Wereldeconomie is kwetsbaar

In de beleggingswereld doemt steeds meer de vraag op of we ons thans in een nieuwe groeifase in de wereldeconomie bevinden dan wel dat het eind hiervan in zicht is. Deze vraag wordt zowel in de VS als in Europa gesteld. Dankzij de renteverlagingen sinds 11 september 2001 gaat het in de VS beter. In Europa is er echter nog steeds slechts een minieme groei zichtbaar. Deze staat in schril contrast met de groei van rond de 4 procent  in de VS en van meer dan 7,5 procent in Azië.

De steeds stijgende olieprijs en het stijgende handelstekort van de Verenigde Staten vormen de grootste pijnpunten. Tot nog toe bleef de lange rente in Amerika vrij stabiel, omdat de vraag naar obligaties op peil is gebleven. Dat is vooral te danken aan de Aziatische regio, met China voorop. Dit land kan nauwelijks anders met een “voorraadje” dollars van circa 670 miljard. De opwaardering van de Chinese munt heeft de Chinese centrale bank al een slordige 13 miljard dollar gekost. Daar bovenop komt dat de Amerikaanse munt omgerekend een “aderlating” deed van zo’n 3 procent. Vandaar dat de Chinezen geen verdere opwaardering van de Chinese munt toestaan zolang er vanuit het Westen niet al te veel aandrang is om zulks wederom te doen. Vooral omdat de werkgelegenheid in China in het geding is.

Intussen ligt er een tariefmuur ter hoogte van 27,5 procent op Chinees textiel op goedkeuring te wachten van zowel het Huis van Afgevaardigden als van de Senaat. De Amerikanen verwachten een verdere toename van het handelstekort met China, tenzij de Chinezen een drastische revaluatie van hun munt zouden doorvoeren in plaats van de recente 2,1 procent.

Het handelstekort met China was in de eerste zes maanden van dit jaar al 32 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Toen was het tekort reeds gestegen naar 162 miljard dollar. Het totale Amerikaanse handelstekort bedraagt op jaarbasis nu al 686 miljard dollar tegen 617 miljard dollar vorig jaar. De stijgende olieprijs is eveneens van invloed. Alleen al in de textielbranche gingen meer dan 25.000 banen verloren. Eenzelfde lot is de autobranche beschoren. Dat wordt nog erger als straks Chinese auto’s de Amerikaanse markt gaan veroveren.

Mede omdat de lange leningsrente laag blijft kunnen de Amerikanen nog een groei van ongeveer 4 procent realiseren. Het zou daarom niet bijster verstandig zijn om bij de Chinezen aan te dringen op een verdere revaluatie van de munt. Het omslagpunt komt te liggen bij een lagere groei in de VS. Alleen door een verdere depreciatie (afwaardering) van de dollar zou de groei dan weer op een hoger niveau kunnen komen. Amerikaanse producten worden daardoor immers goedkoper. Tegelijkertijd wordt de import duurder, wat de inflatie opstuwt.

Balans

Waar de economische conjunctuur vroeger veel afhankelijker was van binnenlandse ontwikkelingen, zien we nu dat de afhankelijkheid voor een belangrijk deel juist in het buitenland is gelegen. De uitdrukking ‘global village’ is niet uit de lucht komen vallen. Een en ander brengt onevenwichtigheden met zich mee zoals een uit het lood geschoten handelsbalans. Gelukkig voor de VS kopen de Aziaten – met de Chinezen voorop – (nog) massaal Amerikaans schatkistpapier.

Zolang de onevenwichtigheden op het gebied van valuta’s, handelsbalansen en economische groei als communicerende vaten blijven functioneren, wordt de wereldgroei niet wezenlijk aangetast. Alleen Europa blijft achter zolang het rigide economische beleid wordt voortgezet. Het continent biedt weinig ruimte voor nieuwe investeringen, houdt te strikt vast aan de “archaïsche” sociale verworvenheden en kent een slechte arbeidsmobiliteit.

Bedrijfsvlucht

Buiten de alsmaar oplopende olieprijs is er de terroristische dreiging. West-Europa is wat dat betreft kwetsbaarder dan de VS. Niet dat daarmee een economie wordt platgelegd, maar bevorderlijk voor een robuuste economische groei is het evenmin. Steeds meer bedrijven wijken uit, alleen al omdat de productiekosten in Oost-Europa en Azië aanzienlijk lager liggen.

Kortom, de Europese belegger moet zich niet zozeer laten leiden door hetgeen zich in Europa afspeelt, maar veeleer door wat zich in de rest van de wereld voordoet. De grenzen van de Europese Unie zijn allang niet meer heilig!

Signaal

Een ontwikkeling die enige zorg baart, is de zogenaamde inverse renteontwikkeling in de VS. Deze is doorgaans de voorbode van een neergaande conjunctuur. Van een “inverse” rentestructuur is sprake als de korte rente hoger ligt dan de lange rente. In de VS blijft de lange rente rond de 4 procent hangen, terwijl de korte rente intussen van 1 procent naar 3 ½ procent is opgehoogd. Alan Greenspan liet weten dit niet te begrijpen. De lange rente loopt doorgaans “in een tandem” met de korte rente. Hieruit kan je afleiden dat er ondanks de immer stijgende olieprijs, (nog) niet ernstig op inflatie wordt geanticipeerd.

Ongetwijfeld heeft deze “trend” ook te maken met de grootschalige opname van Amerikaanse leningen door de Aziaten. Indien dit “automatisme” op welke wijze dan ook wordt doorbroken, heeft dit ernstige economische gevolgen. De soep zou dan wel eens heet gegeten kunnen worden.  Iets soortgelijks luidde immers de ‘Wall Street Crash’ van 1987 in.

Paul van der Veer, columnist Invision-Investments

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.