Vlaggenschip gaat kopje onder

Op 31 augustus aanstaande houdt het ABN AMRO Global Fund op te bestaan als zelfstandig beleggingsfonds. Het wordt samengevoegd met het ABN AMRO Global High Income Equity Fund. Het Global Fund belegde vanaf de oprichtingsdatum in 1950 in aandelen wereldwijd. Het is daarmee een van de oudste beleggingsfondsen op de Nederlandse markt. Jarenlang gold het dan ook als het vlaggenschip in de vloot van ABN AMRO Bank fondsen. Nu is het opheffen van een beleggingsfonds op zich niets bijzonders, zoals u kunt lezen in mijn column 50.000 Beleggingsfondsen. Banken en andere aanbieders executeren met grote regelmaat ondermaats presterende fondsen. Zo blijven de performancelijstjes schoon en vergroten ze de kans op awards voor hun overgebleven (of nieuwe) fondsen. Maar het verdwijnen van een prestigieus fonds als het AA Global Fund is toch wel uitzonderlijk. Hoe heeft het tot deze ‘death in the family’ kunnen komen?

Meer efficiency? Te klein?

Laten we eerst eens kijken wat waarschijnlijk niet de reden voor deze drastische stap is geweest. Volgens de brochure die klanten van de bank ontvingen, is deze gelegen in het te kleine fondsvermogen. Samenvoeging zou daarom als voordelen ‘efficiënt beheer en optimale distributie’ opleveren. Hmmm, zou kunnen. Maar van die verbeterde efficiency wordt alleen de bank beter. Voor de klant levert het geen enkel voordeel op. De kosten blijven namelijk onveranderd staan op 1,56% van het beheerde vermogen: 1,5% beheerkosten en 0,06% service fee. Dan het argument dat het fonds ‘te klein’ zou zijn voor een zelfstandig voortbestaan. Dat gaat er bij mij niet in. Met € 850 miljoen is het Global Fund het op één na grootste aandelenfonds in de Morningstar listings. Als omvang écht het criterium was, waarom dan niet het mes gezet in een aantal kleinere fondsen, die nu wegkwijnen in de periferie van fondsenland?

Of zwakke prestaties en hoge uitstroom?

Wat is dan wél de reden voor de bank geweest om te stoppen met het Global Fund? Waarschijnlijk geen andere dan bij de meeste opgeheven fondsen: tegenvallende prestaties, gevolgd door weglopende beleggers. Rond de eeuwwisseling had het Global Fund nog meer dan twee miljard euro in beheer. In de 5 jaar sinds 2003 kwam het fondsvermogen echter in een ongekende glijvlucht. Ruim 43% van de beleggers in het fonds keerden het de rug toe. Ongetwijfeld in reactie op de slechte prestaties in de periode 2000 – 2003. In deze drie jaar verloor een gemiddelde deelnemer in het Global Fund rond de 56% van zijn belegd vermogen. Natuurlijk, het was een slechte tijd voor beleggers. Maar dit verlies is 15% groter dan de index. En er was ‘worse to come’. In de periode 2003 – 2007 bleef het fonds significant slechter presteren dan de index die het beoogde te verslaan. Gemiddeld bleef het rendement daarbij 4,5% per jaar achter. Een euro belegd in het Global Fund leverde over deze 5 jaar een totaal rendement op van 27%. Dezelfde euro zou belegd in een indexfonds in dezelfde periode het dubbele hebben opgebracht! Geen prestatie dus om over naar huis (of liever: in een brochure) te schrijven. Niet zo vreemd dus dat de bank, die zich graag positioneert als zeer deskundig op beleggingsgebied, andere redenen opvoert voor de beslissing het fonds te liquideren.

AAGHIE: een logische keus?

