Wordt de economische cyclus korter?

Het gaat niet echt goed met de economie van de westerse landen. De groei in de VS vertraagt, zoveel is duidelijk. Gingen economen van diverse pluimage er aan het begin van het jaar nog vanuit, dat de groei van de Amerikaanse economie geleidelijk zou gaan oplopen naar 4% over het eerste haljaar, inmiddels is het verwachtingspatroon gehalveerd: er zit ongeveer 2% in het vat en meer niet.

Ook in Europa zien we vertraging. Juist de locomotief van de Europese economie, Duitsland, begint hinder te ondervinden van vertragingen elders. De bange vraag is of de westerse economieën geleidelijk terug glijden in een ‘double dip’.

U bent het waarschijnlijk al vergeten, maar pakweg een jaar geleden werd in het westen dezelfde soort discussie gevoerd. Dat werpt de vraag op of er sinds 2008 iets fundamenteels verandert in de westerse economieën? Kan het zijn dat de cyclus korter is geworden? Immers, nog maar een of twee maanden geleden stond het thema afbouwen van de zogeheten ‘quantitative easing’ centraal. In juni was het nieuwe thema: moet er een QE3 komen?

Statistisch niet significant

Wordt de cyclus en het daarmee in samenhang gevoerde beleid korter als gevolg van de crisis van 2008. De vraag stellen is ook die proberen te beantwoorden, zo hebben ze bij Goldman Sachs[i] gedacht. Aan de hand van vijf criteria hebben ze geprobeerd vast te stellen of er inderdaad van een fundamentele wijziging in de cyclus sprake is.

De voorzichtige uitkomst is, dat de cyclus nu inderdaad anders verloopt dan ‘normaal’, maar dat het te ver voert om van een fundamentele breuk met het verleden te spreken. Er zijn verschillen, maar die zijn statistisch niet significant. Bij Goldman constateren ze wel, dat er binnen de huidige cyclus meer ‘mini cycli’ voorkomen dan vroeger. En juist die mini cycli geven de indruk van een voortdurend hollen of stilstaan.

Hollen of stilstaan

Als er sprake is van een regelmatige versnellingen en vertragingen in de groei, welke factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen? Goldman wijst op twee mogelijke sets van oorzaken.

Er zijn historische bewijzen dat het moeilijk is om na een huizencrisis gecombineerd met een financiële crisis de vraag uit de private sector te herstellen en in stand te houden. De oorzaak is dat de private sector druk doende is de eigen schuldposities af te bouwen. De vraag stijgt echter voornamelijk door stimuleringsprogramma’s, maar zakt in als die programma’s aflopen. De inzakkende groei lokt weer nieuwe stimuleringsprogramma’s uit. Dit zien we nu vooral in de VS gebeuren.

Bovendien zijn in een aantal landen ‘liabilities’ uit de private sector overgeheveld naar de publieke sector. Daardoor verslechtert de balans van de publieke sector en dat maakt het er niet gemakkelijker op stimuleringsprogramma’s draaiende te houden. Tegelijkertijd vraagt het om maatregelen om het uitgavenpatroon van de publieke sector terug te dringen.

Ook deze gang van zaken kan de indruk vestigen van hollen of stilstaan. En dan is er nog het stimulerende monetaire beleid, waardoor geld zo goed als gratis is. Een te lang volhouden van dit beleid kan volgens sommigen of de inflatie opjagen of voor grote financiële onevenwichtigheden zorgen. In beide gevallen is een land als de VS dan bijzonder kwetsbaar als de groei echt gaat vertragen.

Capaciteitsproblemen

Goldman Sachs wijst ook nog op een tweede set van samenhangende problemen die een ‘normaal’ groeipad in de weg staan en de indruk bevestigen dat de economie steeds sneller vertraagt of versnelt.

Door het herstel van de wereldwijde groei is de druk op de ‘commodity markets’ weer vergroot. De vraag overtreft weer het aanbod en dat doet bijvoorbeeld de energieprijzen weer snel stijgen, wat weer ten koste gaat van een herstel in de consumptieve vraag. Als het aanbod dan ook nog verstoord dreigt te worden, zoals in het geval van Libië, dan kunnen genoemde factoren de economische groei gemakkelijker verstoren. Tegelijkertijd worstelen andere belangrijke sectoren van de wereldeconomie nog steeds met een grote overcapaciteit.

Wat op sectorniveau geldt, is ook zichtbaar op landenniveau. Vooral zogeheten Opkomende Markten als India, China en Brazilië hebben zo goed als de grenzen van hun productiviteitsgroei bereikt met alle inflatoire gevaren van dien. Die moeten hoe dan ook gesmoord worden, maar dat mag niet ten koste gaan van de groei.

Dat laatste is wel het laatste wat de economieën van de Westerse landen kunnen gebruiken. In deze landen is nog veel productiecapaciteit over. Op zich is dit geen wezenlijk unieke situatie. Nieuw is wel het vroegtijdig signaleren en aanpakken van de inflatoire problemen. Ook dit bevestigt opnieuw het hobbelige karakter van het huidige herstel.

Tenslotte

Uiteindelijk gaat de wereldeconomie gebukt onder sterk divigerende posities van landen en sectoren in de cyclus. Het gaat dan vooral om verschillen in positie van de VS en de belangrijke Opkomende Markten en de verschillen tussen de commodity sector en non-commodity sectoren. Dat schept bijzondere problemen.

Bij Goldman gebruiken ze het beeld van een economie die met zijn voeten in een vriezer ligt maar met zijn hoofd in een oven. Gemiddeld kan de temperatuur best aardig zijn, maar het moge duidelijk zijn dat de sterk uiteenlopende problemen om specifieke antwoorden vragen. Probeer zo maar eens een eenduidig vraaggericht beleid te ontwikkelen!

Cor Wijtvliet, www.weygerbergen.com

 

De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties. De auteur is als partner verbonden aan De Weygerbergen, bureau voor performancemeting en vermogensbegeleiding.


[i] Goldman Sachs, are cycles getting shorter? 22 juni 2011

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.