Turbulente tijden voor olie

Een paar weken geleden was de oliemarkt door orkaan Katrina letterlijk op drift geraakt. Vorige week leek het weer business as usual, maar inmiddels teistert Rita de Golf van Mexico. Hoe dan ook, we zullen anno 2005 moeten leren leven met aanmerkelijk hogere energieprijzen.

De tijden dat een vaatje olie $ 10 kostte, zijn definitief voorbij. Vergelijkingen met voorgaande energiecrises in de jaren ’70 gaan volledig mank. Toen werden deze crises veroorzaakt door de aanbodzijde: de OPEC met Iran en Saoedi-Arabië voorop. Thans liggen de oorzaken aan de vraagzijde. Vooral in Azië groeit de behoefte aan energie sterk en de wereldwijde raffinagecapaciteit is onvoldoende.

OPEC olieslim

Dit vertaalt zich in blijvend hogere energieprijzen, ook als er alternatieve energie op de markt zou worden gebracht. Alternatieve vormen van energie zijn prijstechnisch namelijk niet concurrerend met fossiele energie. Bovendien moet dikwijls nieuwe infrastructuur worden aangelegd en speelt de gewijzigde distributie een rol. Wel vreest de OPEC de opkomst van alternatieve energie in de toekomst. Derhalve biedt zij nu – “olieslim” – aan 2 miljoen vaten per dag extra te produceren.

Handelaren weten wel beter. Deze “reserve” bezit de OPEC waarschijnlijk niet meer, nog afgezien van de ontbrekende raffinagecapaciteit. De olieprijs kan dus alleen maar dalen door vraaguitval. Deze wordt zichtbaar bij een tragere groei van de wereldeconomie. Dat wil de OPEC evenmin, omdat de oliekasstroom daardoor terugloopt.

Problemen

De grootste olieproducent ter wereld Saoedi-Arabië heeft met problemen te maken, die regelrecht leiden naar minder productie in plaats van meer. Hoewel het land een reeks olievelden “in portefeuille” heeft, is 90% van de totale productie afkomstig van slechts zes bronnen. De productieaanvang van deze bronnen dateert van 30 tot 60 jaar geleden. Daarmee is in de loop der jaren niet altijd even adequaat omgesprongen.

Er is onder meer te weinig onderhoud aan bestaande bronnen en installaties gepleegd. Bovendien zorgt de te sterke injectie van zout water – ingezet om de productie te verhogen – voor een snellere uitputting van de bronnen. In de Sovjettijd werd deze techniek vanuit Saoedi-Arabië ook toegepast omdat men “harde” valuta (lees dollars) nodig had om als ‘apparatsjiks’ in het zadel te kunnen blijven. Als gevolg daarvan verdubbelde de productie in de jaren ’80 tot ’90 om in de jaren daarop weer fors te dalen.

Sinds de begin jaren ’80 hult Saoedi-Arabië zich in nevelen over de harde bewezen oliereserves. De Amerikaanse toezichthouder SEC doet hier niets aan, vanwege het grote belang van een goede relatie met dat land. Al sinds 1988 staat de bewezen reserve in Saoedi-Arabië op 260 miljard vaten. In diezelfde tijd zijn er wel een slordige 46 miljard vaten uit de bodem gehaald en afgezet. Er moeten in die periode dus ook weer 46 miljard vaten aan de reserve zijn toegevoegd. Saoedi-Arabië heeft echter nooit melding gemaakt van adequate vondsten.

Geen juiste voorstelling
Olieproducenten hebben geen belang bij een juiste voorstelling van zaken. Dit heeft de volgende redenen:

  • Zoals in het verleden reeds is gebleken, kunnen reserves als machtsmiddel worden ingezet. Onlangs dreigde Iran hiermee naar aanleiding van Amerikaanse en Europese druk in verband met zijn nucleaire plannen.
  • Hoe groter de overschatting van de oliereserves van een land, hoe meer onderpand er kan worden geboden voor het aangaan van leningen. Dat gebeurde onder meer ten tijde van de pesocrisis in Mexico in 1994. En Koeweit werd na de Golfoorlog op deze wijze weer op de been gebracht.
  • Voor de OPEC-landen geldt expliciet hoe groter de ter tafel gebrachte reserves, hoe meer olie kan worden geproduceerd via de quotavaststelling.

Profiteren van prijsstijging

Volgens Sadad al-Husseini, de belangrijkste oliezegsman van Saoedi-Arabië, moeten er binnenkort meer dan 6 miljoen vaten per dag extra worden geproduceerd. Alleen zo kan aan de groeiende vraag worden voldaan. In 2002 was de olieprijs gemiddeld $ 25 per vat met een euro van gemiddeld $ 0,97. In 2004 liep een vat op naar $ 40 met een euro oplopend naar $ 1,35.

Vertaald naar koopkracht zou een vat olie vandaag in de eurozone een slordige $ 50 kosten. Trekken we daar de inflatie sinds ’79 weer van af, dan zitten we ruwweg op een reëel niveau van ongeveer $ 28 per vat. Tegelijkertijd geeft dit niveau aan dat er nog veel rek naar boven is. Een niveau van $ 100 is dan ook geenszins ondenkbaar. Wie alleen slachtoffer wil zijn van de gestegen energieprijzen, moet beslist niet in deze sector beleggen! Wie daarentegen wil profiteren, heeft daartoe uitgelezen mogelijkheden. Zo kan in oliemaatschappijen worden belegd. Nog directer is de aanschaf van Turbo’s Long op Brent olie.

Paul van der Veer, Invision-Investments 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.