Venster op het Verre Oosten

Een reis naar Azië levert steeds opnieuw een fascinerend beeld op. Nergens ter wereld is de inzet en toewijding zo hoog. De hoge gemiddelde economische groei van 6% à 7% is noodzakelijk om de armoede terug te dringen. De Wereldbank acht het verrassend dat de gestegen olieprijs en de stijgende rente tot dusver zo weinig invloed hebben gehad op de groeiontwikkeling. Niettemin moet er rekening worden gehouden met enige groeivertraging als gevolg van deze factoren.

Maar ondanks dat, wie had gedacht dat Azië binnen enkele jaren na de crisis in 1997 de locomotief van de wereldeconomie zou worden, zou niet serieus zijn genomen. Intussen worden er in deze regio jaar op jaar groeicijfers neergezet, die meer dan het dubbele zijn van de groeicijfers van Europa en Amerika samen. Zonder de schuldfinanciering door China en in mindere mate door Japan, Zuid-Korea en Taiwan, zou president Bush wellicht de oorlog in Irak hebben moeten staken.

Dat laatste is alleen mogelijk door de herinvestering van de verdiende dollars in Amerikaans schuldpapier. In 2005 werd door deze regio voor meer dan $ 2.000 miljard (!) geëxporteerd. Als aandeel in het BNP (Bruto Nationaal Product) is dit verreweg het hoogste in de wereld. China geldt als ‘leader of the pack’ met India in het kielzog en Japan intussen als ontwaakte derde.

Thailand

Een land dat in onze wereld onderbelicht blijft, is Thailand, waarvan de helft van de bevolking van Chinese origine is. Goed, het land is economisch minder dominant aanwezig dan de bovengenoemde grote drie, maar blaast z’n partijtje, ondanks SARS, de vogelgriep, de gestegen olieprijs, de tsunami en de stijgende rente (de Thaise baht is immers gekoppeld aan de dollar) dapper mee. De groei is door deze tegenslagen nauwelijks aangetast, terwijl het vertrouwen in de Thaise economie onverminderd positief blijft. Wel is de vraag “hoe nu verder?” gewettigd na de jongste verkiezingsuitslag. Gezien de stabiele uitstraling van het koningshuis, de Thaise inventiviteit en veerkracht zal er ongetwijfeld een passende oplossing worden gevonden.

Tot nu toe heeft de politieke onzekerheid weinig invloed gehad op de economie als zodanig. Het investerings- en consumptiepatroon laat een consistente groei zien. De buitenlandse investeringen (Japan is met $ 4,4 miljard de grootste investeerder) stegen vorig jaar met maar liefst 62% naar $ 12,5 miljard. De export steeg vorig jaar naar een all time high van ruim $ 100 miljard.

Voorts werd de groei over het vierde kwartaal van 2005 opwaarts bijgesteld van 4,1% naar 4,2%, wat resulteerde in een gemiddeld jaargroeicijfer van 4,5%. Dat is weliswaar lager dan China en India, maar deze landen moesten van ‘heel ver’ komen. Volgens de UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development) geldt Thailand thans als de derde meest attractieve vestigingslocatie in de regio na China en India en als negende in de wereld.

De Wereldbank gaat nog verder en voorziet een groei van 5% in 2006. Dit mede vanwege plannen van de Thaise overheid om in de komende vier jaar een bedrag van ruim $ 46 miljard beschikbaar te stellen voor grote infrastructurele werken.

De Thaise concurrentiekracht klom volgens het ‘World Competitiveness Yearbook’, uitgegeven door het Zwitserse Institute for Management Development (IMD), eveneens naar de negende plaats na landen als de VS, Canada, Australië, Taiwan, China, Japan, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Thailand wordt door buitenlandse investeerders gezien als een van de aantrekkelijkste landen om activiteiten te ontplooien. Volgens Richard Ellis, een van de grootste makelaarshuizen ter wereld, is kantoorruimte in Bangkok goedkoper dan waar ook in Azië, met uitzondering van Kuala Lumpur en Bombay. Dit geldt ook voor de kosten van werknemers, nutsvoorzieningen en het belastingklimaat. Opvallend is dat ook de kostengroei lager is dan in andere delen van Azië. Menig Nederlands bedrijf  kan daar zijn voordeel mee doen.

