Ethanol, een kansrijke belegging?

Onder de titel Appetite for Destruction werd in het septembernummer van het gezaghebbende Amerikaanse zakenblad Fortune uiteengezet waarom bio-ethanol de tegenhanger van onze voedselvoorziening dreigt te worden. Zeker als we ons bijvoorbeeld rekenschap geven van het feit dat één individu een jaar lang kan eten van de hoeveelheid mais, die is verwerkt in 100 liter ethanol, niet meer dan een SUV-tank vol.

Intussen zijn grote delen van de staten Iowa en South Dakota, behorend tot de corn belt van de VS, ertoe overgegaan hun maisteelt grotendeels te reserveren voor de productie van ethanol. Met 24 operationele ethanolproducerende mills en nog eens twintig op de tekentafel is Iowa de leading ethanol state in Amerika geworden. Fortune vreest op termijn voor een internationale voedsel-brandstofstrijd als gevolg van de reeds sterk gestegen prijzen van zowel mais als suiker, granen, rijst en soja, als de prijzen hiervan verder stijgen. Deze commodities zijn “van nature” al olieprijsgevoelig.

Alleen door over te gaan op de productie van cellulose-ethanol, vervaardigd van houtbiomassa, plantenresten, rioolslib et cetera, valt dit tij te keren. Dit noemt men wel de tweede generatie van ethanolproductie.

Snel groeiende alternatieve energievoorziening zonder uitstoot is een gebiedende noodzaak geworden. De redenen zijn bekend. Het bieden van de juiste oplossingen begint heikel te worden. Dat heeft te maken met bestaande belangen maar ook met bijgestelde doelstellingen om tot uitstootvermindering van CO2 te komen en uiteraard ook met het kostenplaatje.

Ethanol als alternatief?

Ethanol is de afgelopen tijd dikwijls in het nieuws geweest vooral doordat bekenden als Richard Branson, Bill Gates en good old Alan Greenspan (die met name doelde op cellulose-ethanol) van zich hebben doen spreken. Maar ook grote oliemaatschappijen als Exxon Mobil en Shell tonen hun interesse. BP en DuPont zijn bezig biobutanol te ontwikkelen dat van suiker wordt gemaakt. Deze producten vragen nog wel de nodige tijd en zijn qua prijs nog niet concurrerend. Cellulose-ethanol is met 95% veel energie-efficiënter dan ethanol met 75%.

Overheidssteun

President Bush heeft gezien de afnemende oliereserves en de “lastige” afhankelijkheid van buitenlandse olie ook ingestemd met de ontwikkeling van ethanol. Naast zijn steun voor uitbreiding van de uraniumproductie met $ 8 miljard, heeft hij in z’n Energy Policy Act (zie later) goedkeuring verleend aan de productie van ethanol en biodiesel. Hiervoor is voorlopig $ 150 miljoen uitgetrokken.

Hij heeft het daarbij niet alleen bij woorden gelaten, maar hij kwam ook met een nieuw plan, het zogenaamde 20-in-10-plan, dat binnen 10 jaar moet voorzien in een benzinereductie van 20%. Voorts is de huidige duurzame brandstofstandaard van 7,5 miljard gallon opgehoogd naar 35 miljard gallon in 2017. En of dat nog niet genoeg is, wordt de ethanolproducent de eerste 6 jaar fiscaal in de watten gelegd. Het zal echter nog een flink aantal jaren in beslag nemen voordat alle 180.000 benzinestations in Amerika het nieuwe ethanolproduct kunnen voeren.

Hoewel bio-ethanol (eerste generatie) op zich voor de korte termijn enig soelaas zou kunnen bieden om de CO2 uitstoot te verminderen, blijft het in wezen een inefficiënt middel omdat:

  1. het inzetten van voedingsmiddelen waaronder mais, suiker, granen een opwaartse druk legt op de prijs van landbouwproducten en daardoor ook van landbouwgrond, met als resultaat duurdere producten en straks ook weer duurdere ethanol;
  2. de inzet van aardgas nodig is voor het productieproces, implicerend dat voor de productie van één liter ethanol 0,7 liter fossiele brandstof wordt verbruikt; verder vergt het transport net als dat van olie en gas ook weer energie;
  3. voor het distillatieproces is veel water nodig dat weer gezuiverd moet worden en dat kost eveneens energie;
  4. bio-ethanol leidt bovendien tot minder motorvermogen.

Haalbaarheid

Tot dusver duiden schattingen erop dat ethanol pas op z’n vroegst in 2012 in prijs opweegt tegen benzine of diesel. Dit ligt voor de hand gezien de 1:1,4-aanmaakverhouding.

Een veel efficiëntere enzyme-ontwikkeling om ethanol te produceren uit waardeloos tuinafval, houtbiomassa, van onder meer snelgroeiende bomen (die ook CO2 afvangen), stro, rioolslib en dergelijke, die flink bijdraagt tot een lagere productieprijs, komt intussen in een stroomversnelling. Deze methode zal bovendien veel minder kosten- en prijsgevoelig blijken te zijn.

De Energy Policy Act van augustus 2005 bevat een aantal bepalingen om de productie van cellulose-ethanol te stimuleren:

  • een fiscale tegemoetkoming waarbij één gallon ethanol gelijkgesteld wordt met 2,5 gallon duurzame energie
  • een cellulose-biomassaprogramma gericht op 2013 om 250 miljoen gallon te produceren
  • de opzet van een garantieleningsprogramma dat voorziet in de beschikbaarheidsstelling van $ 250 miljoen voor de bouw van productie-installaties
  • productie-incentives om de eerste miljard gallon jaarproductie van cellulose-ethanol te realiseren.

Pijlen gericht op tweede generatie biobrandstoffen (celluloseproductie)

Hoewel nog prematuur, ligt hier de echte potentie om te beleggen in deze door de overheid te financieren productie. Op basis van de huidige technologie is deze (nog niet) goedkoop (want het kost 2,5 maal zoveel als fossiele brandstoffen bij een olieprijs van 50 dollar per vat), maar is al wel zeer energie-efficiënt en in bijmengvorm al zeker betaalbaar. De uitdagingen zijn groot en betekenen voor ons aanleiding uit te zien naar de meest veelbelovende fondsen. Veel zijn er thans nog niet, maar dit schept des te meer kansen daar er een gigantische markt open ligt.

Paul van der Veer     

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.