Visie op 2011

Veel strategen en analisten hebben de laatste weken hun visie op 2011 gegeven. In deze column mijn visie, inclusief de kansen en gevaren voor volgend jaar. Het monetaire beleid in de wereld is al jaren gericht op geldverruiming. Dit heeft al diverse bubbles gecreëerd, eind jaren negentig de telecom- en IT-bubble, tot medio 2007 de vastgoedbubble) en de laatste jaren de bubble in obligaties. Aandelen hebben sinds het jaar 2000 in een moeilijke periode gezeten.

Er wordt voor aandelen ook wel gesproken van het verloren decennium. Ik heb – kijkend naar de koersontwikkelingen van de verschillende beleggingscategorieën (obligaties, aandelen en vastgoed) – in verschillende columns dit jaar betoogd dat aandelen relatief ondergewaardeerd zijn en de meeste kans maken om het goed te doen de komende jaren.

Wat betreft aandelen is 2010, zoals voorspeld, geworden wat 2004 was: een overgangsjaar na een sterk hersteljaar. Het is goed mogelijk dat 2011 vergelijkbaar wordt met 2005, een verdere stijging van de aandelenmarkten dus. In 2005 begon de AEX op 348 punten (een niveau dat opvallend genoeg niet veel verschilt van waar we nu staan) en eindige op 436 punten, een stijging van 25%.

Er is een aantal redenen waarom ik denk dat aandelen er beter voor staan dan obligaties. De eerste daarvan is reeds ter sprake gekomen: de relatieve bewegingen van aandelen ten opzichte van obligaties maken het uit contrair oogpunt waarschijnlijk dat het de komende jaren de tijd is voor aandelen.

De tweede reden is fundamenteel. Veel bedrijven zijn de crisis goed doorgekomen. Ze hebben financieel en personeeltechnisch gereorganiseerd. Vooral veel grote, exporterende bedrijven staan er financieel goed voor, met dank ook aan de ontwikkelingen in de opkomende markten.

Ik denk dat veel beleggers in 2008 overdreven hebben in hun angst over een potentieel zware economische teruggang. Het herstel van aandelen dat we hebben gezien en dat we waarschijnlijk nog te zien krijgen is een correctie op die overdrijving.

De derde reden is technisch van aard. De meeste aandelenbeurzen zitten weer in een opwaartse trend. Dat kunnen we op verschillende manieren meten. Een manier is te kijken naar twee Voortschrijdende Gemiddelden, een 50- en een 200-daags. Als het 50-daags Voortschrijdende Gemiddelde boven het 200-daagse kruist, dan spreken we een ‘golden cross’, wat aangeeft dat we technisch in een bullmarkt zitten.

weekly

Een en ander is te zien in de grafiek van de S&P500 van de afgelopen tien jaar. Daarin zijn alle ‘golden crosses’ met opwaartse pijltjes aangegeven (de neerwaartse pijltjes geven een ‘dead cross’ aan, een teken dat de aandelenmarkt weleens in een bearmarkt terecht zou kunnen komen).

Opvallend is de eerder aangehaalde parallel tussen 2004 en 2010. Niet alleen zijn, zoals gesteld, beide jaren een overgangsperiode op een voorafgaand krachtig herstel geworden, ze hebben ook beide een ‘dead cross’ laten zien, gevolgd door een ‘golden cross’. In beide jaren hebben we dus aanvankelijk een verkoopsignaal gehad, dat achteraf vals bleek te zijn geweest, waarna er weer een koopsignaal is gegeven.

De vierde reden waarom aandelen er de komende jaren goed op zouden moeten staan, is psychologisch van aard. Recent konden we lezen dat de meeste mensen nog steeds huiverig zijn om te beleggen. Volgens onderzoek van TNS/Nipo bleek dat de meeste mensen kiezen voor de vertrouwde spaarrekening. In de praktijk merken veel vermogensbeheerder ook dat het moeilijk is mensen te overtuigen van het nut en de mogelijkheden van beleggen.

Veel mensen zijn met andere worden nog sceptisch, of op zijn positiefst, voorzichtig als het om beleggen in het algemeen of aandelen in het bijzonder gaat. Maar dit is volgens de theorie van de emotiecyclus van beleggen eigenlijk een goed teken. Waar hebben we het over? De theorie van de emotiecyclus, waar ik sterk in geloof, gaat ervan uit dat er gedurende de cyclus (bestaande uit een op- én neergaande trend) een bepaalde emotie overheerst.

IPC

Bekend zijn de emoties ‘hebzucht’ (aan het eind van het opgaande gedeelte van de cyclus) en ‘angst’ vlak voor het einde van het dalende gedeelte van de cyclus. ‘Twijfel’ en de daaropvolgende ‘voorzichtigheid’ zijn echter emoties die overheersen in het eerste gedeelte van de opgaande trend. We hebben dus nog een stijging te goed.

Mensen zijn ook raar bezig door hun geld op de spaarbank te zetten. De rente is laag. Door te sparen wordt er, rekening houdend met de vermogensrendementsheffing en inflatie, ingeteerd op het vermogen. Bovendien helpen we de banken door ons spaargeld daar naar toe te brengen. Ik zou dat – en dit is een politiek statement – liever niet doen zolang er nog torenhoge bonussen worden uitgekeerd en hen die verantwoordelijk zijn voor de laatste crisis.

Laten we hopen dat het besef dat sparen niet handig is snel tot de mensen doordringt. Vergeet daarbij ook niet dat – door al die geldcreatie – de kans dat de waarde van geld nog meer uitholt steeds groter wordt. Je kunt het dus beter stoppen in goede bedrijven, die geacht worden te profiteren van de ontwikkelingen in de wereld en die de mogelijkheden hebben hun prijzen te verhogen als dat nodig is.

Maar wanneer het (spaar)geld in echt substantiële bedragen weer naar aandelen gaat, is moeilijk te voorspellen. Het heeft met vertrouwen te maken. Te veel nare berichten over de euro, uitholling van pensioenen e.d. helpen dan niet. Aandelenmarkten bewegen overigens veel meer dan de hier uitgebeelde emotiecyclus doet vermoeden. Koersen gaan binnen deze cyclus altijd ook weer op en neer.

En eventuele oorzaken achter die potentiële correcties zijn er nog genoeg, zoals het mogelijk uiteenvallen van de euro, onrust in de opkomende markten door inflatie, of een eventuele regeling dat de PIIGS-landen (of een aantal daarvan) niet al hun schulden meer gaan terugbetalen, waardoor de beleggers die veel obligaties bezitten, zoals banken, verzekeraars en pensioenfondsen weer in de problemen kunnen komen.

Maar er is, zoals hier betoogd, genoeg voor te zeggen deze gevaren te trotseren en het belang in aandelen, en eventueel grondstoffen, in de portefeuille te vergroten en die van obligaties en spaargeld te verlagen. Of voor de voorzichtige mensen onder ons, en die zijn er dus nog genoeg, correcties in aandelen- en grondstoffenmarkten – die, zoals gezegd, altijd komen – te benutten om (stapsgewijs) in te stappen.

Harry Geels, Inmaxxa

 

Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA met kantoor te Naarden (www.inmaxxa.nl). Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.