Optie en warrant: verschillen en overeenkomsten

Optie

Optie en warrant, er zijn overeenkomsten, maar ook verschillen. In de goede oude tijd was het leven van een belegger een stuk overzichtelijker dan nu. Je kon beleggen in aandelen, vastgoed en obligaties. Tegenwoordig maken de meeste beleggers gelukkig ook gebruik van derivaten. Dit kan zijn ter bescherming van hun posities of om extra rendement te creëren.

In principe zijn er drie verschillende derivaten: opties, futures en warrants. Tegenwoordig zijn er ook Turbo’s, maar een Turbo is opgebouwd met behulp van bovenstaande bouwstenen. Hierdoor beschouw ik deze niet als een nieuwe derivatensoort. Tussen deze verschillende derivaten bestaan overeenkomsten, maar ook grote verschillen. De belangrijkste overeenkomst is dat de waarde van het derivaat afhangt van de waarde van de onderliggende waarde.

Optie

Een optie is het recht om gedurende een vastgestelde periode (de looptijd) tegen betaling van een prijs (de premie) een vaste hoeveelheid van de onderliggende waarde (in dit verband: 100 aandelen per contract) tegen een overeengekomen prijs (de uitoefenprijs) te kopen (call optie) dan wel te verkopen (put optie).

Vier mogelijkheden optie

Bij het aangaan van een positie (de openingstransactie) zijn er vier mogelijkheden:

  • Call kopen: men koopt een kooprecht = het recht om tot de afloopdatum van de optie 100 aandelen te mogen kopen tegen de uitoefenprijs.
  • Call verkopen: men verkoopt een kooprecht = de plicht om tussen nu en de afloopdatum van de optie 100 aandelen te verkopen tegen de uitoefenprijs.
  • Put kopen: men koopt een verkooprecht = het recht om tot de afloopdatum van de optie 100 aandelen te mogen verkopen tegen de uitoefenprijs.
  • Put verkopen: men verkoopt een verkooprecht = de plicht om tussen nu en de afloopdatum van de optie 100 aandelen te kopen tegen de uitoefenprijs.

Optie matrix

De prijs of premie van een optie wordt bepaald door de volgende bestanddelen:

  • de uitoefenprijs versus de koers
  • de looptijd (deze kan variëren van enkele minuten tot vijf jaar)
  • de rente
  • het dividend op de onderliggende waarde (het aandeel)
  • de volatility (beweeglijkheid) van de onderliggende waarde.

Intrinsieke waarde en verwachtingswaarde

De premie bestaat uit intrinsieke waarde en verwachtingswaarde. Een call heeft intrinsieke waarde als de koers van het aandeel hoger is dan de uitoefenprijs van de call. Een put heeft intrinsieke waarde als de koers van het aandeel lager is dan de uitoefenprijs van de put. Als een aandeel 100 noteert en de call met uitoefenprijs 90 noteert 15, dan is de intrinsieke waarde 10 en de verwachtingswaarde 5. Indien bij hetzelfde aandeel de call 110 een premie noteert van 3, dan is de intrinsieke waarde 0 en de verwachtingswaarde 3.

Premie van een optie

De premie van een optie is niet statisch maar dynamisch: de premie beweegt in een bepaalde verhouding mee met de beweging (stijging of daling) van het aandeel. Als het aandeel stijgt, dan stijgen ook de calls en dalen de puts en vice versa. Met het verstrijken van de tijd neemt de verwachtingswaarde af. Op de afloopdatum (expiratie) van de optie is de verwachtingswaarde geheel verdampt.

Warrants

Een warrant is in hoge mate vergelijkbaar met een optie. Ook de koper van een warrant heeft het recht gedurende een vastgestelde periode de onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een tevoren vastgestelde koers (de uitoefenprijs). Met een call warrant kan op een stijging van de onderliggende waarde worden gespeculeerd en met een put warrant op een daling.

Warrant: gedekt of ongedekt

Een warrant kan gedekt of ongedekt zijn. Gedekte call warrants geven recht op de aankoop van aandelen die reeds bestaan. Ongedekte call warrants geven recht op de aankoop van aandelen die nog niet bestaan. Bij een ongedekte warrant zal de uitgevende onderneming aandelen moeten creëren op het ogenblik dat de warranthouder zijn recht uitoefent. Hij zal dus zijn kapitaal moeten verhogen. Ongedekte warrants worden meestal door de onderneming in kwestie uitgegeven. Gedekte warrants worden meestal uitgegeven door een gespecialiseerde financiële instelling.

In tegenstelling tot een future worden warrants en opties op dezelfde wijze geprijsd. Dus de prijs hangt af van de intrinsieke waarde en van de verwachtingswaarde.

Verschil optie en warrant

Zoals hierboven al blijkt, verschillen opties en warrants vooral door de partij die deze uitgeven. Een optie wordt uitgegeven door de optiebeurs en is een standaardcontract met een standaard aflooptermijn, een vaste uitoefenprijs en een standaard aantal van de onderliggende waarde. Een warrant wordt echter door óf een financiële instelling óf de onderneming waar de warrant betrekking op heeft uitgegeven.

Clearing organisatie

Bij opties is het kredietrisico nihil, omdat het kredietrisico gedekt wordt door de Clearing organisatie. Bij een warrant hangt dit kredietrisico af van de kredietwaardigheid van de uitgevende bank of onderneming. U zult begrijpen dat als Getronics een warrant uitgeeft, het kredietrisico veel groter is dan een optie op Getronics.

Daarnaast is er nog een aantal verschillen:

  • In veel gevallen hebben opties een kortere looptijd dan warrants.
  • Het aantal uitstaande contracten ligt bij warrants vast, bij opties is dit variabel.
  • De onderliggende waarde van een warrant kan van alles zijn: één of meerdere aandelen, een beursindex, een obligatie, een wisselkoers, een mandje van grondstoffen, etc.

Voordelen warrants

Mijns inziens zijn er twee voordelen van warrants ten opzichte van opties. Het eerste voordeel is dat warrants een langere looptijd kunnen hebben dan opties. Dit betekent dat u langer de tijd heeft om gelijk te krijgen. Het andere voordeel is dat warrants betrekking kunnen hebben op veel meer verschillende onderliggende waarden dan alleen aandelen.

Nadelen warrants

Het grootste nadeel van warrants is dat je alleen Long kunt gaan. Je betaalt dus niet alleen intrinsieke waarde, maar ook verwachtingswaarde. We weten dat aan het einde van de looptijd de verwachtingswaarde altijd nul zal zijn. Opties kunnen we wel verkopen (Short gaan). Op deze wijze ontvangen we de verwachtingswaarde. Ik ben vaak een voorstander van het verkopen van opties. Kopen we namelijk warrants of opties, dan moeten we twee keer gelijk krijgen. Ten eerste moet de richting van de onderliggende waarde goed zijn (dus bij een gekochte call moet het aandeel stijgen en bij een gekochte put dalen), maar dit moet ook nog eens snel gebeuren. Gebeurt dit niet snel, dan keert de tijd tegen ons, omdat de verwachtingswaarde door het verstrijken van de tijd steeds minder wordt.

drs Richard H.J. de Jong RBA

drs Richard H.J. de Jong RBA is adjunct-directeur vermogensbeheer bij Van Lieshout & Partners N.V

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.