Per 1 september a.s. wordt het ABN AMRO Global Fund dus samengevoegd met het ABN AMRO Global High Income Equity Fund, kortweg AAGHIE. Beleggingstechnisch vind ik dat een merkwaardige keuze, omdat er en passant wordt overgestapt op een tegenovergestelde beleggingsstijl. Het beleggingsbeleid van het AAGHIE is gericht op de selectie van ‘waarde’-aandelen. Dus van bedrijven met een sterke marktpositie en een hoog dividendrendement. Het Global Fund daarentegen was juist altijd gericht op het identificeren en selecteren van ‘groei’-aandelen. Door nu het Global Fund samen te voegen met het AAGHIE laat de bank beleggers die niet binnen 3 maanden zelf een andere keus gemaakt hebben, overstappen op een beleggingsstijl waarvoor ze eerder niet hadden gekozen: van ‘growth’ naar ‘value’. Maar misschien is dit te verantwoorden. Sinds de oprichting op 1 september 2003 van het AAGHIE liet dit fonds een mooie outperformance zien ten opzichte van de benchmark value-index: 6,4% rendement tegen 2,9%. Daarnaast groeide deze nieuwkomer snel uit tot een van de grootste aandelenfondsen van de bank. Het zou me daarom niet verbazen als veel uitstromers uit het Global Fund al eigener beweging de overstap naar het AAGHIE hadden gemaakt. De verliezers van de growth-hype tijdens de dot.com boom stonden in 2003 ongetwijfeld open voor argumenten ten gunste van waarde-aandelen.

Waarom niet verder met Fortis OBAM?

Was er een alternatief voor het AAGHIE geweest? Sinds de overname van ABN AMRO door Fortis beschikt het concern over een beleggingsfonds dat én voldoende beheerd vermogen heeft én overwegend hetzelfde beleggingsmandaat heeft: Fortis OBAM. Niet alleen is dit fonds van een nóg respectabeler leeftijd dan het Global. Het is ook nog eens een van de zeer weinige wereldwijd in aandelen beleggende fondsen die (tot nu toe) kan bogen op een langdurige outperformance. Dus waarom geen samenvoeging hiermee? Mogelijk vond men OBAM te riskant. Het fonds vult zijn beleggingsmandaat namelijk veel offensiever in, waardoor de koers bijna twee derde beweeglijker is dan die van het Global Fund. Daarnaast zou een keuze voor Fortis OBAM de bank winstmarge hebben gekost, al denk ik niet dat dit een rol heeft gespeeld. De kostenratio van OBAM ligt zo’n 0,4% per jaar lager dan die van het AAGHIE. Op een vermogen van € 850 miljoen zou dat de komende 10 jaar toch gauw € 34 miljoen euro brutowinst schelen.

Zwanenzang

De samenvoeging van het AA Global Fund en het AAGHIE betekent het afscheid van een ‘Grand Old Lady’, die echter haar nadagen sleet als underperformer en daardoor de bank steeds meer in verlegenheid bracht. Vanaf 31 augustus 2008 kunnen met opgepoetst blazoen weer nieuwe klanten geworven worden. Opgeheven fondsen komen namelijk niet meer in de performancelijstjes voor. Blijft de vraag: had dit voorkomen kunnen worden? Voor een voorstander van indexbeleggen is het altijd gemakkelijk om achteraf de prestaties van beheerders te beoordelen. Volgens de theorie van het indexbeleggen is de kans op een underperformance ten opzichte van de index niet groter dan de kans op een outperformance. Voor hetzelfde geld had het Global Fund het dus de laatste jaren beter kunnen doen dan de index. Maar helaas… De recente combinatie van pech, krimpend vermogen en mogelijk té riskante beleggingskeuzes heeft het fonds de das omgedaan. Daar kan zelfs het trackrecord van ruim een halve eeuw goed verdedigbare resultaten niet tegenop. Dit is meteen ook het grote verschil met andere opgeheven fondsen. Die zijn steevast jonger, kleiner en minder bekend als ze worden opgedoekt. Dat een vlaggenschip als het AA Global Fund na 58 jaar tot zinken wordt gebracht, heeft toch meer dramatische impact!

Toon Roodbergen

Toon Roodbergen is directeur van Zwitserleven Vermogensbeheer en initiatiefnemer van de online beleggingssite www.nest.nl. In deze column geeft Roodbergen onder het motto ‘common sense’ zijn persoonlijke mening over het betreffende onderwerp. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten van Toon Roodbergen zijn die van hem alleen en niet die van Zwitserleven of Zwitserleven Vermogensbeheer. Vragen of reacties kunt u mailen naar t.roodbergen@zwitserleven.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.