van een debiteur (uitgever van obligatie) is van invloed op de rente-opslag (spread) die beleggers eisen. Een land als Griekenland of Spanje, zal een hogere rente moeten betalen dan bijvoorbeeld veiliger geachte landen zoals Duitsland en Nederland.
  • Inflatieverwachtingen.

Weten hoe de trend is van de rente? Gebruik dan een objectieve indicator, bijvoorbeeld de Trading Navigator

Inverse yieldcurve

Inverse yieldcurve

Inverse yieldcurve

Inverse yieldcurve wil zeggen dat het rendement van korter lopende leningen hoger is dan de yield van langer lopende leningen. Een dergelijke situatie doet zich onder andere voor wanneer de centrale bank de officiële tarieven (korte rente) sterk heeft verhoogd.

Een inverse yieldcurve ontstaat ook als beleggers naar zekerheid vluchten en lang(er) lopende obligaties kopen. Korter lopende obligaties worden onder meer in de verkoop gedaan als er gevreesd wordt voor inflatie op korte termijn. In de bijgaande figuur is een inverse yieldcurve getoond.

 

Rentewapen van centrale bank

Een centrale bank hanteert meestal het ‘rentewapen’ in het kader van inflatiebestrijding of het trachten af te remmen van een te onstuimige conjunctuur. Ook kan een renteverhoging plaatsvinden in het kader van het afremmen van een te sterke groei van de kredietverlening door banken.

Inverse yieldcurve stijgende kosten funding banken

Een inverse yieldcurve zou voor banken reden kunnen zijn om de stijgende kosten van hun “funding” door te berekenen aan hun klanten. Als gevolg hiervan nemen de kosten van krediet toe, hetgeen een dempend effect op de hoogconjunctuur kan hebben.

Als een bank niet in staat is om hogere rentekosten door te berekenen, bijvoorbeeld vanwege concurrentieoverwegingen, dan neemt de rentemarge van betreffende bank af. De winstgevendheid van het kredietbedrijf van de bank neemt dan af.

Hoewel inverse yieldcurves niet frequent voorkomen, zijn deze ook weer niet zeldzaam. Het is opvallend dat bij de recessies die de VS hebben gekend, er telkens een inverse yieldcurve-situatie aan vooraf ging.

Onderzoek Fed: belangrijk signaal voor de economie

Elke recessie van de afgelopen 60 jaar is voorafgegaan door een omgekeerde rentecurve, blijkt uit onderzoek van de Fed uit San Francisco. Inversies hebben “alle negen recessies sinds 1955 correct gesignaleerd en hadden slechts één vals signaal gegeven. Dit was in het midden van de jaren zestig, toen een inversie werd gevolgd door een economische vertraging, maar geen officiële recessie”, schreven de onderzoekers van de Fed.

Maar niemand weet wanneer een recessie begint

Een belangrijk voorbehoud van de voorspellende kracht van de rentecurve is dat het niet precies kan voorspellen wanneer een recessie zal beginnen. In het verleden varieerde de termijn wanneer er sprake was van een recessie tussen zes maanden en twee jaar na de inverse yieldcurve, zo schrijven de onderzoekers van de San Francisco Fed.

Zichzelf vervullende profetie

Als voldoende beleggers zich zorgen beginnen te maken over een recessie, zullen ze hoogstwaarschijnlijk meer en meer geld steken in de veiligheid van langlopende staatsobligaties. Deze verschuiving zou waarschijnlijk kunnen helpen om de rentecurve vlakker te maken of om te keren.

Zichzelf versterkend effect

Redacteuren zullen artikelen gaan schrijven over het feit dat de curve een signaal afgeeft dat er een recessie in aantocht is. Dit zou op zijn beurt nog meer mensen ertoe kunnen aanzetten om langlopende obligaties te kopen, waardoor de lange rente daalt en zo verder en zo voort.

Minder makkelijk geld lenen

Banken verdienen geld door kort te lenen (spaargeld) en lang uit te lenen (hypotheken). Bij een inverse rente structuur moeten banken verhoudingsgewijs meer gaan betalen voor spaargeld en ontvangen minder voor hypotheken. Banken verdienen dan dus minder marge en worden voorzichtiger om hypotheken te verstrekken.

Geld is schuld

De afvlakking van de rentecurve zorgt er voor dat bankieren, een minder winstgevende propositie wordt. De kredietstroom zal worden ingeperkt en in de huidige wereld, waar geleend geld de levensader is van economische activiteit, kan dat de rem zetten op economische groei.

Weten wat de trend is van de indices en van de aandelen? gebruik dan een objectieve indicator zoals de Trading Navigator. Klik hier voor meer informatie.

 

 

Rente staatsobligaties

Rente staatsobligaties

Portugal 10 jaar

Portugal 10 jaar

Italië 10 jaar

Italië 10 jaar

Griekenland 10 jaar

Griekenland 10 jaar

Ierland 10 jaar

Ierland 10 jaar

Spanje 10 jaar

Spanje 10 jaar

 

Griekenland 1 jaar

Griekenland 1 jaar

 

Nederland 10 jaar

Nederland 10 jaar

 

Duitsland 10 jaar

Duitsland 10 jaar

 

Frankrijk 10 jaar

Duitsland 10 jaar