Dubbele bodems en toppen – Neem pas actie na daadwerkelijke uitbraak

Met dubbele bodem- en topformaties valt geld te verdienen. Dat geldt vooral als pas na een uitbraak actie wordt ondernomen. Dat hoeft overigens niet direct. Expert Thomas Bulkowski is er namelijk een voorstander van om pas bij een succesvolle terugtest van het uitbraakniveau tot aankoop over te gaan.

De dubbele bodem wordt ook wel een W-formatie genoemd. Het is een test van het vorige dieptepunt. Als deze niet wordt gepasseerd, krijgen beleggers moed en kopers de overhand. Het patroon wijst op een trendwijziging, namelijk van een neerwaartse naar een opwaartse. Het is van groot belang dat pas actie wordt ondernomen na de daadwerkelijke uitbraak; hierdoor neemt het faalpercentage aanzienlijk af. Volgens de Encyclopedia of Chart Patterns van Thomas Bulkowski is de gemiddelde stijging na de uitbraak 20-30%. Verder vindt in maar liefst tweederde van de gevallen een pullback plaats.

ABN AMRO

De grafiek van ABN Amro toont een goed voorbeeld van een dubbele bodem. Na de piek op bijna € 20 in januari 2004 begon de koers van de bank aan een gestage daling. Deze neergang kwam eind april/begin mei in een versnelling. Op 17 mei bereikte de koers een dieptepunt van € 16,16. Vervolgens kregen kopers de overhand en op 28 juni stond er een koers van € 18,20 op de borden. Daarmee werd ruimschoots voldaan aan de door Bulkowski verlangde stijging van minimaal 10%. De koers bleef enkele dagen rond deze top hangen om daarna weer een neergang in te zetten. Op 11 augustus werd er een bodem op € 16,25 neergezet. Hiermee werd aan twee voorwaarden voldaan voor een betrouwbare dubbele bodem. Allereerst twee bodemniveaus die nauwelijks van elkaar afwijken: het maximaal aanvaarbare is 4%. Ten tweede liggen de bodems zo’n drie maanden verwijderd, wat Bulkowski als een prachtige afstand ziet. De minimale afstand dient overigens ongeveer een maand te zijn. Op 17 september werd de W-formatie dankzij de uitbraak voltooid. Met een hoogste koers van €18,48 en een slotkoers van €18,41 werd de top van de formatie overschreden. De uitbraak ging bovendien met een hoog volume gepaard, wat de betrouwbaarheid ten goede komt. Na de vrij gebruikelijke terugtest vond de koers duidelijk de weg omhoog. Drie maanden later stond de koers 13% hoger. Daarmee was de minimale koersstijging vanuit de formatie bereikt, namelijk het verschil tussen de top en de bodems.

Dubbele top is een omkeerpatroon

De dubbele top wijst op een waarschijnlijke omslag van een opwaartse naar een neerwaartse trend. Wie na de vorming van een tweede top direct actie onderneemt, zit in maar liefst tweederde van de gevallen verkeerd. Het is zodoende verstandig pas te verkopen na de daadwerkelijke uitbraak; hierdoor neemt het faalpercentage tot zo’n 20% af. Volgens de Encyclopedia of Chart Patterns van Thomas Bulkowski daalt de koers na de uitbraak met gemiddeld 15-20%. In maar liefst tweederde van de gevallen vindt weer een pulback plaats. Zijn onderzoek toont aan dat indien het volume tijdens de vorming van de formatie afneemt en bij uitbraak hoog is, de terugval veelal groter is. De daling pakt gemiddeld ook hoger uit bij toppen die dicht bij elkaar liggen; een dergelijke formatie is gemakkelijker te herkennen door beleggers, die hier dan ook sterker actie op ondernemen.

Air France

Eind 2002 vormde zich een dubbele topformatie bij Air France. De beurskoers zette begin oktober vanuit een niveau van ruim € 7 een krachtige stijging in. Op 4 november werd een top van € 13,35 bereikt, waarna verkopers de overhand kregen.  De daling eindigde anderhalve week later met een bodem van € 10,35. Dit is 22% onder de top, waarmee ruimschoots werd voldaan aan een minimaal vereiste terugval van 10%. Een nieuwe rally bracht de koers op 22 november op een hoogste stand van € 13,18. Het tijdsverschil tussen de twee toppen moet minstens een paar weken zijn (en maximaal een jaar) en daar wordt aan voldaan. Bovendien liggen de niveaus van de toppen op slechts ruim 1% verwijderd, terwijl tot 3% nog aanvaardbaar is. Half december werd de bodem (ofwel het bevestigingspunt) op € 10,35 doorschreden, waarmee de dubbele topformatie voltooid was. Amper een maand later vond de gebruikelijke terugtest plaats, waarna de koers de daling vervolgde. Op 29 januari werd met een dieptepunt van € 8,06 het koersdoel ruimschoots bereikt. Dit koersdoel kan worden berekend door van de bodem van € 10,35 het verschil met de top van € 2 af te trekken.

Johan Wiering

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.