Los hiervan verdampt de vraag bijna in hoeverre de door de tsunami getroffen delen in het zuiden van Thailand zich zouden herstellen van deze rampspoed. Zeker tegen de achtergrond van het uitblijven van financiële hulp door de overheid. Het mag frappant worden genoemd, dat ook hier het herstel zich nadrukkelijk aftekent. Dit geldt in het bijzonder voor Phuket en dan met name Patong, het ‘Zandvoort’ van het eiland. Alle lidtekens zijn intussen nagenoeg uitgewist. Het leven bruist er weer alsof er zich nooit een ramp heeft voorgedaan, gesteund door het in ruime mate terugkerende toerisme. Ook buitenlandse investeerders zoals Deutsche Bank, Lasalle Investments en verschillende investeerders uit Hongkong en Singapore hebben zich weer aangediend. Opmerkelijk: de locale vastgoedmarkt beweegt zich in een gestaag opgaande lijn alsof er nooit een tsunami is geweest.

Singapore heeft de directe luchtverbinding met Phuket weer hersteld en verwacht wordt dat andere luchtvaartmaatschappijen op korte termijn zullen volgen. Voor de meeste Europeanen is Phuket evenwel nog een station te ver. Hier bestaat nog de indruk, dat het fraaie heuvelachtige Phuket grotendeels van de aardbodem is weggespoeld.

Maleisië

Een ander land met minder exposure in het westen is Maleisië, waarvan de bevolking voor bijna een derde Chinees is. Premier Abdullah heeft onlangs een nieuw vijfjarenplan bekendgemaakt, met de bedoeling het land in 2020 te laten toetreden tot de rijen van de ontwikkelde naties. In dit plan wordt 220 miljard ringgit ofwel $ 59 miljard gereserveerd om de economische en sociale ontwikkeling van het land een flinke impuls te geven. Dit plan geldt als een blauwdruk voor de verdere ontwikkeling tot 2020. Hierin wordt een economische groei voorzien van 6% op jaarbasis, afgezet tegen een huidig groeicijfer van 4,5%.

De bedoeling is om hiermee een brug te slaan tussen de drie belangrijkste bevolkingsgroepen: de Maleisiërs, de Chinezen met 30% en de Indiërs die voor 8% deel uitmaken van de bevolking. Het zijn de Maleisiërs die als grootste bevolkingsgroep op economische achterstand staan. Het plan gaat zeer ver door beursgenoteerde bedrijven in de toekomst te verplichten om 30% van het aandelenkapitaal te alloceren voor Maleise investeerders c.q. beleggers. Zo worden bedrijven zonder Maleisiërs in het bestuur uitgezonderd van lucratieve overheidscontracten. Werkgevers zullen quota moeten aanhouden voor het inhuren van Maleise werknemers, die als of ‘zonen van eigen bodem’ worden aangeduid.

Natuurlijk zijn dit rigoureuze en ingrijpende maatregelen, maar ze zullen bij een adequaat uitgevoerd beleid wel leiden tot een uiteindelijke verbreding van de welvaart. En daar is het om te doen! Geplande projecten zijn onder andere een grondige verbetering van de waterwegen, rioolsystemen alsmede de aanleg van nieuwe verkeersaders en bruggen in dichtslibbende verstedelijkte centra zoals Penang en de hoofdstad Kuala Lumpur, waar zich tevens de belangrijkste industriële centra bevinden.

Het moge duidelijk zijn, dat er een zware overspill plaatsvindt vanuit de grote naar de kleinere Aziatische landen. Zelfs in volledig vercorrumpeerde landen als de Filippijnen en Indonesië wordt iets van een verbetering waarneembaar. Vooralsnog hebben deze onze voorkeur (nog) niet.

Robert Broncel, Invision Investments

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.